1. Beeldvorming - feiten liggen op tafel, iedereen is van informatie voorzien.
2. Oordeelsvorming - bekijken vanuit verschillende perspectieven.
3. Besluitvorming - op basis van.... stem dit vooraf met elkaar af.
- unaniem besluit (iedereen is het er mee eens)
- meerderheid van stemmen (minimaal de helft plus één is voor)
- op basis van consensus (iedereen is het er min of meer mee eens, niemand heeft overwegende bezwaren)
- één van de partijen heeft een doorslaggevende stem