In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Inhoud verkorten en samenvatten
Slide 1 - Tekstslide
Bedenk één situatie waarin je een samenvatting zou maken.
Slide 2 - Woordweb
In je tijd hier op school, maar ook tijdens je hogere studies en in je werkleven zal je nog veel informatie moeten verwerken.
Dan is het handig om samenvattingen te maken. Die helpen je de tekst te verwerken en hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Zo kan je effectiever leren.
Slide 3 - Tekstslide
Hoe ga jij te werk? Waar let jij op tijdens het samenvatten? Noteer in kernwoorden.
Slide 4 - Woordweb
1.11 Inhoud verkorten en samenvatten: topische vragen
Je kent de volgende begrippen: W-vragen, H-vraag, topische vragen.
Je kunt de betekenis van die begrippen uitleggen.
Je kunt de begrippen toepassen in oefeningen.
Je kunt onderzoeken hoe de zender van een boodschap die vragen al dan niet gebruikt om de inhoud van zijn boodschap te bepalen.
Je kunt de vragen zelf gebruiken om een duidelijke boodschap te formuleren.
1.13 Inhoud verkorten en samenvatten: sleutelwoorden en kernzinnen
Je kent de volgende begrippen: sleutelwoord, kernzin.
Je kunt de betekenis van die begrippen uitleggen.
Je kunt de begrippen toepassen in oefeningen.
Je kunt sleutelwoorden en kernzinnen herkennen.
Je kunt onderzoeken en evalueren hoe de schrijver van een zakelijke tekst sleutelwoorden en kernzinnen gebruikt.
Je kunt zelf een tekst schrijven waarin je sleutelwoorden en kernzinnen gebruikt.
Slide 5 - Tekstslide
Een goede samenvatting...
Is kort en bondig
Bevat de hoofdpunten van het verhaal (topische vragen)
Bevat geen onnodige details
Bevat geen persoonlijke meningen/aanvullingen
Slide 6 - Tekstslide
Geef alle topische vragen. Tip: W-vragen en H-vraag
Slide 7 - Woordweb
Op welke plaats vind je zeker géén kernzin in een alinea?
A
in het midden
B
helemaal aan het begin
C
helemaal aan het einde
Slide 8 - Quizvraag
Waar vind je geen hoofdzaken?
A
in de inleiding en slot
B
in de titel en tussentitels
C
in de kernzinnen
D
Geen enkel antwoord is juist.
Slide 9 - Quizvraag
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Lees de tekst globaal. Bepaal het onderwerp en de hoofdgedachte.
Lees de tekst intensief. Stel de WH-vragen. Let op sleutelwoorden en kernzinnen.
Schrijf de hoofdzaken op.
Maak een logisch geheel van de losse zinnen.
Controleer op taalfouten.
Slide 10 - Sleepvraag
DUS:
Stap 1: Lees de tekst globaal. Bepaal het onderwerp en de hoofdgedachte van de tekst.
Stap 2: Lees de tekst intensief. Stel de WH-vragen. Let hierbij op sleutelwoorden en kernzinnen.
Stap 3: Schrijf de hoofdzaken op.
Stap 4: Maak een logisch geheel van de losse zinnen.
Stap 5: Controleer op taalfouten.
Slide 11 - Tekstslide
Controleer je samenvatting.
Staat de belangrijkste boodschap in je samenvatting?
Staan alle hoofdzaken in je samenvatting?
Heb je geen bijzaken opgenomen?
Heb je een logisch geheel van de samenvatting gemaakt?
Is de samenvatting volledig?
Pas je samenvatting zo nodig aan.
Slide 12 - Tekstslide
Opdracht 1
Werk in groepjes van 2.
Eén iemand neemt de strip en leest, de ander noteert kernzinnen en kernwoorden.
Vat samen het verhaal samen in +/- 15 zinnen.
Slide 13 - Tekstslide
Opdracht 1
Duwtje in de rug...
Een goede samenvatting over een verhaal volgt een logische opbouw:
Inleiding: Wie zijn de hoofdpersonages? Waar en wanneer speelt het verhaal zich af?
Probleem/Conflict: Wat is het centrale probleem of avontuur in het verhaal?
Belangrijke gebeurtenissen: Welke stappen ondernemen de hoofdpersonages om het probleem op te lossen?
Climax: Wat is het spannendste moment in het verhaal?
Afloop: Hoe eindigt het verhaal? Is het probleem opgelost?
timer
10:00
Slide 14 - Tekstslide
Opdracht 2
Werk met iedereen in jouw groepje samen.
Vergelijk de 2 samenvattingen. Duid met groen aan wat goed is. Schrap wat niet goed is.
Maak met alle goede elementen jullie samenvatting voor op de muurkrant.
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.