In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
herhaling H1 Risico en verzekeren
Slide 1 - Tekstslide
De verkoper van een auto weet of deze goed functioneert, de koper weet dit niet. Dit is een vorm van:
A
Asymmetrische informatie
B
risico-aversie
C
Averechtse selectie
D
Averechtse informatie
Slide 2 - Quizvraag
Oplossingen voor informatie asymmetrie zijn:
A
Eigen risico, moral hazard, premiedifferentiatie
B
Eigen risico, premiedifferentiatie, informatie inwinnen
C
Eigen risico, averechtse selectie
D
Eigen risico, bonus-malussysteem, averechtse selectie
Slide 3 - Quizvraag
Wat is moreel wangedrag (moral hazard)?
A
mensen moeten een deel van de schade zelf betalen
B
mensen vullen het verzekeringsformulier onjuist in
C
mensen gaan zich anders gedragen omdat ze toch wel verzekerd zijn
D
mensen moet zich verplicht verzekeren
Slide 4 - Quizvraag
Twee beweringen. I. Het principaal-agent probleem heeft te maken met tegengestelde belangen tussen principaal en agent. II. Het principaal-agent probleem wordt mede veroorzaakt door asymmetrische informatie. Welke bewering(en) is/zijn goed?
A
Beide zijn goed
B
I is goed en II is fout
C
I is fout en II is goed
D
Beide zijn fout
Slide 5 - Quizvraag
Het fenomeen waar de goede risico's afhaken maar alle slechte risico's juist blijven, waardoor de premie stijgt en de verzekering onbetaalbaar dreigt te worden noemen we..
A
averechtse selectie
B
asymmetrische informatie
C
moral hazard
D
risico-aversie
Slide 6 - Quizvraag
Nederland is een risico-avers land. Als de inwoners risico-avers zijn, dan is het volgende hoog:
A
het aantal gevallen van schade
B
het aantal verzekeraars
C
het aantal verkochte verzekeringen
D
het risico dat inwoners bereid zijn te nemen
Slide 7 - Quizvraag
Twee beweringen over verzekeren.
I. Het instellen van een eigen risico heeft geen invloed op averechtse selectie. II. Premiedifferentiatie beperkt moral hazard.
Welke bewering(en) is/zijn goed?
A
Beide zijn goed
B
1 is goed en 2 is fout
C
1 is fout en 2 is goed
D
Beide zijn fout
Slide 8 - Quizvraag
Twee beweringen: 1. Eigen risico ondersteunt het draagkrachtbeginsel bij de basisverzekering. 2. Eigen risico remt moral hazard (moreel wangedrag) van verzekerden.
A
Beide zijn goed
B
1 is goed en 2 is fout
C
1 is fout en 2 is goed
D
Beide zijn fout
Slide 9 - Quizvraag
Bestrijden van averechtse selectie is niet:
A
Collectieve dwang
B
Premiedifferentiatie
C
Bonus-malusregeling
D
Consumentengedrag
Slide 10 - Quizvraag
Hoe probeert een verzekeringsmaatschappij het risico op moral hazard te beperken?
A
differentiatie van postcode
B
differentiatie van premie
C
instellen van een eigen risico
Slide 11 - Quizvraag
Steeds meer verzekerden kiezen ervoor om maar een deel van de mogelijke schade te verzekeren. Zij nemen zelf ook een deel van het risico.
Welke gevolgen heeft het nemen van een eigen risico voor de premie en de schade-uitkering van een verzekering?
A
De premie: gaat omhoog
De schade-uitkering: gaat omhoog
B
De premie: gaat omhoog
De schade-uitkering: gaat omlaag
C
De premie: gaat omlaag
De schade-uitkering: gaat omhoog
D
De premie: gaat omlaag
De schade-uitkering: gaat omlaag
Slide 12 - Quizvraag
A) Bij eigen risico is de premie lager B) Een onzeker voorval kun je niet verzekeren C) Een verzekeraar noem je ook wel verzekeringsmaatschappij
A
A en B zijn juist
B
B en C zijn juist
C
A en C zijn juist
D
A, B en C zijn juist
Slide 13 - Quizvraag
Wat verzeker je met een WA-verzekering?
A
Alle schade aan je auto
B
De schade die een ander aan jouw auto maakt
C
De schade die jij aan de auto van een ander maakt
D
Alle schade die jij maakt
Slide 14 - Quizvraag
De afbeelding hiernaast is een voorbeeld van:
A
Moreel wangedrag
B
Premie-differentiatie
C
bonus malus regeling
D
Eigen risico
Slide 15 - Quizvraag
De assurantiebelasting wordt berekend over
A
de premie
B
de poliskosten
C
premie + poliskosten
D
premie + poliskosten + verzekeringskosten
Slide 16 - Quizvraag
Het probleem van averechtse selectie kan worden tegengegaan door ....
A
een verplicht eigen risico
B
verplichte solidariteit
C
een vrijwillig eigen risico
D
een uniforme premie
Slide 17 - Quizvraag
Het probleem van averechtse selectie kan worden tegengegaan door ....
A
een verplicht eigen risico
B
verplichte solidariteit
C
een vrijwillig eigen risico
D
een uniforme premie
Slide 18 - Quizvraag
Welke van de vier is NIET een oplossing voor moreel wangedrag?
A
Bonus malus
B
Vrijwillig eigen risico
C
Maximale vergoeding
D
verplicht verzekeren
Slide 19 - Quizvraag
Verplichte-solidariteit is er dankzij ....
A
de verzekeringsnemer
B
de verzekeringsmaatschappij
C
de overheid
D
de banken
Slide 20 - Quizvraag
Voor welke verzekering(en) is een acceptatieplicht vanuit de verzekeraar verplicht?
A
Voor iedere levensverzekering en de zorgverzekering
B
Alleen voor de basiszorgverzekering
C
Alleen voor de basis- en aanvullende zorgverzekering
D
Een verzekeraar is in geen enkel geval verplicht een verzekernemer te accepteren.