Les 10 - Brand en explosie

Brand en explosie
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BouwtechniekPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Brand en explosie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij over brand?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Brand en explosiegevaar
  • Branddriehoek: brandbare stof, zuurstof, ontstekingsenergie.
  • Vlampunt: laagste temperatuur waarbij brandbare damp ontstaat.
  • Zelfontbrandingstemperatuur: spontane ontbranding zonder ontstekingsbron.

Explosiegrenzen:
  • LEL: minimale concentratie gas/damp voor explosie.
  • UEL: maximale concentratie gas/damp voor explosie.
  • Risicobranches: chemische industrie, afvalverwerking, landbouw, metaal, farmacie, enz.
  • Persoonlijke monitor: meet gevaarlijke stofconcentraties.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brand is een scheikundige reactie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je nodig om vuur te maken?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De branddriehoek bestaat uit brandbare stof, zuurstof en een ontstekingsbron.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van
Brandstof.

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van
ontstekingsbronnen

Slide 10 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Explosiegebied 
Een zone waar gas, damp of stof kan ontploffen bij de juiste mengverhouding met zuurstof.

🔹 Rijk vs. Arm mengsel
Rijk mengsel: Te veel brandstof, te weinig zuurstof → géén ontploffing
Arm mengsel: Te weinig brandstof, te veel zuurstof → géén ontploffing
Explosief mengsel: Juiste verhouding → kans op explosie bij ontsteking

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt verstaan onder het 'explosiegebied'?
A
het gebied tussen de onderste en de bovenste explosiegrens
B
het gebied waar iemand ten gevolge van een explosie getroffen kan worden
C
het gebied dat ten gevolge van de explosie schade oploopt

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Explosiegevaarlijke omgeving
Een ruimte waar brandbare gassen, dampen of stof aanwezig zijn en kunnen ontploffen bij ontsteking.
🔹 Voorbeelden
Tankstations en chemische fabrieken
Opslagruimtes voor oplosmiddelen of brandstoffen
Graansilo’s en houtzagerijen (fijn stof)
🔹 Gevaren en preventie
✅ Explosieve mengsels vermijden (ventilatie, schoonhouden)
✅ Explosiemeter
✅ Geen open vuur, vonken of statische elektriciteit

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Blussen 
  • Afhankelijk van brandklasse: Verschillende stoffen vereisen specifieke blusmiddelen. Onjuist gebruik kan gevaar vergroten.
  • Voorbeeld: Water kan gevaarlijk zijn bij oliebranden of chemische reacties.
  • Nadelen blusmiddelen: Elk blusmiddel heeft beperkingen en kan secundaire schade veroorzaken

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

SOORTEN  BRANDKLASSEN
 Klasse A – Vaste stoffen                                                                                                                                                                       Klasse B – Vloeistoffen
📌 Hout, papier, textiel, plastic                                                                                                                               📌 Benzine, alcohol, oplosmiddelen
🧯 Water of schuimblusser                                                                                                                                            🧯 Schuim, CO₂ of poederblusser

Klasse C – Gassen                                                                                                                                                                                               Klasse D – Metalen
📌 Propaan, butaan, methaan                                                                                                                                  📌 Magnesium, aluminium, natrium
🧯 Poederblusser, gas afsluiten                                                                                                                         🧯 Speciale metaalblusser (D-poeder)

Klasse F – Vet- en oliebranden
📌 Frituurvet, bakolie
🧯 Vetblusser (sproeischuim of speciale vetblusser)

💡 Tip: Water nooit gebruiken bij brandklasse B, C of F! 🚫💦

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het principe van een brand blussen is:

  1. de brandbare stof verwijderen of de aanvoer ervan stoppen 
  2. de ontstekingsenergie verminderen en warmte wegnemen door afkoeling
  3. zuurstof verdringen of zorgen dat deze niet bij brandbare stof kan komen, dit wordt ook wel zuurstofafsluiting genoemd
  4. de ontstekingsenergie wegnemen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blusmiddelen onder de loep

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Water
  • Blussen vaste stof
  • Overal aanwezig, goedkoop
  • Helpt voor uitbreiding brand
  • Afkoeling
  • Elektrisch geleidend

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Poeder 
  • Groot blussend vermogen
  • Vertraagt en remt zuurstoftoevoer 
  • Metaalbranden

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schuim
  • Water met schuimverwekkende stof
  • Schuimlaag die vuurhaard afdekt geen toevoer zuurstof
  • Ideaal voor elektrische branden 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zand
  • Blusmiddel voor kleine vloeistofbrandjes in plas op grond
  •  Zuurstof afsluitend
  • Absorbeert vloeistof

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koolstodioxide (CO2)
  • Onderkoelde mist op brand gespoten 
  • Bijna geen opkuiswerk of schade
  •  Koelende werking

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blusdeken 
  • Branddeken van onbrandbaar materiaal
  •  Afsluiten zuurstoftoevoer
  • Gebruik op vlakke ondergrond

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je stap voor stap doen bij een beginnende brand

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Handelen bij brand
  • Meld de brand.
  • Waarschuw anderen.
  • Sluit ramen en deuren.
  • Breng mensen in veiligheid.
  • Blus indien mogelijk, anders evacueren.

Slide 33 - Tekstslide

  • Beginnende brand: Alleen blussen als veilig. Gebruik het juiste blusmiddel en blijf alert op heropflakkering.
  • Evacuatie: Bij oncontroleerbare branden prioriteit geven aan veiligheid van mensen.
Hoe wordt de laagste temperatuur genoemd waarbij een stof spontaan zonder enig hulpmiddel ontbrandt?
A
de LEL waarde
B
de UEL waarde
C
zelfontbrandingstemperatuur

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor staat brandklasse C?
A
branden van vloeistoffen
B
branden van vaste stoffen
C
branden van gassen

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke factoren zijn voor een explosie nodig?
A
een brandbare stof, zuurstof, de ontstekingsenergie en de juiste mengverhouding
B
een goed brandbare stof, zuurstof en een ontstekingsbron
C
een explosieve stof, zuurstof en brandstof

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe komt het dat een vloeistof die wordt verhit eerder vlam zal vatten?
A
de vloeistof zet uit, het volume neemt toe
B
er gaat zich meer ontvlambare damp ontwikkelen
C
het vlampunt wordt verhoogd

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt bedoeld met de afkorting LEL?
Lowest Explosive Limit, oftewel onderste explosiegrens
A
explosie gevaar
B
de mengverhouding waarbij de kans op ontbranden maximaal is
C
de maximale hoeveelheid gas in de lucht waarbij nog een explosie kan plaatsvinden
D
de minimale hoeveelheid gas of damp in de omgevingslucht, die nodig is om een explosie te kunnen veroorzaken

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het nadeel voor de gebruiker van een blusdeken?
A
er kunnen vonken op de deken overslaan, waardoor brand kan ontstaan
B
de gebruiker moet dicht bij de brandhaard komen
C
het is elektrisch geleidend

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je bij een beginnende brand?
A
een beginnende brand moet direct gemeld worden
B
als je het zelf kunt, blus dan een beginnende brand
C
bij een beginnende brand moet je eerst de "aangewezen" persoon roepen

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies