In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Examen gesprekken voeren 2F
Slide 1 - Tekstslide
Lesdoelen
Ik weet wat ik kan verwachten bij het examen Nederlands gesprekken 2F!
Ik weet waar op wordt gelet bij de beoordeling
Ik oefen met een klasgenoot een opdracht voor gesprekken en vul een feedbackformulier in
Slide 2 - Tekstslide
Gesprekken 2F = gesprek voeren
Met docent en tweede assessor of andere examinator en tweede assessor
Duurt circa 6 minuten
Onderwerp staat in de opdracht die je van tevoren krijgt
Slide 3 - Tekstslide
Wat is het?
Het examen Gesprekken heeft de vorm van een gesprek of een overleg.
Jij doet actief mee!
Slide 4 - Tekstslide
Wat is het doel van het gesprek?
In de examenopdracht staat wat het doel is van het gesprek. Bijvoorbeeld: informatie met elkaar uitwisselen, de ander(en) overtuigen of afspraken maken. In de opdracht staat ook aan welke eisen de inhoud moet voldoen. Anders gezegd: welke bijdrage moet jij aan het gesprek leveren.
Slide 5 - Tekstslide
Waar denk je dat je gesprek verder op beoordeeld wordt?
Slide 6 - Woordweb
Beoordeling examen gesprekken voeren 2F
Inhoud
De inhoud wordt beoordeeld aan de hand van een checklist. Daarop staan de deelonderwerpen die in het gesprek aan de orde moeten komen. Kijk dus goed welke deelonderwerpen in de opdracht genoemd worden, en zorg er bij de voorbereiding voor dat je over elk onderwerp iets te zeggen hebt.
Slide 7 - Tekstslide
Beoordeling examen gesprekken voeren 2F
Beurten nemen en samenhang
Ruimte nemen en ruimte geven aan de ander. Inhaken op de onderwerpen. Op een passende manier reageren. Gebruik signaalwoorden en zorg dat je goed te volgen bent.
Slide 8 - Tekstslide
Beoordeling examen gesprekken voeren 2F
Doelgerichtheid/ afstemming op doel
Zorg dat je het gespreksdoel haalt. Wat dat is, lees je in de opdracht.
Bijvoorbeeld bij informeren en overtuigen >
Gericht antwoorden, maar ook gericht vragen stellen.
Slide 9 - Tekstslide
Beoordeling examen gesprekken voeren 2F
Afstemming op je gesprekspartner(s)
Houd rekening met degenen met wie je het gesprek voert en met wat zij weten.
Kies je de juiste variant tussen formeel en informeel.
Kun je inspelen op opmerkingen van je gesprekspartner?
Slide 10 - Tekstslide
Beoordeling examen gesprekken voeren 2F
Woordgebruik en woordenschat
Heb je voldoende woorden tot je beschikking om je goed uit te drukken? Val niet in herhaling, zorg voor variatie in woordkeuze.