Quiz les 5 + 6

Quiz les 3
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BSP apothekersassistentenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Quiz les 3

Slide 1 - Tekstslide

Welke van de volgende ziekten wordt veroorzaakt door een virus?
A
Roodvonk
B
Kinkhoest
C
Vijfde ziekte
D
Mazelen

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een veelvoorkomend symptoom van de BOF?
A
Hoesten
B
Opgezwollen speekselklieren
C
Rode uitslag
D
Keelpijn

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een veelvoorkomend symptoom van de BOF?
A
Hoesten
B
Opgezwollen speekselklieren
C
Rode uitslag
D
Keelpijn

Slide 4 - Quizvraag

Welke van de volgende ziekten wordt gekenmerkt door een rode uitslag die begint op het gezicht en zich verspreidt naar de rest van het lichaam?
A
Vijfde ziekte
B
Rode hond
C
Kinkhoest
D
Roodvonk

Slide 5 - Quizvraag

Welke ziekte kan ernstige complicaties veroorzaken bij pasgeboren baby's als ze worden blootgesteld aan de infectie tijdens de zwangerschap?
A
Rode hond
B
Vijfde ziekte
C
Mazelen
D
Kinkhoest

Slide 6 - Quizvraag

Welke ziekte kan leiden tot een "aardbeientong" bij patiënten?
A
Kinkhoest
B
Roodvonk
C
Vijfde ziekte
D
Mazelen

Slide 7 - Quizvraag

Welke ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie "Streptococcus pyogenes"?
A
Roodvonk
B
Rode hond
C
Kinkhoest
D
Vijfde ziekte

Slide 8 - Quizvraag

Welke ziekte kan leiden tot oorontsteking, longontsteking en hersenbeschadiging bij zuigelingen?
A
Rode hond
B
Vijfde ziekte
C
Kinkhoest
D
Mazelen

Slide 9 - Quizvraag

Welke van de volgende kankersoorten wordt vaak behandeld met hormoontherapie?

A
Longkanker
B
Darmkanker
C
Borstkanker
D
Alvleesklierkanker

Slide 10 - Quizvraag

Wat is een van de oorzaken van afwijkende celdeling bij kanker?
A
Gezonde levensstijl
B
Genetische mutaties
C
Veroudering
D
Onvoldoende slaap

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de definitie van kanker?
A
Een infectieziekte
B
Een auto-immuunziekte
C
Een abnormale groei van cellen
D
Een aangeboren afwijking

Slide 12 - Quizvraag

Welke van de volgende opties is een voorbeeld van een goedaardige tumor?
A
Melanoom
B
Lymfoom
C
Adenoom
D
Sarcoom

Slide 13 - Quizvraag

Wat zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van een sarcoomcarcinoom?
(meerdere antwoorden zijn juist)
A
Veel alcohol drinken en roken
B
Erfelijke aanleg, blootstelling aan straling en bepaalde chemische stoffen
C
Veelvuldig zonnebaden en blootstelling aan insecticiden
D
Een gezonde levensstijl en regelmatige lichaamsbeweging

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de prognose voor patiënten met een sarcoomcarcinoom?

A
De meeste patiënten overlijden binnen een jaar
B
Overlevingskansen zijn meestal hoger bij goedaardige tumoren
C
Overlevingskansen zijn hoger bij kanker die begint in de hersenen
D
Dit hangt af van het stadium van de kanker en de behandeling

Slide 15 - Quizvraag

Wat zijn sarcomen?
A
Kwaadaardige tumoren die ontstaan in de bloedvaten
B
Kwaadaardige tumoren die ontstaan in het bindweefsel
C
Goedaardige tumoren die ontstaan in de lever
D
Goedaardige tumoren die ontstaan in de botten

Slide 16 - Quizvraag

Welk verband is correct in termen van leefgewoonten/omstandigheden en kwaadaardige celgroei?
A
Roken en huidkanker
B
Lichaamsbeweging en diabetes
C
Voeding en astma
D
Stress en osteoporose

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een carcinoom?
A
Een goedaardige tumor in het bindweefsel
B
Een kwaadaardige tumor in de lymfeklieren
C
Een kwaadaardige tumor van het epitheelweefsel
D
Een goedaardige tumor in het zenuwstelsel

Slide 18 - Quizvraag

Welke twee soorten tumoren worden onderscheiden?
A
Goedaardige en maligne tumoren
B
Benigne en kwaadaardige tumoren
C
Primair en secundair tumoren
D
T1 en T2 tumoren

Slide 19 - Quizvraag

Waarom worden corticosteroïden gebruikt bij kwaadaardige aandoeningen?
A
Ze vernietigen kwaadaardige cellen
B
Ze verminderen ontstekingen en allergische reacties
C
Ze stimuleren het immuunsysteem
D
Ze voorkomen de vorming van tumoren

Slide 20 - Quizvraag

Bij welke kwaadaardige systeemziekte worden corticosteroïden wel toegevoegd? (Minimaal drie antwoorden)
A
Sarcoom
B
Lymfoom
C
Lonkanker
D
Leukemie

Slide 21 - Quizvraag

Welke preparaten van corticosteroïden worden gebruikt bij kwaadaardige aandoeningen? (Minimaal twee antwoorden)
A
Prednison
B
Dexamethason
C
Hydrocortison
D
Methotrexaat

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de werking van immunomodulantia?
A
Ze remmen het immuunsysteem
B
Ze stimuleren de groei van kwaadaardige cellen
C
Ze onderdrukken ontstekingsreacties
D
Ze verbeteren de bloedstolling

Slide 23 - Quizvraag

Welke twee bijwerkingen kunnen optreden bij het gebruik van immunomodulantia?
A
Slaperigheid en duizeligheid
B
Gewichtstoename en hoge bloeddruk
C
Misselijkheid en braken
D
Haaruitval en huiduitslag

Slide 24 - Quizvraag

Wat is de werking van bloedgroeifactoren?
A
Ze stimuleren de vorming van rode bloedcellen
B
Ze bevorderen de stolling van bloed
C
Ze remmen het immuunsysteem
D
Ze verhogen de bloeddruk

Slide 25 - Quizvraag

Noem minimaal drie preparaten van de bloedgroeifactoren
A
Erytropoëtine
B
Filgrastim
C
Oprelvekin
D
Enoxaparine

Slide 26 - Quizvraag

Hoe worden bloedgroeifactoren ook wel genoemd
A
Hemostatica
B
Anticoagulantia
C
Trombolytica
D
Hematopoëtische groeifactoren

Slide 27 - Quizvraag

Waarom worden anti-emetica gebruikt bij chemotherapie?
A
Om de werking van chemotherapie te versterken
B
Om pijn te verlichten tijdens chemotherapie
C
Om misselijkheid en braken te voorkomen of verminderen bij chemotherapie
D
Om de bloeddruk te verlagen tijdens chemotherapie

Slide 28 - Quizvraag

Welk doel dient het gebruik van corticosteroïden bij chemotherapie?
A
Het stimuleren van de eetlust van de patiënt
B
Het verlichten van vermoeidheid tijdens chemotherapie
C
Het verminderen van ontstekingen veroorzaakt door chemotherapie
D
Het voorkomen van infecties tijdens chemotherapie

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de rol van metoclopramide bij chemotherapie?
A
Het verlichten van pijn veroorzaakt door chemotherapie
B
Het stimuleren van de productie van witte bloedcellen tijdens chemotherapie
C
Het voorkomen van misselijkheid en braken veroorzaakt door chemotherapie
D
Het verminderen van allergische reacties op chemotherapie

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide