Tijd van steden en staten

Tijd van steden en staten
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Tijd van steden en staten

Slide 1 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 2 - Tekstslide

timer
1:00
Waarom gingen mensen in de middeleeuwen zo dicht op elkaar wonen?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Video

Steden vroeger
  • stadsmuren
  • glas is lood
  • houten luiken 
  • huizen van hout
  • dichtbij kerk of kasteel
  • vies

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Je reist van boerderij naar markt om spullen te kopen en verkopen. Maar de weg is slecht en er zijn veel roversbendes. Wat ga je doen?
A
Ik neem wapens mee tegen de rover.
B
Ik zoek een veilige plek om mijn spullen te verkopen.
C
Ik ben sterk genoeg, ze laten me er wel langs.
D
Ik zoek een andere weg.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een veilige plek in de middeleeuwen denk jij?
A
Dichtbij een kasteel
B
Dichtbij een bos
C
Dichtbij de rivier

Slide 8 - Quizvraag

Je wilt heel veel spullen verkopen. Daarom ga je op een plek wonen waar veel mensen komen. Waar is dat?
A
Bij een weg en rivier
B
Bij een boerderij

Slide 9 - Quizvraag

Er komen steeds meer mensen naar de markt om spullen bij te kopen. Deze mensen gaan in de buurt van de markt wonen. Wat zou er gebeuren?
A
De heer in het kasteel stuurt de mensen weg.
B
Er ontstaat een stad.

Slide 10 - Quizvraag

Dicht bij een kasteel is het veilig
Over de weg en rivier komen veel mensen.
Steeds meer mensen bezoeken de markt
De mensen gaan er wonen en werken

Slide 11 - Sleepvraag

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Om de stad stond .....?
A
muur
B
struiken
C
dijk

Slide 14 - Quizvraag

Waar waren de meeste huizen van gemaakt in die tijd?
A
steen
B
hout
C
ijzer
D
stro

Slide 15 - Quizvraag

In de stad kocht je spullen
A
in de supermarkt
B
je verbouwde het zelf
C
op markt

Slide 16 - Quizvraag

in de stad kon je je eigen ..... verdienen
A
huis
B
baan
C
geld
D
snoep

Slide 17 - Quizvraag

Wie was er op het land de baas?
A
de heer
B
de boer
C
de knecht

Slide 18 - Quizvraag

Noem 1 ding wat je nieuw hebt geleerd

Slide 19 - Open vraag