Writing - Informele brief 4BK

Writing - informal letter
Repeat the steps
How to earn a good grade
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Writing - informal letter
Repeat the steps
How to earn a good grade

Slide 1 - Tekstslide

Today's lesson
Practise writing an informal letter

Discuss how to get a good grade


Learning goal: I know what to
do to get a good grade next week!

Slide 2 - Tekstslide

Let's get to work!
Answer the following questions about the 'conventions' of a letter.

Je doet mee aan een e-mail project op jouw school. Elke week krijg je een e-mail van Marvin uit Birmingham.

Slide 3 - Tekstslide

Let's get to work
Deze week stond daarin onder andere dit verhaal:

Yesterday I was playing music on my phone during class. My teacher walked past so I hid it under my desk and pretended to get on with my work. I’m a bit tall for the desk, so my phone got squished between my legs and the desk and I accidentally turned the sound up really loud. Everyone started laughing. My teacher took my phone and I got sent out of class. It was so embarrassing!

Schrijf een e-mail terug aan Marvin waarin je reageert op dit verhaal. 






Slide 4 - Tekstslide

Aanhef

Slide 5 - Open vraag

Inleiding

Slide 6 - Open vraag

Kern: Vraag of de leraar erg boos was.

Slide 7 - Open vraag

Kern: Vraag of hij zijn telefoon nog terug heeft gekregen.

Slide 8 - Open vraag

Kern: Schrijf dat zoiets bij jullie in de klas ook wel eens gebeurt en geef twee voorbeelden.

Slide 9 - Open vraag

Kern: Schrijf wat je vindt van dat soort geluiden (storend of niet?).

Slide 10 - Open vraag

Afsluitende zin

Slide 11 - Open vraag

Afsluiting + naam

Slide 12 - Open vraag

Indeling van de brief
Let op dat je op de juiste plekken leestekens, hoofdletters en witregels gebruikt.


De volgende vragen zijn 'error analysis'-vragen. Oftewel: klopt het gebruiken van leestekens, hoofdletters en witregels hier?

Slide 13 - Tekstslide

Het woord I (ik) moet altijd met een hoofdletter
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Welke woorden moeten NIET met een hoofdletter?
A
maanden
B
dagen van de week
C
seizoenen
D
voorwerpen

Slide 15 - Quizvraag

Zet de hoofdletters in deze zin:
john and george have their birthdays in april.

Slide 16 - Open vraag

Na de aanhef komt alleen een witregel.

Bijvoorbeeld:

Dear Uncle Vernon

How are you? ....

Slide 17 - Tekstslide

Na de aanhef komt alleen een witregel.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Je gebruikt een komma na de aanhef en na de afsluiting.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Beoordeling van je brief
Conventies (2 punten)

Taalgebruik (8 punten)

Inhoud (2 punten)

Communicatieve effectiviteit (2 punten)

Slide 20 - Tekstslide