In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
§7.1 Vraag en aanbod
Slide 2 - Tekstslide
Arbeidsplaats
=Betaalde baan
|-> Een persoon verricht werk in ruil voor een salaris of vergoeding.
Zehra en Sam werken bij Ami Kappers. Ze worden beschouwd als bezetters van arbeidsplaatsen.
Slide 3 - Tekstslide
Vacature
Hoe ontstaat een vacature?
|->arbeidsplaats (betaalde baan) binnen een organisatie blijft onbezet.
Dus er is nog geen geschikte kandidaat gevonden op de positie die beschikbaar is te vervullen.
Dus een organisatie is opzoek naar iemand, maar nog niet gevonden
Slide 4 - Tekstslide
Bij Ami Kappers zoeken ze nog een vierde kapper, maar ze hebben nog geen geschikte kandidaat gevonden. Waar is hier sprake van?
Slide 5 - Open vraag
Beroepsbevolking
Alle personen tussen 15 en 75 jaar oud die betrokken zijn bij de arbeidsmarkt. Dit betekent dat ze ofwel betaald werk verrichten of actief op zoek zijn naar betaald werk
Slide 6 - Tekstslide
Alex (18) werkt bij Hairfashion. Behoort Alex tot de beroepsbevolking?
A
Ja
B
Nee
Slide 7 - Quizvraag
§7.2 Arbeidsmarkt
Slide 8 - Tekstslide
Taken van de UWV
UWV: Overheidsinstelling
Taken:
Werkzoekende helpen aan een baan en bedrijven helpen aan personeel.
Sociale uitkeringen regelen voor werkzoekende.
Slide 9 - Tekstslide
Regionale werkeloosheid
|-> Het werkloosheid percentage ligt in een bepaald gebied ver boven het Nederlands gemiddelde.
Slide 10 - Tekstslide
In welke provincie is de werkloosheid het grootst?
Slide 11 - Open vraag
Aan het werk
Basis: Test Jezelf 7.3, 7.4 en 7.5
Kader: Test Jezelf 7.4, 7.5 en 7.6
- iedere fout die je maakt schrijf je op
- je schrijft alle begrippen (dikgedrukte woorden) op met daarbij de betekenis
Slide 12 - Tekstslide
§7.3 De kans op werk
Slide 13 - Tekstslide
Kansen op banen
Grotere kans op een baan
je bent opgeleid tot geschoold werk;
je ervaring hebt in het werk;
je je vakkennis bijhoudt;
jouw talenten belangrijk zijn voor bedrijven.
Kleinere kans op een baan
je ongeschoold bent;
je ouder bent;
je een handicap hebt.
Slide 14 - Tekstslide
Ongeschoold en geschoold werk
Ongeschoold werk: hiervoor heb je GEEN opleiding nodig bijvoorbeeld krantenbezorger en vakkenvuller
Geschoold werk: hiervoor het je WEL een opleiding nodig. Bijvoorbeeld: Kapper, Timmerman, verpleegster
Slide 15 - Tekstslide
Functies binnen bedrijven
Leidinggevende functie: dan geef je LEIDING (jij bent verantwoordelijk voor het resultaat)
Uitvoerende functie: je voert werkzaamheden uit
Directeur, schoonmaker, administratie, manager
Welke bovenstaande functies zijn leidinggevend?
Slide 16 - Tekstslide
Welke onderstaande functies zijn leidinggevend?
A
Directeur
B
Schoonmaker
C
Administratie
D
Manager
Slide 17 - Quizvraag
§7.4 Werkloosheid
Slide 18 - Tekstslide
Ontstaan meer werkloosheid
Slide 19 - Tekstslide
Ontstaan meer werkloosheid
Slide 20 - Tekstslide
Ontstaan meer werkloosheid
Slide 21 - Tekstslide
Waarom doen bedrijven aan technologische ontwikkeling?
A
Om goedkoper en beter te kunnen produceren
B
Omdat dit wettelijk verplicht is
Slide 22 - Quizvraag
Welke werkloosheid is niet tijdelijk?
A
Seizoenwerkloosheid
B
Technologische ontwikkeling
C
Economische crisis
D
Frictie werkloosheid
Slide 23 - Quizvraag
Frictiewerkloosheid is werkloosheid tussen twee banen in.