In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Sport
Hobby
Slide 1 - Tekstslide
Welche Sportarten kennt ihr?
Slide 2 - Woordweb
Wat doen Duitse jongeren zoal in hun vrije tijd?
Bekijk het volgende filmpje.
Hoeveel vrijetijdsbestedingen hoor je?
Schrijf in het Duits of Nederlands op.
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
A
reiten
B
malen
C
singen
D
tanzen
Slide 5 - Quizvraag
A
Fußball spielen
B
Volleyballen
C
Volleyball spielen
D
Tischtennis spielen
Slide 6 - Quizvraag
A
Volleyball spielen
B
Fußball spielen
C
Minigolf spielen
D
Schlittschuh laufen
Slide 7 - Quizvraag
A
reiten
B
Ski laufen
C
Rad fahren
D
malen
Slide 8 - Quizvraag
A
Rad fahren
B
Ski laufen
C
Eislaufen
D
tanzen
Slide 9 - Quizvraag
A
Leichtathletik machen
B
surfen
C
segeln
D
tanzen
Slide 10 - Quizvraag
A
Leichtathletik machen
B
surfen
C
segeln
D
tanzen
Slide 11 - Quizvraag
de wereldkampioen
A
der Kampioen
B
der Europameister
C
der Weltmeister
Slide 12 - Quizvraag
A
das Fußballfeld
B
der Sportverein
C
die Kondition
Slide 13 - Quizvraag
A
Tafeltennis spielen
B
Tischtennis spielen
C
Tischtennissen
Slide 14 - Quizvraag
A
gewinnen
B
üben
C
trainieren
D
singen
Slide 15 - Quizvraag
Woordenboek opdracht
Je ziet zo een aantal plaatjes langskomen waar een hobby/sport is afgebeeld.
Zoek de juiste Duitse vertaling op in jouw woordenboek.
Schrijf de vertaling op!
Slide 16 - Tekstslide
Wie heißt dieser Sport auf Deutsch?
Slide 17 - Open vraag
Wie heißt dieser Sport auf Deutsch?
Slide 18 - Open vraag
Wie heißt dieser Sport auf Deutsch?
Slide 19 - Open vraag
Wie heißt dieser Sport auf Deutsch?
Slide 20 - Open vraag
Wie heißt dieser Sport auf Deutsch?
Slide 21 - Open vraag
Die Mannschaft
Slide 22 - Tekstslide
Freistoß
A
gele kaart
B
gratis
C
vrije dag
D
vrije trap
Slide 23 - Quizvraag
Tor
A
middenstip
B
veld
C
goal / doel
D
lijn
Slide 24 - Quizvraag
Mauer
A
boer
B
muurtje
C
vrije trap
D
schwalbe
Slide 25 - Quizvraag
Schiedsrichter
A
verdediger
B
doelman
C
smid
D
scheidsrechter
Slide 26 - Quizvraag
Stürmer
A
verdediger
B
lijnrechter
C
aanvaller
D
kerstboom
Slide 27 - Quizvraag
Eigentor
A
last-minute-goal
B
goal in eigen doel
C
doelpunt
D
buiten spel
Slide 28 - Quizvraag
Je hebt net verschillende Duitse woorden geleerd die te maken hebben met voetbal/ sport/ hobby. Weet je er nog een paar ? Schrijf zo veel op als jij je kan herinneren.