Les 9 5-2 Bouazza schrijfopdracht, stijlfiguren (hfst 5), dialoog vervolg (luckytv)

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Welkom
Op tafel:  
Hand- en oefenboek Kern
map,  pen ,
laptop

Ga in STILTE lezen en schrijf tijd en ruimte op


timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Agenda 

1. Numo (tijd over)
2. Lezen leesboek (al gedaan)
3. Hoofdstuk 5 B aantrekkelijk schrijven
4. Schrijfopdracht Bouazza
5. Dialoog schrijven 

Actieve werkhouding

Slide 3 - Tekstslide

Regels les
- Als ik spreek, is het stil
- Steek je hand op als je iets wil vragen
- We luisteren naar elkaar
- We respecteren elkaars leerproces
! Actieve Werkhouding!

Slide 4 - Tekstslide

Aan het einde van de les
- Heb je een stukje geschreven over 'Paravion' van Bouazza
- Je hebt geoefend met NUMO
- Heb je gelezen in je boek
- Heb je geoefend met het schrijven van dialogen
- Heb je geleerd hoe je aantrekkelijk kunt schrijven (stijlfiguren)

Slide 5 - Tekstslide

Periode 2 
Oefenboek
Handboek 
Hst 2 Fictie en werkelijkheid 
A, B, C, D (E, F) G 
Taal en Cultuur - Verhalen hst 12
Taalgebruik- hst 14-19 
Verhalen - Plot en andere literaire begrippen hst 8-10 
Hst 5 Vermaken & ontroeren 
A, B, C, D (E) F  
Taal & Cultuur - Humor en spot hst 15
Verhalen en gedichten - Beeldspraak hst 16 
Werkwoordspelling B
Hoofdletters en leestekens D
Taalverzorging - Werkwoordspelling hst 5 
Taalverzorging -  Hoofdletters en Leestekens - hst 8, 9


Numo 5.5 uur

Slide 6 - Tekstslide

Stijlfiguren - Hoofdstuk 5
eufemisme - litotes - understatement - hyperbool

Ik leg elk stijlfiguur uit.
Ik noem een voorbeeld bij elk stijlfiguur.
Ik wijs aan in verschillende zinnen welk stijlfiguur erin is verwerkt.

Slide 7 - Tekstslide

Eufemisme
Je gebruikt een eufemisme (ui - fe - mis - me) als je iets wilt verzachten. 

Bijvoorbeeld: 
Mijn opa is overleden.                     
Ik zit tussen twee banen in. 

Slide 8 - Tekstslide

Litotes
Bij een litotes (li - to - tès) zeg je iets door het tegenovergestelde ervan te ontkennen.
Bijvoorbeeld:
Zo, die is niet lelijk!
Dat lijkt me geen gemakkelijke taak. 

Slide 9 - Tekstslide

Understatement
Bij een understatement (Engels uitgesproken) zwak je iets opzettelijk heel erg af. Het is eerder versterkend of ironisch bedoeld, dus anders dan een eufemisme. 

Bijvoorbeeld:
Einstein wist wel het een en ander van natuurkunde. 
Elon Musk heeft wel een aardig zakcentje verdiend met zijn Tesla's. 

Slide 10 - Tekstslide

Hyperbool
Een hyperbool (hie - per - bool) betekent een overdrijving. In dit geval maak je iets opzettelijk veel groter dan iets werkelijk is. 
Bijvoorbeeld:
Ik sta hier al een eeuwigheid op jou te wachten!
Hij schrok zich dood. 

Slide 11 - Tekstslide

Waarvan zie je hier een voorbeeld?

Hij huilde een zwembad vol tranen.
A
eufemisme
B
litotes
C
understatement
D
hyperbool

Slide 12 - Quizvraag

Waarvan zie je hier een voorbeeld?

Mijn hondje is gisteren ingeslapen.
A
eufemisme
B
litotes
C
understatement
D
hyperbool

Slide 13 - Quizvraag

Waarvan zie je hier een voorbeeld?

Dat lijkt me geen gek idee.
A
eufemisme
B
litotes
C
understatement
D
hyperbool

Slide 14 - Quizvraag

Waarvan zie je hier een voorbeeld?

Het duurde tien jaar voordat je me eindelijk eens terugbelde.
A
eufemisme
B
litotes
C
understatement
D
hyperbool

Slide 15 - Quizvraag

Even een schrijfopdracht om erin te komen
- Ik lees voor. Jij luistert.
- Hoe loopt dit verhaal af denk je?
- Schrijf het op in een paar regels.
- We bespreken het samen.
timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Wat is een dialoog?

-Een dialoog is een gesproken of geschreven gesprek tussen twee of meer personen.
 Bij een monoloog is er één persoon aan het woord, met of zonder luisteraars (bijv. een toespraak of voice-over).





Slide 17 - Tekstslide

Ik zag zojuist:
A
een monoloog
B
een dialoog
C
een groepsgesprek

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een monoloog?
A
discussie
B
gesprek
C
debat
D
presentatie

Slide 19 - Quizvraag

Zelf dialoog herkennen of schrijven 
1. Directe rede:  De docent zei: "Doe je telefoon weg en ga fatsoenlijk zitten."
2. Indirecte rede: De docent zei dat Sara haar telefoon weg moest doen en moest gaan zitten. 
3. Parafraseren: Sarah moest van de docent haar telefoon wegdoen en fatsoenlijk gaan zitten. 

Slide 20 - Tekstslide

Regieaanwijzingen
Schrijf voorafgaand aan dit bericht een regieaanwijzing. 

In volgende slide.

Slide 21 - Tekstslide

Regieaanwijzing: wat is dat?

Slide 22 - Open vraag

Voorbeeld
Vooraf (regieaanwijzing): 
Kiki staat in een weiland in de zon. Valentijn komt aanlopen. 
dan =>
Na afloop: Valentijn loopt hoofdschuddend weg.

Slide 23 - Tekstslide

Regieaanwijzing

Extra informatie over wat er om het gesprek  heen gebeurt

Kan over toon, wie het zegt etc

Slide 24 - Tekstslide

Een script

> Het script geeft aan wat er in het stukje gezegd moet worden. 

=> scenario + dialoog + regieaanwijzingen

Slide 25 - Tekstslide

Bedenk
Wat wil je in jouw dialoog (gebaseerd op de column)?
Wie zegt dat tegen wie?
Hoe zeggen zij dat?
Denk aan directe/indirecte rede en aanwijzingen. 
Bedenk wat er voorafgaan of na afloop van de dialoog gebeurt.
Tussen 120 en 300 woorden. Inclusief leestekens 

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Opdracht dialoog
- Schrijf een nieuwe dialoog op basis van het filmpje
- niet meer dan 150 woorden
- overleg op FLUISTERtoon
- Vragen? Steek je hand op.
- We gaan het samen bespreken
timer
10:00

Slide 28 - Tekstslide

Aan het einde van de les
- Heb je een stukje geschreven over 'Paravion' van Bouazza
- Je hebt geoefend met NUMO
- Heb je gelezen in je boek
- Heb je geoefend met het schrijven van dialogen
- Heb je geleerd hoe je aantrekkelijk kunt schrijven (stijlfiguren)

Slide 29 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste dat je vandaag hebt geleerd?

Slide 30 - Open vraag