Afkortingen

WELKOM BIJ NEDERLANDS
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

WELKOM BIJ NEDERLANDS

Slide 1 - Tekstslide

Magister
Kan iedereen nu in Magister?
Wie kan Magister niet in de app openen?

Slide 2 - Tekstslide

Is je telefoon in de kluis?

Zo niet, leg hem dan even op mijn bureau.

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk checken
opdr 1 t/m 5 af

Slide 4 - Tekstslide

Afkortingen

Slide 5 - Tekstslide

Hoeveel afkortingen zie je?
Doe mee met de natuurwandeling voor de hele fam.  Op zon. 27 jan. Organiseren we een wandeling. O.l.v. een gids loop je 3 km. Neem goede wandelschoenen mee. Zie ook pag. 398 van onze gids. Start: om 2 uur bij de blokhut. Tel: 0516-9988

Slide 6 - Tekstslide

Doel:
- Ik leer hoe ik afkortingen kan toepassen in een tekst.

Slide 7 - Tekstslide

Welke afkortingen ken je al?

Slide 8 - Woordweb

pagina
onder leiding van
familie
fam.
o.l.v.
pag. 

Slide 9 - Sleepvraag

Wat betekent i.v.m.?
A
in verliefde modus
B
in verband met
C
iets verboden maken
D
ik verbruik minder

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de afkorting van world wide web?
A
worwidweb
B
worldwideweb
C
wowiwe
D
www

Slide 11 - Quizvraag

Wat betekent blz.?
A
bladzijde
B
blazen
C
billen laten zitten
D
brood laten zweven

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de afkorting van telefoon?
A
te
B
t
C
tel
D
tele

Slide 13 - Quizvraag

alstublieft

met behulp van
zo snel mogelijk
de heer
dhr. 
a.u.b.
m.b.v.
z.s.m.

Slide 14 - Sleepvraag

Wat is de afkorting van inclusief?
A
inc.
B
incl.
C
inclu.
D
in.

Slide 15 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
centimeter
A
cm
B
c.m.
C
c.m
D
CM

Slide 16 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
In verband met
A
ivm
B
in.v.b
C
i.v.m.
D
i.v.m

Slide 17 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
doctorandus
A
drs
B
DRS.
C
drs.
D
Drs

Slide 18 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
kilogram
A
KG
B
kg
C
k.g.

Slide 19 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
hectare
A
ha
B
HA
C
h.a.
D
ha.

Slide 20 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
dominee
A
ds
B
ds.
C
d.s.

Slide 21 - Quizvraag

Wat is de afkorting van:
onder andere
A
O.A.
B
OA
C
o.a.
D
oa

Slide 22 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
circa
A
ca
B
c.a.
C
c.a
D
ca.

Slide 23 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
dat wil zeggen
A
d.w.z.
B
dwz.

Slide 24 - Quizvraag

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
dat wil zeggen
A
d.w.z.
B
dwz.
C
dwz

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Video

Aan het werk.

Maken opdracht 6 t/m 10 van Woordenschat 2
Online bij Station.

Slide 27 - Tekstslide

Tot de volgende les....

Slide 28 - Tekstslide