les 4

Les 3
De jongen moet opstaan
Welke jongen moet opstaan?
De jongen met het blonde haar en mooie bril moet opstaan
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Les 3
De jongen moet opstaan
Welke jongen moet opstaan?
De jongen met het blonde haar en mooie bril moet opstaan

Slide 1 - Tekstslide

Het onderwerp
Hoe vind je het onderwerp?

Wie moet opstaan?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Onderwerp?
De landkaart van Europa hangt aan de muur

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin?
De persoonsvorm
het onderwerp
Mijn voetbal
is
gevallen
 in de sloot

Slide 5 - Sleepvraag

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin?
De persoonsvorm
het onderwerp
Morgen
willen
mijn ouders
naar het strand

Slide 6 - Sleepvraag

Wat is de persoonsvorm in de zin? En wat is het onderwerp? 
Mijn opa
heeft
een sneeuwbal gegooid.
Persoonsvorm
onderwerp

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin?
De persoonsvorm
het onderwerp
Gisteren
dronken
Stan en ik
 cola

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin?
De persoonsvorm
het onderwerp
De appels
hangen
aan de boom
 al

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp? (OW)

Marina legt het onderwerp uit.
A
Marina
B
legt
C
het onderwerp
D
uit

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het onderwerp?

'Ik kan nu het onderwerp uit een zin halen.'
A
Ik
B
kan
C
het onderwerp
D
een zin

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het onderwerp?

Meester Gijs legt het onderwerp uit.
15
A
Meester Gijs
B
legt
C
het onderwerp
D
uit

Slide 12 - Quizvraag

Het onderwerp vind je door:
timer
0:40
A
De vraag: wie (of wat) + persoonsvorm
B
De zin vragend te maken
C
Alle werkwoorden in de zin
D
De vraag aan (of voor) wie + onderwerp + gezegde

Slide 13 - Quizvraag

Aan de slag
Verwerken taal week 1 les 4
timer
1:00

Slide 14 - Tekstslide