In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Today
- Grammar (Quantifiers)
- Exercises on paper
- Blooket!
Slide 1 - Tekstslide
Quantifiers (Hoeveelheidswoorden)
Either, Neither , each, all, every
both dogs
Each person
Slide 2 - Tekstslide
Good to know....
Quantifiers (hoeveelheidswoorden) zijn woorden die de hoeveelheid of het aantal van iets aangeven. Ze worden gebruikt om te beschrijven hoeveel of hoe weinig van een bepaald ding, persoon of groep er is.
Slide 3 - Tekstslide
Grammar
Both, either, neither, all, each, every
Twee personen, dieren of dingen
both, either, neither
Twee of meer personen, dieren of dingen
each
Drie of meer personen, dieren of dingen
all, every
Nadruk op individuele dingen
each
Nadruk op het geheel
every
Slide 4 - Tekstslide
Grammar
- Both → Beide
- Either → Eén van beide
- Neither → Geen van beide
- All → Alle
- Each → Elk / Ieder
- Every → Elke / Iedere
Slide 5 - Tekstslide
Both (beide) meervoud
Either (elk van beide) enkelvoud
Neither (geen van beide) enkelvoud
Gebruik: Bij twee personen, dieren of dingen
Both elements have to be included.
Both, either, neither, all, each, every
They can pick either story.
Neither watch is for sale.
Slide 6 - Tekstslide
Each (elke) enkelvoud
Gebruik:Twee of meer personen, dieren of dingen
He has a small tattoo on each arm.
Both, either, neither, all, each, every
Each year fewer cars are stolen in Britain.
Slide 7 - Tekstslide
All (alle)
Every (iedere/elke)
Gebruik: Meerdere personen, dieren of dingen
All the children in my class are from the same city.
Both, either, neither, all, each, every
He knows every song on this record.
Slide 8 - Tekstslide
Let op! Vaak kun je zowel each als every gebruiken.
Every student was allowed to come to the school dance.
Both, either, neither, all, each, every, none
Each bedroom has a separate bathroom.
Each individuele dingen
Every nadruk op het geheel
Slide 9 - Tekstslide
She has seen ... show in which her daughter starred.
A
both
B
each
C
every
D
all
Slide 10 - Quizvraag
... watches belong to Henry.
A
Both
B
Each
C
Neither
Slide 11 - Quizvraag
We can go to ... restaurant. I don't mind.
A
neither
B
both
C
either
D
all
Slide 12 - Quizvraag
I was ... tired and hungry when I arrived home.
A
all
B
each
C
neither
D
both
Slide 13 - Quizvraag
I have two cars, but ... is big enough. That will never fit!
A
either
B
neither
C
both
D
every
Slide 14 - Quizvraag
My mother reads ... of her children a book before they go to bed.