In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Bijles Nederlands 3V
Dinsdag 20 april
Slide 1 - Tekstslide
SPELLING
Deze les:
Hoofdletters
Leestekens
Slide 2 - Tekstslide
SPELLING - HOOFDLETTERS + LEESTEKENS
Je schrijft een hoofdletter:
aan het begin van een zin
bij eigennamen: Klara, Albert Heijn, Ichthus College
bij bijvoeglijke naamwoorden die van aardrijkskundige namen zijn afgeleid: Griekse, Utrechtse.
Je schrijft een kleine letter:
bij samenstellingen met religieuze feesten: kerstboom, paashaas
bij religies, stromingen en afleiding daarvan: christenen, islamitische feestdag
bij windstreken: het zuiden, noordoost
bij namen van seizoenen, maanden en periodes: zomer, mei, de middeleeuwen.
Slide 3 - Tekstslide
Neem de woorden over en gebruik hoofdletters volgens de regels.
april - middeleeuwen - jarik de boer - bijbelverhaal - beatrixcollege
Slide 4 - Open vraag
Neem de woorden over en gebruik hoofdletters volgens de regels.
west-friesland - engelse drop - mw. e.g. van vliet - de film zwartboek
Slide 5 - Open vraag
Wat is de juiste spelling?
A
brandnetelkaas
B
Brandnetelkaas
Slide 6 - Quizvraag
Wat is de juiste spelling?
A
het westen
B
het Westen
C
Het Westen
Slide 7 - Quizvraag
Wat is de juiste spelling?
A
van goghstraat
B
Van goghstraat
C
van Goghstraat
D
Van Goghstraat
Slide 8 - Quizvraag
SPELLING - HOOFDLETTERS + LEESTEKENS
Je gebruikt leestekens om een tekst beter leesbaar te maken.
Na een zelfstandige, mededelende zin komt een punt:
Rome is de hoofdstad van Italië.
Wanneer je twee zinnen samenvoegt tot een nieuwe (langere) zin, gebruik je een komma. Die komma komt in zo'n langere zin:
tussen twee persoonsvormen
Omdat Anne niet van pizza houdt, kiest zij spaghetti.
voor maar, doordat, nadat, omdat, terwijl, want, voordat, zodat, zodra.
Sjaak zingt een liedje, terwijl hij onder de douche staat.
als je de delen van een zin niet los kunt uitspreken
Lena speelde viool, wat heel vals klonk.
Slide 9 - Tekstslide
SPELLING - HOOFDLETTERS + LEESTEKENS
Je gebruikt leestekens om een tekst beter leesbaar te maken.
Als twee zinnen sterk met elkaar samenhangen, kun je een puntkomma gebruiken, maar een punt mag ook.
Abdul snoeit alle bomen en struiken; hij helpt ons vaak met klusjes.
Als twee zelfstandige zinnen samenhangen, vormt de tweede zin soms een toelichting bij de eerste zin. In dat geval verbind je de zinnen met een dubbele punt. (Je kunt de dubbele punt vervangen door een komma + want).
Dion ging naar de tandarts: er is een stukje van zijn tand afgebroken.
Bij de directe rede/citaten gebruik je aanhalingstekens.
'Kun jij morgen koken?' vroeg Kees aan Margriet.
'Morgen open ik het nieuwe zwembad', kondigde de wethouder aan.
'Als jij mijn band plakt,' zei Bram, 'zal ik jouw kamer opruimen.'
Slide 10 - Tekstslide
Pak papier of gebruik WORD. Neem de zinnen over en gebruik hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
merel wil jij vanavond op sam passen als wij bij de familie van leersum zijn vroeg haar vader
vaak stellen we dingen uit omdat we denken dit kan wel wachten tot morgen
enig riep de opticien uit deze bril van gucci staat u geweldig
in mijn boek het nieuwe dieet vertel ik hoe je snel kunt afvallen zonder hongergevoel zei de franse schrijfster
op de deur van reisbureau holiday hangt een briefje met de tekst wegens omstandigheden gesloten
Slide 11 - Tekstslide
Pak papier of gebruik WORD. Neem de zinnen over en gebruik hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
‘Merel, wil jij vanavond op Sam passen als wij bij de familie Van Leersum zijn?’, vroeg haar vader.
Vaak stellen we dingen uit, omdat we denken: dit kan wel wachten tot morgen.
’Enig,’ riep de opticien uit, ‘deze bril van Gucci staat u geweldig!’
‘In mijn boek ‘Het nieuwe dieet’ vertel ik hoe je snel kunt afvallen zonder hongergevoel’, zei de Franse schrijfster.
Op de deur van reisbureau Holiday hangt een briefje met de tekst ‘Wegens omstandigheden gesloten’.
Slide 12 - Tekstslide
Neem de zin over en plaats hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
in de kast liggen allerlei bordspellen cluedo catan en andor
Slide 13 - Open vraag
Neem de zin over en plaats hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
hé benno vroeg wouter hoe is het nu met je knie
Slide 14 - Open vraag
Neem de zin over en plaats hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
klaartje en lodewijk riep mevrouw van de wiel leveren jullie die spiekbriefjes maar gauw bij mij in
Slide 15 - Open vraag
Neem de zin over en plaats hoofdletters, leestekens en aanhalingstekens volgens de regels.
eten jullie met pasen nog steeds van die kerstkransjes van belgische chocola die jullie in antwerpen gekocht hebben anouk