Jazz lessenreeks (3 lessen)

Muziekgeschiedenis
Jazz
1900-nu
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
MuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Muziekgeschiedenis
Jazz
1900-nu

Slide 1 - Tekstslide

Na deze lessenreeks:
  • Ken en herken je de technische termen / compositie technieken uit de Jazz: 
    > Bluesschema (12 maten schema)
    > Call & Response
    > Syncope
    > Dirty intonation / blue notes
    > Improviseren
    > Walking bass
    > Swing 
    > Scatten
    > Riffs
  • Heb je kennis over de verschillende stijlen binnen de Jazz: Blues / Ragtime / New Orleans jazz / Latin jazz /  Swing / Bebop / Cool Jazz / Free Jazz / Jazz Rock / Nu-Jazz
  • Kun je deze verschillende stijlen herkennen en beschrijven a.d.h.v. muzikale stijlkenmerken.
  • Ken en herken je de instrumenten uit een jazzcombo, Latin jazz band en bigband 

Slide 2 - Tekstslide

Dit weet ik al over jazz muziek

Slide 3 - Open vraag

Maatschappij
De bekendste is de trans-Atlantische slavenhandel naar Amerika. De West-Europeanen voerden toen (in de periode 1550-1800) duizenden Afrikanen in slavernij naar Noord en Zuid-Amerika waar ze moesten werken op plantages.
De slaven werden gekocht van Afrikaanse stamhoofden. Dit systeem was in Europa geaccepteerd en er werd grof geld aan verdiend; zwarte mensen werden als minderwaardig gezien, alsof ze geen echte mensen waren. Aan het einde van de 18e eeuw begonnen protestante groepen, zoals de Quakers te protesteren tegen de slavenhandel. Volgens hen waren alle mensen gelijk.

De (Afro-Amerikaanse) burgerrechtenbeweging (Engels: civil rights movement) was een sociale beweging in de Verenigde Staten die in de jaren 1950 en 1960 streed voor gelijkberechtiging van zwarte Amerikanen. 
Ze streed met geweldloze middelen (burgerlijke ongehoorzaamheid) 
tegen de juridisch vastgelegde rassensegregatie in het zuiden van de VS 
en de meer algemene discriminatie tegen zwarten.

Slide 4 - Tekstslide

De ontwikkeling van de Jazz muziek
Jazz vindt zijn wortels in de muzikale tradities van Afrika. Slaven uit West-Afrika brachten hun ritmische structuren en instrumenten mee naar Amerika. Deze muzikale elementen vermengden zich met Europese harmonieën en melodieën om een uniek nieuw geluid te vormen.

Slide 5 - Tekstslide

Blues
KENMERKEN
Melodisch
  • Dirty intonation
  • Glissando (slide op gitaar)
  • Blue notes
Harmonisch
  • 12 maten schema - I / IV / V 
Tempo
  • Overwegend langzaam
Klankkleur
  • Zang + gitaar of piano
Structuur
  • 12 maten / chorus 
  • Call & Respons
Muddy Waters - Hoochie Coochie man!

Tijdens de gitaarsolo is het 12 maten schema goed te horen!
Worksong

Slide 6 - Tekstslide

Ragtime
KENMERKEN
Melodisch
  • Syncopische melodie
Harmonisch
  • Gespeeld op de piano: afwisselende basnoten in octaven
    en akkoorden, melodie in rechterhand. 
Tempo
  • Overwegend up tempo
Klankkleur
  • Piano
Metrisch
  • Ragged time (verscheurde tijd)
  • 2/4 maatsoort
Eerste gecomponeerde en genoteerde Afro-Amerikaanse muziek
Wellerman (origineel zeemanslied)
In ragtime versie
Scot Joplin - Maple Leaf Rag
Beroemde ragtime componist

Slide 7 - Tekstslide

Jazz
ALGEMENE KENMERKEN
Melodisch
  • Improvisatie
  • Walking bass
  • Blue notes
Ritmisch
  • Beat
  • Swing
Klankkleur
  • Jazz combo's / Bigbands
  • Scatten / zang
  • Veel blazers + ritmesectie: akkoordinstrument (piano / gitaar) + bas (contrabas / basgitaar) + drums
Structuur
  • Afwisseling thema - solo's 

Slide 8 - Tekstslide

New Orleans Jazz (ca. 1910)
KENMERKEN
Melodisch
  • Gelijktijdige gezamenlijke improvisatie
Harmonisch
  • Herhalend (blues)schema 
Tempo
  • Overwegend up tempo
Klankkleur
  • Melodie: klarinet / trompet / cornet / trombone
  • Ritme: piano / banjo / gitaar / contrabas of tuba / drums
When The Saints Go Marching in
New Orleans jazz tijdens een begrafenis

Slide 9 - Tekstslide

Virtuositeit
Virtuositeit verwijst naar het uitzonderlijke technische meesterschap van een muzikant, waarmee complexe en veeleisende passages schijnbaar moeiteloos worden uitgevoerd. In de muziek van de Romantiek wordt virtuositeit vaak gebruikt om de vaardigheid van de uitvoerder te benadrukken, met snelle loopjes, ingewikkelde ritmes en extreme dynamiek. Het is prominent aanwezig in werken van componisten zoals Liszt en Paganini, die speciaal 
stukken schreven om de grenzen van 
technische beheersing te verkennen.
Paganini - Caprice nr. 5

Slide 10 - Tekstslide

Chromatiek
Chromatiek in de Romantiek verwijst naar het gebruik van opeenvolgende halve tonen binnen melodieën en harmonieën. Dit zorgde voor een rijkere, expressieve klank en maakte complexe modulaties mogelijk. 
Componisten gebruikten chromatiek om emoties te versterken, spanning op te bouwen en onverwachte 
wendingen in de muziek te creëren. Het werd een kenmerkend element in de werken van componisten 
als Wagner, Liszt en Chopin, waar het vaak een gevoel van drama, verlangen of mysterie oproept.
Rachmaninoff 

Prelude Op. 3 No. 2 in C# Minor

Slide 11 - Tekstslide

Leidtoonspanning
Leidtoonspanning in de Romantiek verwijst naar de spanning die ontstaat door het gebruik van de leidtoon, de zevende toon van een toonladder, die één halve toon lager ligt dan de grondtoon. Deze toon heeft een sterke neiging om naar de grondtoon op te lossen, wat een gevoel van richting en verwachting creëert. 
In de Romantiek werd leidtoonspanning vaak versterkt door chromatiek, uitgebreide harmonieën en vertraging, wat de expressieve en dramatische impact van de muziek vergrootte. Dit effect werd veelvuldig toegepast in werken van componisten als Wagner, Chopin en Liszt.
Voorbeeld:
De leidtonen B en F willen beiden oplossen naar C en E

Slide 12 - Tekstslide

Overgansdynamiek
1. Terrassendynamiek in de Barokmuziek verwijst naar abrupte, blokkerige overgangen tussen harde en zachte passages zonder geleidelijke volume-opbouw of -afbouw. 

2. Overgangsdynamiek verwijst naar geleidelijke veranderingen 
in de klanksterkte in muziek, zoals crescendo en decrescendo of 
diminuendo.

Sforzando
Een muzikale aanduiding voor een plotselinge, 
krachtige nadruk op een noot of akkoord. 
In de Romantiek werd het gebruikt om 
dramatische expressie te versterken, 
vaak gevolgd door dynamische veranderingen 
zoals een crescendo of diminuendo.
We kennen maar 2 vormen van dynamiek

Slide 13 - Tekstslide

Tempo
Tempo in muziek verwijst naar de snelheid waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd. Het wordt vaak aangegeven met termen zoals Allegro (snel), Adagio (langzaam), of een metronoomaanduiding in beats per minuut (BPM). Het tempo bepaalt de karakteristieke sfeer en energie van een compositie.






Rubato spel: het flexibel omgaan met tempo door bepaalde noten iets te vertragen of te versnellen, terwijl het algemene ritme behouden blijft, om de expressie en emotie van de muziek te versterken.

Slide 14 - Tekstslide

Tertsverwantschappen
Tertsverwantschappen in muziek verwijzen naar de relatie tussen toonsoorten of akkoorden waarvan de grondtonen een grote of kleine terts van elkaar verwijderd zijn. Dit was een kenmerkend element in de Romantiek, waar componisten zoals Schubert 
en Liszt het gebruikten om onverwachte 
modulaties en harmonische kleuren te 
creëren. Het geeft de muziek een gevoel 
van spanning, warmte of mysterie.

Slide 15 - Tekstslide

Het Romantisch symfonie orkest

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Welk instrument speelt
hier de solopartij?

Slide 18 - Open vraag

Nieuwe instrumenten

Slide 19 - Tekstslide

Het kunstlied in de Romantiek is een intieme 
vocale compositie, meestal voor 
solozang en pianobegeleiding, 
waarin poëzie en muziek samenkomen. 
Componisten zoals Franz Schubert, Robert Schumann en 
Johannes Brahms zetten gedichten op muziek, 
waarbij de piano vaak een belangrijke 
rol speelde in het vertellen van het verhaal.

De vorm is vaak een coupletlied, een gevarieerd lied of
een doorgecomponeerd lied
HET KUNSTLIED
F. Schubert - De Erlkönig

Slide 20 - Tekstslide

De wals was een van de populairste dansvormen in de Romantiek en werd vaak gebruikt in zowel symfonieën als pianomuziek. Deze matig snelle dans, die in 3/4 maat wordt gespeeld, kreeg in de 19e eeuw een romantische en verfijnde uitstraling. Componisten zoals Johann Strauss II, Frédéric Chopin en Pyotr Iljitsj Tsjaikovski gebruikten de wals in hun werken om een elegante, emotionele sfeer te creëren.
Dansen uit de Romantiek

Slide 21 - Tekstslide

Nationale scholen verwijzen naar muzikale stromingen die opkwamen in de Romantiek, waarbij componisten zich lieten inspireren door hun eigen nationale cultuur, volksmuziek en tradities. Ze gebruikten vaak specifieke ritmes, melodieën en harmonieën die kenmerkend waren voor hun land. Voorbeelden zijn de Russische school (met componisten zoals Tsjaikovski en Mussorgsky), de Tsjechische school (met Dvořák en Smetana) en de Noorse school (met Grieg).

Programmatuurmuziek
is muziek die een specifiek verhaal, beeld of idee vertegenwoordigt, vaak buiten de muziek zelf. Het is een vorm van instrumentale muziek die niet alleen klinkt, maar ook bedoeld is om een programma of verhaal te vertellen.
Nationale scholen / programmamuziek

Slide 22 - Tekstslide

Nationale scholen / programmamuziek
De pianocyclus Schilderijententoonstelling behandelt een muzikale impressie van tien schilderijen gemaakt door de Russische kunstenaar Viktor Hartman (1834 – 1873). 
Hij was  architect, ontwerper, volksschilder en beeldend kunstenaar in Sint Petersburg.

Moessorgski bezocht in 1874 een herdenkingstentoonstelling over Hartman die dat jaar was overleden. De componist kwam op het idee de indrukken van de tentoonstelling in muziek om te zetten. Het werd een rijk gevarieerd werk en een van de meest spraakmakende pianocomposities van de negentiende eeuw. 
Mede door de fantastische bewerking voor symfonieorkest (1922) door de Fransman Maurice Ravel (1875 – 1937) werd de Schilderijententoonstelling een klassieke hit.

1. Gnomus. 
Een strompelende, mismaakte dwerg.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Programmamuziek
Muziek die gebaseerd is op een buitenmuzikaal gegeven. Denk bijvoorbeeld aan een schilderij, een gedicht of een verhaal. De muziek beeldt dit in klank uit. Mensen kregen een programmaboekje met hierin de uitleg (het verhaal) van de muziek.

Dansen in de Romantiek (pianomuziek)
De mazurka, de polonaise en de wals zijn van oorsprong dansen die in de romantiek met name op piano uitgevoerd werden.
Kenmerkend is het ingetogen karakter, met de nadruk op een romantische, lieflijke melodie.

Romantisch kunstlied
Lied met pianobegeleiding.
Tekst en begeleiding zijn gelijkwaardig, teksten zijn vaak bestaande gedichten, of verhalen in dichtvorm.
Diverse vormen zijn mogelijk: couplet-refrein structuur, een gevarieerd coupletlied,
of een doorgecomponeerd lied.
Symfonische structuren

Slide 25 - Tekstslide



MELODISCH
  • Melodie werkt toe naar een climax
  • Virtuositeit

HARMONISCH
  • Toename chromatiek
  • Opzoeken van de grenzen van de tonaliteit
  • Leidtoonspanning
  • Modulaties (Vwo: tertsverwantschappen)

DYNAMISCH
  • Overgangsdynamiek
  • Sforzando

INSTRUMENTEN
Het romantische symfonieorkest
Piano / vleugel
Harp
Tuba (+ andere blaasinstrumenten kregen ventielen)
Saxofoon
Celesta

TEMPO
  • Ritenuto
  • Accelerando
  • Rubato spel

SYMFONISCHE STRUCTUREN
Programmamuziek
Nocturnes en walsen (pianomuziek)
Romantisch kunstlied
Muzikale kenmerken Romantiek
COMPONISTEN
Chopin
Liszt
Saint-Saëns
Schubert
Mahler
Fauré
Verdi
Wagner
Brahms
Moessorgski

Slide 26 - Tekstslide

De volgende vragen gaan over:
Symfonische structuren

Slide 27 - Tekstslide

Dit fragment komt uit de Bloemenwals van Tsjaikovski.
Hoe heeft de componist de 'bloemen' verklankt?

Denk aan de muzikale middelen, bijv.
dynamiek, tempo, instrumenten.

Slide 28 - Open vraag

De 'Danse Macabre'
is typisch een
voorbeeld van...
A
een symfonie
B
programma muziek
C
vrije ritmiek
D
een strijkkwartet

Slide 29 - Quizvraag

De volgende vragen gaan over:
De algemene muziekleer die past bij de stijlperiode Romantiek

Slide 30 - Tekstslide

De pianist speelt met het tempo.
Hij vertraagt en versnelt om het spel
expressiever te maken.
De technische term hiervoor is:
A
rubato
B
versieringen
C
ritenuto
D
accelerando

Slide 31 - Quizvraag

Wat is de technische term voor het spelen van de tonen van een akkoord van hoog naar laag, of laag naar hoog, over meerdere octaven?
A
Arpeggio
B
Pizzicato
C
Legato
D
Chromatiek

Slide 32 - Quizvraag

Welke onderstaande reeks is chromatisch?
A
c - d - e - f
B
f - fis - g - gis - a
C
e - f - g - gis
D
a - c - e - a

Slide 33 - Quizvraag

De volgende vragen zijn:
Examenvragen over de stijlperiode Romantiek

Slide 34 - Tekstslide

In dit fragment spelen 4 hoorns.
Op welke manier bewegen de hoorn 1 (hoogste partij) en hoorn 4 (de laagste partij) zich ten opzichte van elkaar in de tweede helft van het fragment?
Geef de technische term.
Luisterfragment 4 hoorns

Slide 35 - Open vraag

Geef de volledige naam van de drie akkoorden
die de hoorns achtereenvolgens spelen.
Let op de sleutels!
Denk aan de sneeuwpoppetjes.

Slide 36 - Open vraag

De melodie van fragment 2 is hetzelfde als de melodie van fragment 1, maar lager.

Wat is het verschil in toonhoogte tussen
melodie 1 en melodie 2?
Fragment 1
Fragment 2
A
Een grote secunde lager
B
Een reine kwart lager
C
Een groot octaaf lager
D
Een reine priem lager

Slide 37 - Quizvraag

In het begin van het fragment speelt de hoorn het weergegeven stijgende motief. Daarna wordt het motief een aantal keren, al dan niet gevarieerd herhaald.
Hoe vaak wordt het motief (al dan niet gevarieerd)
in totaal gespeeld?
Let op: tel het eerste (weergegeven)
motief mee en ga alleen uit van de stijgende motieven.

A
6 keer
B
7 keer
C
8 keer
D
9 keer

Slide 38 - Quizvraag

Het fragment bestaat uit twee gedeeltes: A - A'
In zowel A als A' vindt een spanningstoename plaats, maar in A' is de spanningstoename groter.
Noem twee verschillen tussen A en A' die bijdragen aan een grotere spanningstoename in A'. Ga in je antwoord uit van A'.

Slide 39 - Open vraag

Het fragment is het slot.
Het deel sluit drie keer af met dezelfde samenklank.

Met welke samenklank sluit het deel af?
A
Unisono
B
Grondtoon + kwint
C
Majeur akkoord
D
Mineur akkoord

Slide 40 - Quizvraag

Dit weet ik nu over muziek
uit de Romantiek

Slide 41 - Woordweb