De 'G' van grapje

De 'G' van grapje
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
SovaMiddelbare schoolvmbo, mavo, havoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De 'G' van grapje

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Je leert nadenken over grappen die je maakt, zijn ze gepast of niet gepast.

Slide 2 - Tekstslide

Afspraken tijdens deze les:
  1. We zorgen samen voor een leuke sfeer
  2. We laten elkaar uitspreken
  3. We lachen elkaar niet uit en pesten elkaar niet
  4. Ieder mag zijn of haar mening geven waarbij je het oneens mag zijn met de ander
  5. Eigen ervaringen mag je delen met de groep, maar niets MOET!! 

Slide 3 - Tekstslide

De 5 G's

  • Gebeurtenis
  • Gedachte
  • Gevoel
  • Gedrag
  • Gevolg 

Slide 4 - Tekstslide



Gebeurtenis

Het enige waar jij zelf niets aan kunt doen, is de gebeurtenis.
Want dingen 'gebeuren' nu eenmaal:
de leuke 
en 
minder leuke!

Slide 5 - Tekstslide



Gedachte

Je kunt leren om anders te denken. Zet 'niet-helpende' gedachten om in 'helpende' gedachten. 
Wat 'helpend' is en 'niet-helpend' komt later in de les 
nog aan de orde.

Slide 6 - Tekstslide



Gevoel

Hoe jij over een gebeurtenis 'denkt', bepaalt hoe je je 'voelt'. 
Blij, bang, bedroefd
of boos. 

Slide 7 - Tekstslide



Gedrag

Gedrag kun je onderverdelen in 'positief' gedrag en
'negatief' gedrag.
Positief gedrag is prettig voor jezelf en voor anderen. 
Negatief is minder prettig voor jezelf maar ook voor anderen.

Slide 8 - Tekstslide



Gevolg

De Gebeurtenis, je Gedachte daarover, je Gevoel erbij en hoe je je Gedraagt, bepalen wat daarna gebeurt: het Gevolg.
Alles staat dus met elkaar in verbinding. En jij zelf kunt ervoor zorgen dat een gebeurtenis positief gevolg heeft.
En ja dit klinkt makkelijker dan dat het is. 

Slide 9 - Tekstslide

Helpende gedachte
Je moet iets doen en je ziet er enorm tegenop. Ken je dat gevoel? Wat dan helpt is om tegen jezelf te zeggen: "Ik kan het" of "Ik ga er in ieder geval heel erg mijn best voor doen"!

Slide 10 - Tekstslide

Niet-helpende gedachte
Er zijn ook 'niet-helpende' gedachten, zoals "Dat lukt mij toch niet!" of "Niemand vindt mij aardig" Gelukkig kun je ze best goed herkennen. Die gedachten bezorgen je een rotgevoel en praten je de put in. 
Je hebt er eigenlijk niets aan!!

Slide 11 - Tekstslide

Helpende gedachte
of Niet-helpende gedachte

Slide 12 - Tekstslide

"Ik doe altijd alles fout"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 13 - Quizvraag

"Ik ben gewoon een nul"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 14 - Quizvraag

"Je kunt nu eenmaal niet alles"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 15 - Quizvraag

"Ik probeer alles zo goed mogelijk te doen"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 16 - Quizvraag

"Niemand vind mij aardig"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 17 - Quizvraag

"Ik wil altijd de allerbeste en allerleukste zijn"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 18 - Quizvraag

"Alles wat ik doe moet perfect zijn"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 19 - Quizvraag

"Ik maak weleens fouten, maar doe ook dingen goed"
A
helpende gedachte
B
niet-helpende gedachte

Slide 20 - Quizvraag

Hoe zou je niet-helpende gedachten om kunnen zetten in helpende gedachten?

Slide 21 - Open vraag

De uitkomst van een proces (gevoel, gedrag, gevolg) kan veranderen door de manier waarop je denkt over de gebeurtenis.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Opdracht
Pak pen en papier of open Word op je laptop.

Neem een gebeurtenis in gedachten en beschrijf de 5 G's!!

We gaan ze daarna bespreken!

Slide 24 - Tekstslide

De 5 G's
1. Gebeurtenis: Beschrijf waar je was, met wie en wat er gebeurde.
2. Gedachte: Welke gedachten gingen door je hoofd.
3. Gevoel: Omschrijf welk gevoel dit bij je opriep (blij, boos, bang, verdriet)
4. Gedrag: Wat deed je?
5. Gevolg: Wat gebeurde er toen?

Slide 25 - Tekstslide


Helpende gedachten beïnvloeden de manier in hoe je je voelt in de wijze waarop je gaat handelen.
Daarom is het gebruik van het 5 G-schema en de helpende en niet-helpende gedachten onmisbaar als het gaat om het werken aan een positieve mindset!!

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht
1. Beschrijf nu dezelfde gebeurtenis nog een keer. Probeer om je gedachten over de gebeurtenis positiever te beschrijven. 
2. Welke effecten heeft dit dan op je gevoel, je gedrag en het gevolg?

??Merken jullie het verschil en doet het iets met je??

Slide 27 - Tekstslide

Is jullie kijk op het niet zo leuke "grapje" veranderd of staan jullie er anders in? Leg je antwoord uit!

Slide 28 - Open vraag

Slide 29 - Tekstslide