De Ontwikkelingsfasen van de Mens

De Ontwikkelingsfasen van de Mens
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

De Ontwikkelingsfasen van de Mens

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je de verschillende ontwikkelingsfasen van een mens beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Verwoord het leerdoel expliciet aan het begin van de les, zodat de leerlingen weten wat er van hen wordt verwacht.
Wat weet je al over de verschillende ontwikkelingsfasen van een mens?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Ontwikkelingsfasen
Een mens doorloopt verschillende ontwikkelingsfasen: baby, peuter, kleuter, kind, puber, adolescent, volwassene en oudere.

Slide 4 - Tekstslide

Laat een afbeelding zien van een mens die door de verschillende fasen heen gaat.
Baby
Een baby is volledig afhankelijk van anderen. Zijn zintuigen worden ontwikkeld en hij leert de wereld om zich heen ontdekken.

Slide 5 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van baby's. Laat eventueel een video zien van een baby die zijn omgeving ontdekt.
Peuter
Een peuter kan lopen en begint te praten. Hij leert zelfstandig te zijn en ontdekt wat hij wel en niet leuk vindt.

Slide 6 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van peuters. Laat eventueel een video zien van een peuter die leert lopen.
Kleuter
Een kleuter gaat naar school en leert steeds meer zelfstandig te zijn. Hij ontwikkelt zijn sociale vaardigheden en fantasie.

Slide 7 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van kleuters. Laat eventueel een afbeelding zien van een kleuter die in de klas zit.
Wat ontwikkelt een kleuter?
A
Sociale vaardigheden en fantasie
B
Hun vermogen om zelfstandig te zijn
C
Hun taalvaardigheden
D
Hun lichamelijke vaardigheden

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat leert een kleuter op school?
A
Steeds meer zelfstandig te zijn
B
Hun sociale vaardigheden te beperken
C
Leren lopen en praten
D
De wereld om zich heen te ontdekken

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een peuter?
A
Naar school gaan en sociaal zijn
B
Zelfstandig zijn en de wereld ontdekken
C
Fantaseren en spelen
D
Lopen en praten

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat leert een baby?
A
Wat hij wel en niet leuk vindt
B
De wereld om zich heen ontdekken
C
Hoe hij moet lopen
D
Hoe hij zelfstandig moet zijn

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kind
Een kind leert lezen, schrijven en rekenen. Hij ontwikkelt zijn identiteit en leert omgaan met regels en verantwoordelijkheden.

Slide 12 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van kinderen. Laat eventueel een video zien van kinderen die samen spelen en leren.
Puber
Een puber gaat door grote veranderingen heen: lichamelijk, emotioneel en sociaal. Hij ontdekt zijn eigen identiteit en leert omgaan met gevoelens.

Slide 13 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van pubers. Laat eventueel een afbeelding zien van een groep tieners die samen zijn.
Adolescent
Een adolescent ontwikkelt zijn eigen persoonlijkheid en neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven. Hij bereidt zich voor op volwassenheid.

Slide 14 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van adolescenten. Laat eventueel een video zien van jongvolwassenen die aan het werk zijn of studeren.
Volwassene en Oudere
Een volwassene is verantwoordelijk voor zijn eigen leven en heeft meestal een baan en/of een gezin. Een oudere heeft te maken met lichamelijke en mentale veranderingen en kan met pensioen gaan.

Slide 15 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om te beschrijven wat zij weten over de ontwikkeling van volwassenen en ouderen. Laat eventueel een afbeelding zien van een oudere die deelneemt aan een activiteit.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 16 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 17 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 18 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.