Er zijn drie accenten; ze komen bijna alleen voor op de letter e:
1. accent aigu: café, passé;
2. accent grave: caissière, fin de siècle;
3. accent circonflexe: gemêleerd, moment suprême.
Veel minder vaak komen ze voor op andere letters:
– twee à drie schepjes, maître
Het accent aigu wordt ook gebruikt om een woord(deel) te benadrukken. Het staat dan op alle klinkers van de lettergreep, behalve als het om drie opeenvolgende klinkers gaat: dan krijgen alleen de eerste twee klinkers een klemtoonteken (móói, ééuw).
– Sander heeft geen twéé fietsen, maar drie!