Problemen in de sociale interactie (contactstoornis)
Moeite met sociaal of persoonlijk contact. Bijvoorbeeld moeilijk vriendschappen kunnen sluiten en onderhouden. De manier van contact maken met anderen is opvallend anders.
Moeite om te begrijpen wat een ander van jou verwacht.
Het niet goed kunnen aanvoelen van andere mensen.
Weinig aandacht voor de ander. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in praten tegen iemand, in plaats van met iemand. Is de ander wel geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb? is een vraag die iemand met autisme zich niet zal stellen.
Geen oogcontact maken, dus langs iemand heen kijken.
Niet goed in staat zijn om met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen.
Andere eigenschappen van autisme staan hieronder genoemd.
2. Problemen in de communicatie
Vertraagde taalontwikkeling. Bijvoorbeeld niet praten tot het derde levensjaar.
Het taalbegrip schiet tekort. Zo wordt taal altijd letterlijk genomen, een sarcastische opmerking wordt niet herkend. Dubbele betekenissen of (woord)grapjes worden niet begrepen.
Eigenaardigheden in taalgebruik. Bijvoorbeeld te luid praten, eentonig praten, letterlijk herhalen van woorden (echolalie), zelf woorden maken (neologismen).
Grote moeite hebben in het gaande houden van gesprekken.
3. Ander (afwijkend) gedrag en beperkte interesses/belangstelling
Vasthouden aan eigen gewoonten en routines. Afwijken daarvan zorgt voor gedragsproblemen, zoals een paniekaanval of een woede uitbarsting.
Overgevoeligheid of juist helemaal niet gevoelig voor pijn, warmte en kou en geluiden.
Afwijkende motoriek. Houterig bewegen, veel met de handen zwaaien (praten met de handen).
Overmatige gerichtheid op een onderwerp en weinig tot geen belangstelling hebben voor andere onderwerpen.
De kenmerken van autisme zijn breed en divers. Omdat deze kenmerken van autisme in verschillende gradaties aanwezig kunnen zijn en ook op verschillende manieren 'tot uiting' kunnen komen maakt dat deze stoornis lastig te omschrijven is.