Werkwoordspelling week 12

Nederlands - V1c
Leg klaar: chromebook
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nederlands - V1c
Leg klaar: chromebook

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Lezen 

Slide 3 - Tekstslide

Lesprogramma
1. Lezen (15 minuten)
2. Huiswerkcontrole en huiswerk (zinscirkels) nakijken (15 minuten)
3. Theorie werkwoordspelling: PVTT, PVVT, VD en OD
4. Oefenen in LessonUp
5. Opdrachten uit het boek






Slide 4 - Tekstslide

timer
15:00
In de klas controleren we alleen de opdrachten met een rood randje!
De nakijkbladen vind je in Magister - Studiewijzers Ne! 

Slide 5 - Tekstslide


  • Je kent de regels van de persoonsvorm tegenwoordige tijd en van de persoonsvorm verleden tijd.
  • Je kunt een voltooid deelwoord in de zin herkennen.
  • Je kunt het voltooid deelwoord goed spellen.
Lesdoelen

Slide 6 - Tekstslide


Welke werkwoordsvorm zoek je als eerst als je een werkwoord goed op wilt schrijven?

Slide 7 - Open vraag

hulpmiddel: lopen

ik-vorm
ik-vorm + t
hele werkwoord
persoonsvorm
tegenwoordige tijd (pvtt)

Slide 8 - Tekstslide


(Houden)..... jij van lezen?
A
houdt
B
houd
C
hout

Slide 9 - Quizvraag


Onze buurman (verzamelen)..... dure auto's.
A
verzamelt
B
verzameld
C
verzameldt

Slide 10 - Quizvraag

Er zijn zwakke werkwoorden:
ik werk, jij werkte, wij werkten
(werken = zwak werkwoord)
en
Er zijn sterke werkwoorden:
ik liep, jij liep, wij liepen
(lopen = sterk werkwoord)

persoonsvorm
verleden tijd (pvvt):

Slide 11 - Tekstslide

Hulpmiddel bij zwakke werkwoorden in de verleden tijd:
't-Ex kofschip
- Hele werkwoord  min -en
- Staat de laatste letter van het
  hele werkwoord min -en in 't  ex-    kofschipdan plak   je er te(n)       achter!

persoonsvorm
verleden tijd (pvvt):

Slide 12 - Tekstslide


Jullie (gebruiken).. vorige week erg veel water voor de afwas.
A
gebruikte
B
gebruikten
C
gebruiktte
D
gebruiktten

Slide 13 - Quizvraag


Vorige week (beloven)... de kinderen hun best te doen op school.
A
beloofte
B
belooften
C
beloofde
D
beloofden

Slide 14 - Quizvraag

  • Het voltooid deelwoord geeft aan dat een handeling       is afgerond (= voltooid). 

  • Een voltooid deelwoord heeft een ander werkwoord nodig in de zin (vaak een vorm van hebben, zijn of worden).

    Ik was gisteren uren verdwaald.
    Zij hadden hun huiswerk al gemaakt.
 


Voltooid deelwoord (vd)

Slide 15 - Tekstslide

Staat de laatste letter van de ik-vorm in
't-x kofschip, dan zet je een -t- aan het eind. Anders een -d-

(Ik heb) ....wandelen -    wandel -  gewandeld
                  hele ww      ik-vorm       vd

(Wij zijn) .... raken  -       raak   -   geraakt
                    hele ww     ik-vorm     vd

Voltooid deelwoord (vd) van de zwakke werkwoorden

Slide 16 - Tekstslide


(Ik heb) ....zwemmen -  gezwommen
(Ik heb) ....lopen -  gelopen
(Ik heb) ....drinken - gedronken                



Voltooid deelwoord (vd) van de sterke werkwoorden

Slide 17 - Tekstslide


De chef heeft het etentje (betalen)...
A
betaalt
B
betaald
C
betaaldt
D

Slide 18 - Quizvraag


Dit slechte weer was niet (voorspellen)... 
A
voorspeld
B
voorspeldt
C
voorspelt
D

Slide 19 - Quizvraag


Zij is vorige week (verhuizen)... 
A
verhuist
B
verhuisdt
C
verhuisd
D
verhuizd

Slide 20 - Quizvraag

persoonsvorm
tegenwoordige
tijd
persoonsvorm
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
Hij heeft zijn kleding al besteld.
Weet jij waar hij die broeken meestal bestelt?
Zij heeft het woordenboek gebruikt.
Zij verwachtten een goed verhaal.

Slide 21 - Sleepvraag

- Maak opdracht 1, 4 en 5, blz. 252/ 253
- Maak opdracht 1,  5 en 7, blz. 254/ 255
- Maak opdracht 1 en 2 , blz. 256/ 257
- Maak opdracht 1, 2 en 4, blz. 258/ 259

Klaar met de opdrachten hierboven? Lees dan eerst zelfstandig de theorie over onvoltooid deelwoord door op blz. 259 en maak daarna
opdracht 6 en 7 (blz. 259)






Aan de slag!
timer
14:00

Slide 22 - Tekstslide