T1 Ha sido un día normal 31 de marzo

Spaans 





Klokkijken in het spaans
 
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansWOStudiejaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Spaans 





Klokkijken in het spaans
 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les inhoud
Filmpje
opdracht 1: klokkijken 
opdracht 2: rooster tijd aflezen
Luistervaardigheid: 10 liedjes fragmenten
Quiz

Hoy
  1.  Revisión de la tarea
  2. Actividades de gramática
  3. Actividad de expresión oral
 4. Evaluación formativa 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivos
Al finalizar la clase podré...
Aan het einde van de les kan ik...
  • identificar y usar las conjugaciones del pretérito perfecto./  de vervoegingen van de voltooid verleden tijd herkennen en gebruiken.

  • explicar cuando se usa el pretérito perfecto./  uitleggen wanneer de voltooid verleden tijd wordt gebruikt.

  • comparar y diferenciar el presente indicativo y el pretérito perfecto./ de tegenwoordige aanwijzende wijs en de voltooid verleden tijd met elkaar vergelijken en van elkaar onderscheiden.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

REPASO

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ducharse
peinarse
vestirse
irse a la escuela
desayunar
almorzar
hacer los deberes
dormirse
despertarse

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Actividades de gramática

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


FOLLETO DE ESPAÑOL p. 7 - Ejercicio E

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je niet de Pretérito Indefinido (Voltooid Tegenwoordige Tijd)?
A
Als een gebeurtenis vandaag is gebeurd.
B
Als een gebeurtenis geen concrete tijdsaanduiding heeft (nooit, vaak).
C
Om te verwijzen naar acties uit het verleden die volledig zijn voltooid.
D
Als de gebeurtenis een direct verband heeft met het heden

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PRETÉRITO PERFECTO
Als het werkwoord eindigt op -ar, dan krijg je stam + ___
A
ido
B
ando
C
iendo
D
ado

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PRETÉRITO PERFECTO
Als het werkwoord eindigt op -er en -ir, dan krijg je stam + ___
A
ido
B
ando
C
iendo
D
ado

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

PRÁCTICA GUIADA

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Folleto de Español p. 8

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Cristina _____ tomado unas fotos.
A
he
B
ha
C
hemos
D
habéis

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Carlos y yo _____ visto una serie en Netflix.
A
he
B
han
C
hemos
D
habéis

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Mel y tú _____ cogido el autobús juntas.
A
he
B
has
C
hemos
D
habéis

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Elena y Carlos se _____ alojado en un hotel.
A
he
B
han
C
hemos
D
habéis

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Folleto de Español p. 8

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Esta semana _______ (salir, yo) al cine.
A
he salir
B
he salido
C
haber salido
D
hemos salido

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Kevin y yo _______ (viajar) a Perú.
A
hemos viajo
B
han viajado
C
hemos viajado
D
habéis viajado

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Este mes _______ (estudiar, vosotros) mucho .
A
haber estudiado
B
habéis estudiar
C
haber estudiar
D
habéis estudiado

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Este año _______ (ir, ellos) a Croacia.
A
han ido
B
han ir
C
haber ido
D
haber ir

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pamela _______ (alojarse) en un AIRBnB.
A
te haber alojarse
B
te has alojado
C
se haber alojado
D
se ha alojado

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Connie _____ ________ (beber) un zumo.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Carlos __ ___ ________ (levantarse) tarde.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Actividades de gramática

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FOLLETO DE ESPAÑOL 
Ejercicios F-G
p. 8-10
Zin 3: volver, yo --> vuelto
Zin 6: ver --> visto
timer
15:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RESPUESTAS

FOLLETO DE ESPAÑOL 
p. 9-10

timer
5:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actividad de expresión oral

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PIENSA-JÚNTATE-COMPARTE
THINK-PAIR-SHARE

Slide 33 - Tekstslide

1. Listen to the audio
2. Ask for volunteers to practice the dialogue
3. have ss group up to practice the dialogue (4 people)
4. Ss may finish the task
EVALUACIÓN FORMATIVA

Slide 34 - Tekstslide

Books closed
Hoe wordt de voltooid verleden tijd in het Spaans opgebouwd?
A
hay + verbo + ando/iendo
B
haber + verbo + ando/iendo
C
haber + verbo + ado/ido
D
hay + verbo + ado/ido

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Beoordeel uw begrip van de onderwerpen van vandaag op een schaal van 1 tot 5: 

15

Slide 36 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies