Heb je een onvoldoende bij test jezelf dan maak je onderstaande opdrachten die bij dat leerdoel horen:
6.2.4 Maak opdracht: 5 + 6
6.2.5 Maak opdracht: 8 + 9
Slide 3 - Tekstslide
Na deze les:
Kun je uitleggen wat een biologisch evenwicht is.
Kun je uitleggen hoe soorten ahankelijk zijn van elkaar voor voedsel, een schuilplaats en voortplanting.
Slide 4 - Tekstslide
Biotisch en abiotisch
Abiotische = niet-levende invloeden
Biotische= invloeden uit de levende natuur
Slide 5 - Tekstslide
niveaus van de ecologie
- Individu (1 organisme)
- Populatie (groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplanten)
- Levensgemeenschap (verschillende populaties in een bepaald gebied)
- Ecosysteem (biotoop + levensgemeenschap)
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Video
Populatiegrootte
De populatiegrootte is het aantal organismen in een populatie. De populatiegrootte hangt af van de invloeden uit de omgeving, dus van biotische en abiotische factoren.
Slide 8 - Tekstslide
ALs alle biotische en abiotische factoren in een ecossteem gunstig zijn voor een populatie, is de kans groot dat een populatie groeit.
Slide 9 - Tekstslide
Biologisch evenwicht
Biologisch evenwicht schommelen van populatiedichtheid om een evenwichtswaarrde
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Relaties tussen soorten
Mutualisme:
Relatie waarbij beide soorten voordeel hebben ( win win)
Slide 13 - Tekstslide
Mutualisme
Beide soorten hebben voordeel van de symbiose (samenlevingsvorm)
+ +
Korstmos: Schimmel + algen
Kunnen niet zonder elkaar leven
Slide 14 - Tekstslide
commensalisme
Een organisme heeft voordeel en het andere organisme heeft geen voordeel en geen nadeel dit noem je commensalisme
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Parasitisme
Parasiet - Gastheer
Teek
Zombieschimmel
Warkruid (geen bladgroen)
Slide 17 - Tekstslide
Relaties tussen soorten (symbiose)
Symbiose
Soort A
Soort B
Mutualisme
Voordeel
Voordeel
Commensalisme
Voordeel
-
Parasitisme
Voordeel
Nadeel
Slide 18 - Tekstslide
Beide soorten hebben voordeel van de symbiose
Eén soort heeft een voordeel en de ander heeft geen nadeel
Eén soort heeft een nadeel, en de ander heeft een voordeel
Commensalisme
Parasitisme
Mutualisme
Symbiose
Slide 19 - Sleepvraag
Aan de slag
Hoofdstuk 6
Basisstof 3 samenleven
Maken opdracht: 1 + 3+ 7 + 8 (blz. 201)
Slide 20 - Tekstslide
Thema 6 Ecologie en duurzaamheid
Slide 21 - Tekstslide
Werken met Lessonup
Ga naar Lessonup.com
Vul rechtsboven de pin-code in
Vul je eigen naam in
We kunnen beginnen!!
Slide 22 - Tekstslide
Huiswerk controleren
Nog niet af
Slide 23 - Tekstslide
Na deze les:
Kun je uitleggen hoe soorten ahankelijk zijn van elkaar voor voedsel, een schuilplaats en voortplanting.
Slide 24 - Tekstslide
Samenleven
Relaties in en tussen populaties:
- Concurrentie:
competitie partner, plek voedsel
- Samenwerken/ afspraken maken:
jagen (leeuwen), verdedigen (vissen)
mieren (taakverdeling kolonie).
Stokstaartje houdt de wacht
Slide 25 - Tekstslide
Samenleven
Relaties: met soortgenoten
Gaat altijd om voedsel en voortplanten. Hierbij kan competitie (concurrentie) of samenwerking plaatsvinden.
De relaties lopen alleen soepel als er 'afspraken' staan over rangorde (apen), territorium (wolf), staten (bijen).
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Video
Concurrentie
In de video zagen we concurrentie:
Dat wil zeggen dat twee organismen strijden om dezelfde voedselbron of schuilplaats.
Slide 28 - Tekstslide
Relaties binnen populatie: concurrentie
Rangorde: Eén dier is dan de baas.
Territorium: Gebied waar één dier leeft, of een groep dieren van dezelfde soort. Andere soortgenoten mogen er niet in.
Paarvorming: Mannetje en een vrouwtje werken samen om zich voort te planten.
Slide 29 - Tekstslide
Relaties binnen populatie: samenwerken
Paarvorming: Mannetje en vrouwtje vormen een paar voor voortplanting.
Slide 30 - Tekstslide
Relaties tussen soorten: Symbiose
Symbiose = langdurige relatie tussen individuen van
verschillende soorten.
Mutualisme: beide individuen voordeel van relatie
Commensalisme: 1 individu voordeel, ander neutraal
Concurrentie: dat wil zeggen dat twee organismen strijden om dezelfde voedselbron of schuilplaats.
Slide 31 - Tekstslide
Slide 32 - Tekstslide
Beide soorten hebben voordeel van de symbiose
Eén soort heeft een voordeel en de ander heeft geen nadeel
Eén soort heeft een nadeel, en de ander heeft een voordeel
Commensalisme
Parasitisme
Mutualisme
Symbiose
Slide 33 - Sleepvraag
Zet de verschillende soorten gedrag in de juiste kolom.
Samenwerken
Concurrentie
Territorium aangeven
Paarvorming
symbiose
Parasitisme
Slide 34 - Sleepvraag
De populatiegrootte is afhankelijk van een aantal factoren.
Sleep de termen naar de juiste plaats in het schema.
populatiegrootte
immigratie
sterftecijfer
geboortecijfer
emigratie
Slide 35 - Sleepvraag
TEST JEZELF
Ga naar magister
Leermiddelen
H6 Ecologie en duurzaamheid
Basisstof 3
Helemaal onderaan --> test jezelf
Slide 36 - Tekstslide
Aan de slag
Iedereen maakt opdracht 3, 6 t/m 8 (blz. 205)
Heb je een onvoldoende bij test jezelf dan maak je onderstaande opdrachten die bij dat leerdoel horen: