Kennistoets | Sociaal-maatschappelijke Dimensie 2023-2024

Kennistoets | Sociaal-maatschappelijke Dimensie
Succes allemaal! 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Kennistoets | Sociaal-maatschappelijke Dimensie
Succes allemaal! 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent discriminatie?
A
Onterecht verschil maken in de behandeling van mensen
B
Overdreven beeld van een groep mensen
C
Passen nieuwkomers zich aan de dominante cultuur, maar houden ook hun eigen
D
Een oordeel over iemand of iets zonder dat je feiten of de persoon kent.

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk grondwetsartikel staat het verbod op discriminatie?
A
Artikel 1
B
Artikel 7
C
Artikel 10
D
Artikel 23

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welk van onderstaande situaties is er sprake van discriminatie?
A
B
C
D

Slide 4 - Quizvraag

Leerlingen bekijken de 4 situaties en beslissen of hier sprake is van discriminatie. Bij D is sprake van een vooroordeel of valse aanname, bij C is duidelijk sprake van discriminatie en A en B zijn discutabel.

A = Vooroordeel, in principe gaat het hier nog niet om discriminatie. Tijdens een intern overleg wordt de aanmelding van een transgender besproken en wat daarmee te doen. De mening van de man is dat deze aanmelding moet worden afgewezen en hij maakt hierbij een discriminerende opmerking. Als degene die zich heeft aangemeld daadwerkelijk wordt afgewezen vanwege het feit dat hij/zij/x transgender is, dan is er sprake van discriminatie.

B = Vooroordeel, in principe gaat het hier nog niet om discriminatie. De winkeleigenaar denkt dat hij de twee jongens (omwille hun uiterlijk) extra in de gaten moet houden. Op dit moment is er nog geen sprake van ongelijke behandeling. Gaat de winkeleigenaar de jongens ná hun bezoek aan de winkel fouilleren en anderen niet, dan is er sprake van discriminatie.

C = Discriminatie, hier is duidelijk sprake van ongelijke behandeling. De witte vader en zoon zijn welkom bij de club en de anderen vader en zoon worden, zonder reden die er toe doet, op de wachtlijst geplaatst. 

D = Vooroordeel of valse aanname, een veelvoorkomende opmerking die als pijnlijk kan worden ervaren. De witte vrouw prijst de vrouw met hoofddoek voor haar goede Nederlands. Er van uit gaande dat de vrouw met hoofddoek niet geboren zou zijn in Nederland, een gedachte die baseert op een valse aanname of vooroordeel.
Is in deze situatie sprake van discriminatie?
A
Ja, er is sprake van discriminatie
B
Nee, er is geen sprake van discriminatie
C
Nee , geen discriminatie maar er is sprake van racisme.
D
Weet niet

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is in deze situatie sprake van discriminatie?
A
Ja, er is hier sprake van discriminatie
B
Nee, er is geen sprake van discriminatie
C
Nee , hier is sprake van racisme
D
Weet niet

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is in deze situatie sprake van discriminatie?
A
Ja, er is sprake van discriminatie
B
Nee, er is geen sprake van discriminatie
C
Nee, er is geen sprake van discriminatie maar van racisme
D
Weet niet

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke situatie kunnen we spreken van discriminatie?
A
Iemand aanspreken op ongewenst gedrag.
B
Iemand buitensluiten door ongewenst gedrag.
C
Iemand voortrekken op basis van capaciteiten.
D
Iemand aannemen op basis van geslacht.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aangeboren
eigenschappen
Aangeleerde 
eigenschappen
Bruine ogen
Krullen
Piano spelen
Moedertaal
Snel boos
Geduldig zijn

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat bedoelen we met "meer diversiteit" in een bedrijf?
Geef 2 voorbeelden van hoe diversiteit zich kan tonen op het werk.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een traditie?
A
Iets wat je morgen gaat doen.
B
Iets wat je gisteren gedaan hebt.
C
Iets wat je elk jaar hetzelfde doet op een afgesproken dag.
D
Iets wat je 5 jaar geleden gedaan hebt.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn veel tradities en gewoonten. Wat vier je eigenlijk op Koningsdag?
A
De verjaardag van Koning Willem Alexander
B
De verjaardag van Wilhelmina
C
De oprichting van het Huis van Oranje
D
De verjaardag van voormalige Koningin Beatrix

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de vijf grootste godsdiensten in de wereld?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem tenminste 3 voornaamste redenen voor migratie.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Naast immigreren, kennen we ook emigreren. Wat betekent emigreren?
A
Verhuizen naar een andere woonplaats.
B
Een land binnenkomen om er te gaan wonen.
C
Je land verlaten om in een ander land te gaan wonen.
D
Verhuizen naar Nederland.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent segregratie?
A
Volledig aanpassen aan de nieuwe cultuur
B
Per cultuur van elkaar gescheiden
C
Aanpassen met behoud van eigen cultuur

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip past het beste bij de afbeelding?
A
Intergratie
B
Segregratie

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Integratie of segregratie?
A
Integratie
B
Segregratie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Allochtoon
B
Autochtoon

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Allochtoon
B
Autochtoon

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wordt het aanleren van normen en waarden genoemd?
A
Educatie
B
Socialisatie
C
Leerproces

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang duurt het proces van socialisatie?
A
Tot de adolescentie
B
Je hele leven
C
Alleen in de kindertijd

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Normen en waarden zijn cultuurkenmerken. Wat zijn normen?
A
Gedragsregels
B
Opvattingen over wat belangrijk is
C
Straffen
D
Beloningen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is "Respect" een norm of een waarde?

A
Norm
B
Waarde

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Opstaan voor ouderen en zwangere in de tram"

Is dit een norm of waarde?
A
Norm
B
Waarde

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt tolerantie in?
A
Het vermijden van mensen met andere meningen
B
Bereidheid om met anderen samen te leven ondanks verschillen
C
Het opleggen van eigen overtuigingen aan anderen

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Discriminatie
Gelijkheid
Vooroordeel
Stereotype
Beeld van een groep mensen dat vaak niet klopt. met de werkelijkheid: te eenvoudig of juist overdreven. 
Mening over een persoon of groep die niet op feiten is gebaseerd
Het niet behandelen op hetzelfde niveau of het achterstellen van een groep mensen vanwege kenmerken en eigenschappen
Het begrip dat een ieder op hetzelfde level behandeld wordt, met dezelfde rechten. 

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is cultuur?
A
Een groep mensen met tradities
B
Een groep mensen met normen en waarden
C
Alle normen, waarden en gewoonten van een groep samen
D
Alle normen en waarden bij elkaar

Slide 28 - Quizvraag

Cultuur = Een groep mensen met dezelfde normen, waarden en gewoonten
Wat betekent een subcultuur?
A
De cultuur van een kleine groep mensen binnen de dominante cultuur
B
Een samenleving die 'veel vorming' of 'veel kleurig'.
C
Iemand dat tot een bepaalde volk behoort.
D
De waarde, normen en gewoontes van de meeste mensen in het land.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Subcultuur
Dominante cultuur
Turken
Marokkaans
Sinterklaas
Kerstmis
Skaters
Hipsters
Vrijheid van meningsuiting

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt bedoeld met "groepsgedrag"?
A
Individueel gedrag in nieuwe situaties
B
Het gedrag van een individu in verschillende groepen
C
Het gedrag dat wordt aangenomen om bij een specifieke groep te passen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt bedoeld met de term 'kuddegedrag'?
A
Positief gedrag dat door een groep wordt overgenomen
B
Negatief gedrag dat wordt aangenomen zonder kritisch denken
C
Individueel gedrag dat afwijkt van de groep

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vonden jullie van de toets over Sociaal maatschappelijk dimensie? Licht je antwoordt toe

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit was het einde van de kennistoets

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies