4.4 milieugevolgen van brandstoffen

Hoofdstuk 4: Brandstoffen
§4.1 - Branden blussen
§4.2 - Verbrandingsproducten
§4.3 - Brandstoffen en milieu
§4.4 - Brandstof voor de toekomst
§4.5 - Explosies en energie
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: Brandstoffen
§4.1 - Branden blussen
§4.2 - Verbrandingsproducten
§4.3 - Brandstoffen en milieu
§4.4 - Brandstof voor de toekomst
§4.5 - Explosies en energie

Slide 1 - Tekstslide

Welk profiel ga je volgend jaar kiezen?
N&T
N&G
E&M
C&M
Weet ik nog niet

Slide 2 - Poll

Herhaling
Bij verbranding ontstaan de oxiden van de atomen die in de (brand)stof zaten

  • Volledige verbranding
  • Onvolledige verbranding



Slide 3 - Tekstslide

Herhaling

Slide 4 - Tekstslide

Geef de kloppende reactievergelijking van de onvolledige verbranding van methaan, waar naast koolstofmonooxide ook koolstof ontstaat.

Slide 5 - Open vraag

Geef de kloppende reactievergelijking van de volledige verbranding van C4H8S

Slide 6 - Open vraag

Custardpoeder
Kopersulfaat
Kalkwater
Joodoplossing
Zetmeel
Water
Zwaveldioxide
Koolstofdioxide
Helder oplossing kleurt troebel wit

Slide 7 - Sleepvraag

Leerdoelen §4.4
je kunt het verschil uitleggen tussen de snelle en trage koolstofkringloop
je kunt het versterkt broeikaseffect uitleggen
je kunt het onstaan van zure regen uitleggen
je kunt de pH meten

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Er bestaan twee soorten koolstofkringlopen. Welke?
A
Natuurlijke en onnatuurlijke koolstofkringloop
B
Trage en snelle koolstofkringloop
C
Menselijke en dierlijke koolstofkringloop
D
Homogene en heterogene koolstofkringloop

Slide 11 - Quizvraag

Fotosynthese
Glucose
Koolstofdioxide
Zuurstof
Water
Zonlicht

Slide 12 - Sleepvraag

Broeikaseffect
In de atmosfeer bevinden zich broeikasgassen.
De 2 belangrijkste zijn water(H2O) en koolstofdioxide (CO2)

Broeikasgassen kunnen infrarode straling (warmte) absorberen. (vasthouden)

Slide 13 - Tekstslide

Broeikaseffect
Als er teveel broeikasgassen vrijkomen op aarde ontstaat er een versterkt broeikaseffect.

Dit wordt voornamelijk door CO2 veroorzaakt. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Welk milieuprobleem ontstaat door de uitstoot van CO2 bij verbranding van aardolieproducten?
A
gat in de ozonlaag
B
versterkt broeikaseffect
C
broeikaseffect
D
zure regen

Slide 16 - Quizvraag

Welk van de volgende uitspraken over het broeikaseffect is/zijn waar
A
Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door chloorgas
B
Het broeikaseffect is nodig om leven te laten ontstaan op een planeet
C
Het versterkt broeikaseffect ontstaat door koolstofmonoxide
D
verbranden van fossiele brandstoffen zorgt voor versterkt broeikaseffect

Slide 17 - Quizvraag

Is het broeikaseffect altijd slecht?
A
ja, want hoe minder opwarming van de aarde hoe beter
B
nee, zonder natuurlijk broeikaseffect zou het hier te koud zijn
C
broeikasgassen zijn giftig en dat is slecht voor de gezondheid
D
geen idee kunnen we daar een keer les over krijgen?

Slide 18 - Quizvraag

pH-schaal
  • pH graad = 7 

Slide 19 - Tekstslide

Zure regen
Verbanden fossiele brandstoffen:
(denk aan uitlaatgassen auto's, 
verbranden stookolie)
  • Zwaveldioxide (SO2) ->
  • Stikstofdioxide (NO2)
SO3

Slide 20 - Tekstslide

Zure regen
Verbanden fossiele brandstoffen:
  • Zwaveldioxide (SO2) -> zwavelzuur (H2SO4)
  • Stikstofdioxide (NO2) en stikstofoxide (NO)  -> salpeterzuur (HNO3)

(De stikstof uit de lucht reageert met zuurstof in de verbrandingsmotor bij hoge temperatuur)

Slide 21 - Tekstslide

Effecten zure regen

Slide 22 - Tekstslide

Wat is GEEN gevolg van zure regen?
A
afbrokkelen van gebouwen
B
klimaatverandering
C
vissterfte in oppervlaktewater
D
bomen gaan dood

Slide 23 - Quizvraag

Leg uit hoe zure regen ontstaat.

Slide 24 - Open vraag

Welke twee grote oorzaken van klimaatverandering zijn er?
A
Watergebruik
B
Kappen van bomen
C
Uitstoot van kooldioxide en methaan
D
Gebruik van kernenergie

Slide 25 - Quizvraag

Oefenen! 
Maak opdracht 37 - 42 van §4.4


Slide 26 - Tekstslide