Nederlands Talent lezen

Nederlands Talent lezen
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederlands Talent lezen

Slide 1 - Tekstslide

Nederlands!

Slide 2 - Tekstslide

Hoe gaat het met jullie vandaag?
😀 😐 😡

Slide 3 - Tekstslide

Aan het einde van de les
1. weet ik wat karakterontwikkeling is
2. weet ik het verschil tussen een hoofdpersoon en een bijpersoon


Slide 4 - Tekstslide

Talent Lezen:
Bij het onderdeel lezen gaan wij zeer nauwkeurig kijken naar leesteksten. 

We gaan naar leesteksten kijken alsof wij schrijvers zijn. Zo kunnen wij de teksten beter begrijpen

Slide 5 - Tekstslide

woordenlijst
1. het karakter
2. de verandering
3. slenteren
4. het pashokje
5. inspecteren
timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

hoofdpersoon of bijpersoon?
Elk verhaal heeft personen die belangrijker zijn dan andere personen.
De hoofdpersoon is de belangrijkste persoon in het verhaal.
Bijpersonen zijn er om te reageren op de hoofdpersoon in het verhaal. 

Slide 7 - Tekstslide

hoofdpersonen en bijpersonen
Wie van jullie heeft gelezen of gezien?

1. Harry Potter
2. Twilight
3. The Hunger games
4. Game of Thrones

Slide 8 - Tekstslide

karakterontwikkeling
1. Karakterontwikkeling is als de hoofdpersoon anders is geworden aan het einde van het boek. 
2. De hoofdpersoon heeft iets geleerd in het boek. 

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht
1. Wat ga je doen: lees tekst 1; Tiffany Dop 
2. hoe ga je dat doen: alleen, in stilte, translate mag voor moeilijke woorden
3. hulp nodig?: steek je hand op
4. hoelang: 20 minuten
klaar: maak opdracht 2 t/m 5

Slide 10 - Tekstslide

Nederlands!

Slide 11 - Tekstslide

Hoe gaat het met jullie vandaag?
😀 😐 😡

Slide 12 - Tekstslide

Aan het einde van de les
1. weet ik wat een alinea is.
2. kan ik een tekst opdelen in alinea's


Slide 13 - Tekstslide

herhaling
titel en inleiding

Slide 14 - Tekstslide

nieuw: alinea's

Slide 15 - Tekstslide

Wat zijn alinea's?
1. Alinea's zorgen ervoor dat een tekst leesbaar is
2.Als een onderwerp is afgelopen start je een nieuwe alinea. 
3. Er zijn minimaal 3 alinea's in een tekst. De inleiding, het middenstuk en het slot. 

Slide 16 - Tekstslide

hoe herken ik een alinea?
1. Een alinea begint op een nieuwe zin. 
2. Soms staat er een witregel tussen alinea's.
3. Soms springt een alinea in. 

Slide 17 - Tekstslide

Nederlands!

Slide 18 - Tekstslide

Hoe gaat het met jullie vandaag?
😀 😐 😡

Slide 19 - Tekstslide

Aan het einde van de les
1. weet ik wat karakterontwikkeling is
2. weet ik het verschil tussen een hoofdpersoon en een bijpersoon


Slide 20 - Tekstslide

woord van de week
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Nederlands!

Slide 22 - Tekstslide

Hoe gaat het met jullie vandaag?
😀 😐 😡

Slide 23 - Tekstslide

Aan het einde van de les
1. weet ik wat een kernzin is
2. weet ik wat het woord van de week is

Slide 24 - Tekstslide

herhaling: alinea's

Slide 25 - Tekstslide

Wat zijn alinea's?
1. Alinea's zorgen ervoor dat een tekst leesbaar is
2.Als een onderwerp is afgelopen start je een nieuwe alinea. 
3. Er zijn minimaal 3 alinea's in een tekst. De inleiding, het middenstuk en het slot. 

Slide 26 - Tekstslide

nieuw: de kernzin

Slide 27 - Tekstslide

De kernzin
De kernzin is de belangrijkste zin in een alinea. Deze zin legt de alinea uit.
timer
10:00

Slide 28 - Tekstslide

Nederlands!

Slide 29 - Tekstslide

Hoe gaat het met jullie vandaag?
😀 😐 😡

Slide 30 - Tekstslide

Aan het einde van de les
1. heb ik herhaald wat een hoofdpersoon en bijpersoon is
2. weet ik wat een hoofdzaak en bijzaak is

Slide 31 - Tekstslide

herhaling

Slide 32 - Tekstslide

hoofdpersoon of bijpersoon?
Elk verhaal heeft personen die belangrijker zijn dan andere personen.
De hoofdpersoon is de belangrijkste persoon in het verhaal.
Bijpersonen zijn er om te reageren op de hoofdpersoon in het verhaal. 

Slide 33 - Tekstslide

hoofdpersonen en bijpersonen
Wie van jullie heeft gelezen of gezien?

1. Harry Potter
2. Twilight
3. The Hunger games
4. Game of Thrones

Slide 34 - Tekstslide

nieuw

Slide 35 - Tekstslide

hoofdzaken en bijzaken

Slide 36 - Tekstslide

Hoofdzaak
Een hoofzaak is belangrijke informatie over het onderwerp van een tekst

Slide 37 - Tekstslide

bijzaak:
Een bijzaak is minder belangrijke informatie in een tekst. Bijzaken maken hoofdzaken in de tekst duidelijker

Slide 38 - Tekstslide

Bijzaken
Voorbeelden van bijzaken:

1. een voorbeeld
3. een herhaling
3. een uitleg

Slide 39 - Tekstslide

Tekst 2
Samen gaan wij tekst 2 lezen. 

Slide 40 - Tekstslide