Formatief 7.1 en 7.2

Formatief
14 korte vragen (en keuze voor vraag 15 en 16).
-> Gericht op feiten kennis
-> Enkele toepassingsvragen 
NIET OP SE niveau, maar op basis kennis- toepassingsniveau. 
Je krijgt in deze les een cijfer via LessonUp

15 en 16 zijn vragen op SE niveau die niet meetellen voor het 'cijfer'.
Deze vragen kan jezelf nakijken.

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Formatief
14 korte vragen (en keuze voor vraag 15 en 16).
-> Gericht op feiten kennis
-> Enkele toepassingsvragen 
NIET OP SE niveau, maar op basis kennis- toepassingsniveau. 
Je krijgt in deze les een cijfer via LessonUp

15 en 16 zijn vragen op SE niveau die niet meetellen voor het 'cijfer'.
Deze vragen kan jezelf nakijken.

Slide 1 - Tekstslide

7.1 De verlichting

Slide 2 - Tekstslide

1.Welk begrip wordt hier omschreven:
Toepassing van het verstand (de rede)

Slide 3 - Open vraag

2.Verlicht denken werd in de samenleving toegepast op:
A
godsdienst/politiek
B
economie/ sociale verhoudingen
C
opvoeding/godsdienst
D
alle antwoorden zijn goed.

Slide 4 - Quizvraag

3.Waren de verlichters hier voor of tegen?
Verlichters zijn voor
Verlichters zijn tegen
Vrijheid van meningsuiting
Ongelijkheid
Vrijheid van godsdienst
Gelijke rechten voor iedereen

Slide 5 - Sleepvraag

4.Zet de uitspraken in de juiste kolom
Een idee vóór de verlichting
Een idee van de verlichte denkers
Alle gebeurtenissen in het leven kun je logisch uitleggen
In Frankrijk moet iedereen een katholiek zijn
God regelt alles wat in het leven van mensen gebeurt
In Frankrijk moeten mensen zelf bepalen wat ze geloven

Slide 6 - Sleepvraag

5.Van welke denker is dit idee?

'Vorsten krijgen hun macht niet van God, maar van het volk'

A
Voltaire
B
Montesquieu
C
Diderot
D
Locke

Slide 7 - Quizvraag

6.Van welke denker is dit idee?

'De macht van een overheid bestaat uit drie onderdelen die moeten worden verdeeld.'

A
Voltaire
B
Montesquieu
C
Diderot
D
Locke

Slide 8 - Quizvraag

7.2 Het ancien régime

Slide 9 - Tekstslide

7.Wat is geen stand in de standensamenleving?
A
Koning
B
Adel
C
Geestelijkheid
D
Boeren en Burgers

Slide 10 - Quizvraag

8.Wat was de Eerste Stand?
A
Adel
B
Boeren
C
Burgers
D
Geestelijkheid

Slide 11 - Quizvraag

9.Wat was de Tweede Stand?
A
Adel
B
Boeren
C
Burgers
D
Geestelijkheid

Slide 12 - Quizvraag

10. Wat was de Derde Stand?
A
Adel
B
Boeren
C
Burgers
D
Geestelijkheid

Slide 13 - Quizvraag

11. WAAR OF NIET WAAR
Als je in stand 2 zat was het makkelijk om naar stand 1 te komen, maar voor stand 3 was dit lastiger.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 14 - Quizvraag

Verlichte denk ideeën
Onverlichte denk ideeën

Slide 15 - Sleepvraag

13. Wat is verlicht absolutisme
(2 antwoorden zijn goed)
A
Een regeerwijze waarbij de vorst, de absolute macht in handen heeft, maar probeert om zonder inspraak van het volk hervormingen door te voeren
B
Het systeem dat Frederik en Catherina de Grote in Pruisen en Rusland invoerden en dat Frankrijk juist niet wilde invoeren.
C
Ideeën die dankzij rationeel redeneren ontstonden en die tot doel hadden een betere samenleving te creëren
D
Het vertrouwen dat de samenleving beter en eerlijker kan worden door het gebruik van ratio

Slide 16 - Quizvraag

14. Welke zin past het best bij verlicht absolutisme
A
"De staat dat ben ik" door Lodewijk XIV
B
"De zon en maan schijnen vooral voor mij" Lodewijk XVI
C
Alles voor het volk, maar niets door het Volk, door Frederik de Grote
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 17 - Quizvraag

Nu volgen 2 vragen op SE/CE  niveau.
Deze vragen tellen niet mee voor het 'cijfer', omdat ze niet nagekeken worden. Wel kan je ze zelf nakijken.

Slide 18 - Tekstslide

15. Bekijk de afbeelding. De man met de wandelstok is Frederik de Grote van Pruisen.
-> Bij welk kenmerkend aspect past de afbeelding, leg je antwoord uit aan de hand van de bron (2).

Slide 19 - Open vraag

16. In 1781 bepaalde keizer Jozef II voor zijn Oostenrijkse gebieden dat:
1 iedere onderdaan het recht kreeg zijn vroegere meester te verlaten en
elders werk te zoeken en
2 alle onderdanen voortaan zelf konden kiezen welk ambacht zij wilden
leren. --> Op grond van deze maatregelen kun je Jozef II een verlicht vorst noemen.
Geef bij elke maatregel aan door welk verschillend Verlichtingsideaal Josef II zicht liet leiden. (2p)
Jozef II zich liet leiden. (2p) [2018 tijdvak 1, vraag 9]

Slide 20 - Open vraag