Nacionalidades



La clase de hoy



1. Repaso - Saludos y despedidas 
2. Actividades 

PAUSA (5-10 min.)
3. Trabajo individual/individual work

              
Les van vandaag
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les



La clase de hoy



1. Repaso - Saludos y despedidas 
2. Actividades 

PAUSA (5-10 min.)
3. Trabajo individual/individual work

              
Les van vandaag

Slide 1 - Tekstslide

4

Slide 2 - Tekstslide



Fragmento de video

 'el casting'
Watch the fragment and answer the questions

Slide 3 - Tekstslide

0

Slide 4 - Video

Hoe zeg je in het Spaans"?
"ik heet..."
A
Vivo en...
B
Me llamo...
C
Estoy bien
D
Soy de...

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent de vraag:
¿De dónde eres?
A
Hoe heet je?
B
Hoe oud ben je?
C
Waar kom je vandaan?
D
Hoe gaat het?

Slide 6 - Quizvraag

Hoe zeg je in het Spaans:
"Heb je een pen?"
A
¿Tenéis un bolígrafo?
B
¿Tengo un bolígrafo?
C
¿Tienen un bolígrafo?
D
¿Tienes un bolígrafo?

Slide 7 - Quizvraag

Hoe zeg je in het Spaans':
Dank je wel!
A
iAdiós!
B
iPor favor!
C
iHola!
D
iGracias!

Slide 8 - Quizvraag

Waar of niet waar?
"¿Cuál es tu número de teléfono?"
betekent "Wat is jouw telefoonnummer"?
A
Waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Waar of niet waar?
Sonia geeft haar 'número de teléfono' aan Marcos
A
Waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

De jongeren geven antwoord op de vraag '¿Cuántos años tienes?'.
Wat betekent deze vraag?
A
Hoe oud ben je?
B
Hoe gaat het met je?
C
Waar woon je?
D
Hoe heet je?

Slide 11 - Quizvraag

Kies het antwoord waarbij de getallen in de juiste volgorde staan:
cuatro, siete, veinte, dos, trece
A
14-6-20-2-3
B
4-7-20-2-13
C
4-6-10-2-3
D
14-7-10-2-13

Slide 12 - Quizvraag

Kies het antwoord waarbij de uitgeschreven getallen in de juiste volgorde staan: 5-1-19-12-16
A
cinco-uno-diecinueve-doce-dieciséis
B
uno-cinco-diecinueve-doce-diez
C
quince-uno-diecinueve-doce-diez
D
cinco-uno-dieciocho-doce-dieciséis

Slide 13 - Quizvraag

Schrijf een telefoonnummer(begint 06) uit cijfers (10 in totaal) en daarachter in letters.

Slide 14 - Open vraag

Los números 1-20?

Slide 15 - Woordweb

Slide 16 - Tekstslide

Repaso de la clase anterior

Slide 17 - Tekstslide

Lucía es........
A
España
B
español
C
española
D
españolas

Slide 18 - Quizvraag

somos.................
A
holandesos
B
holandeses
C
Holanda
D
holandesas

Slide 19 - Quizvraag

Hans es......
A
alemán
B
Alemania
C
alemano
D
alemana

Slide 20 - Quizvraag

Pierre es de...............................
A
francés
B
franso
C
Francia
D
francesa

Slide 21 - Quizvraag

Grace es de............................
A
Inglesa
B
Inglaterra
C
inglés
D
Englaterra

Slide 22 - Quizvraag

Laura es de.........................
A
italiano
B
italianos
C
italiana
D
Italia

Slide 23 - Quizvraag

En Argentina hablan....
A
italiano
B
argentino
C
español
D
portugués

Slide 24 - Quizvraag

Las personas de Bélgica son...
A
franceses
B
holandeses
C
belgas
D
alemanes

Slide 25 - Quizvraag

Datos personales
Welke zinnen kunnen jullie nu over jezelf schrijven?
  • Ik heet ...
  • Ik ben ... jaar oud.
  • Ik ben ... (nationaliteit)
  • Ik kom uit ... (land)
  • Ik spreek ... (taal)
  • Mijn verjaardag is op ...
  • Mijn geboortedatum is ...
  • Ik woon in ...
  • Me llamo ...
  • Tengo ... años.
  • Soy ... (nacionalidad)
  • Soy de ... (país)
  • Hablo ... (lengua)
  • Mi cumpleaños es el ... de ...
  • Mi fecha de nacimiento es el ... de ... de ...
  • Vivo en ...

Slide 26 - Tekstslide

En clase
Ejercicio 1, página 16 
Listen and write the correct letter

But first, let us learn some new vocabulary you can use in your blog. 
1) Escribe estas palabras en tu cuaderno: 

los rotuladores
el ordenador
la pizarra
las sillas
el alumno
la ventana
el proyector
el equipo de música
las mesas
el profesor
los libros
la puerta

2) Anota el número de audio de cada palabra: 
Ejemplo: 
el ordenador 1
Maybe you want to write about your classroom in your blog. 

Slide 27 - Tekstslide

Escribe el plural que falta / Write the missing plural forms
el libro > los libros
el alumno > ________
el profesor > _______
la puerta > las puertas
la ventana > _______
la mesa > _______

Slide 28 - Tekstslide

Escribe el plural que falta / Write the missing plural forms
el libro > los libros
el alumno > los alumnos
el profesor > los profesores
la puerta > las puertas
la ventana > las ventanas
la mesa > las mesas

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide