Les 5.4 27 mrt

Welcome h3p!
1. Put your phone in the phonebag
2. Take your book and notebook out
3. Put your pencil case on your table. 



Today
  • Check homework exercises
  • Play Quizlet about idioom?
  • Explain grammar: men en er zinnen

  • Work on homework exercises
 
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welcome h3p!
1. Put your phone in the phonebag
2. Take your book and notebook out
3. Put your pencil case on your table. 



Today
  • Check homework exercises
  • Play Quizlet about idioom?
  • Explain grammar: men en er zinnen

  • Work on homework exercises
 

Slide 1 - Tekstslide

Check homework
GB page 17-18
Exercise 3

Slide 2 - Tekstslide

Check homework
GB page 35-36
Text 8 'The RSPCA'

Slide 3 - Tekstslide

Please take
your notebook in
front of you

Slide 4 - Tekstslide

Men / er zinnen
Men versloeg de tegenstanders met 1-0.   >   De tegenstanders werden verslagen met 1-0.




In het Engels vertaal je men en er niet! Je gebruikt juist het lijdend voorwerp
als onderwerp van je zin (passive):
Heeft de men-zin naast een lijdend voorwerp ook nog een meewerkend voorwerp? Dan mag je kiezen of je met LV of MV begint:
Men gaf haar de titel 'koningin'.   >   De titel koningin werd haar gegeven.
                                                                    >   Haar werd de titel koningin gegeven.




Er werd een bom gevonden in de trein.   >   Een bom werd gevonden in de trein.

Slide 5 - Tekstslide

Men / er zinnen
Men beweerde dat dit niet zou gebeuren.   >  It was said that this wouldn't happen.





Je mag 'men' met 'it' vertalen als:
  • Een zin bestaat uit twee delen die verbonden worden door 'dat'
  • In het eerste deel van de zin geen lijdend voorwerp staat
Een enkele keer heeft 'er' wel een vertaling (=daar / op die plek).
In zo'n geval is het enige werkwoord in de zin een vorm van 'to be'

Er waren veel mensen.   >  There were many people
Let op!
Let op!

Slide 6 - Tekstslide

Men / er zinnen
Nederlands
Tegenwoordige tijd (word/worden)

Verleden tijd (werd/werden)

Toekomende tijd (zal/zullen worden)

Voltooid tegenwoordige tijd (is/zijn)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (was/waren)




Engels (passive)
am/are/is + voltooid deelwoord

was/were + voltooid deelwoord

will be + voltooid deelwoord

has/have been + voltooid deelw.

had been + voltooid deelwoord

Slide 7 - Tekstslide

Stappenplan
  1. Zoek het lijdend voorwerp:    de verlamde man
  2. Zet het lijdend voorwerp voorop in de nieuwe zin:    The paralysed man
  3. Zoek alle werkwoorden in de zin:    hielp
  4. Bepaal in welke tijd deze werkwoorden staan:    hielp = verleden tijd
  5. Zet de tijd om volgens het tijdschema:    was/were + voltooid deelwoord
  6. Herschrijf de zin:    The paralysed man was helped with everything.
Men hielp de verlamde man met alles.

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan
  1. Zoek het lijdend voorwerp:    weinig doelpunten
  2. Zet het lijdend voorwerp voorop in de nieuwe zin:    Few goals
  3. Zoek alle werkwoorden in de zin:    zullen gescoord worden
  4. Bepaal in welke tijd deze werkwoorden staan:    toekomende tijd
  5. Zet de tijd om volgens het tijdschema:   will be + voltooid deelwoord
  6. Herschrijf de zin:    Few goals will be scored in that match.
Er zullen weinig doelpunten gescoord worden in die wedstrijd.

Slide 9 - Tekstslide

Do the exercises
Work on exercises
Finished?
- Study: Idioom hfst. 2, 4, 5, 9, 10, 11, 17, 19 + synoniemen
- Work on a different subject
Do: Exercise 1AB (GB page 19)
Do: Exercise 5 & 6 (page 56-57)

Slide 10 - Tekstslide