Kapitel 8 Schwein gehabt. Uitdrukkingen en gezegdes

Uitdrukkingen en gezegdes met het woord Schwein
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Uitdrukkingen en gezegdes met het woord Schwein

Slide 1 - Tekstslide

Duitsers kennen een heleboel uitdrukkingen die met varkens te maken hebben.  Een uitdrukking ken je al. Dat is  ,,Schwein gehabt". Weet nog wat dat betekent?

Slide 2 - Tekstslide

Schwein gehabt betekent .......
A
Pech gehad
B
Geld gehad
C
Geluk gehad

Slide 3 - Quizvraag

In de volgende opdracht probeer zelf te raden wat andere uitdrukkingen betekenen. 
In de volgende opdracht probeer zelf te raden om welke uitdrukking gaat het. 

Slide 4 - Tekstslide

Wat past?
A
Es kümmert sich kein Schwein darum
B
ein faules Schwein
C
Das falsche schwein schlachten
D
Du isst wie ein Schwein

Slide 5 - Quizvraag

Wat past?
A
Hier sieht aus wie im Schweinestahl
B
Ein faules Schwein
C
schwitzen wie ein Schwein
D
Ein gutes Schwein frisst alles

Slide 6 - Quizvraag

Wat past?
A
Hier sieht aus wie im Schweinestall
B
ein armes Schwein
C
Du bist ein altes Dreckschwein
D
den inneren Schweinenhund überwinden

Slide 7 - Quizvraag

Wat past?
A
saubillig
B
sich wie ein Schwein benehmen
C
den inneren Schweinehund überwinden
D
Ein gutes Schwein frisst alles

Slide 8 - Quizvraag

Wat past ?
A
saugut
B
ein armes Schwein
C
schwitzen wie ein Schwein
D
das falsche Schwein schlachten

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent: Das versteht kein Schwein
A
heel erg goedkoop
B
op het verkeerde paard wedden
C
jij bent een smeerkap
D
dat snapt geen mens

Slide 10 - Quizvraag

Wat zou hier passen?
A
ein gutes Schwein isst alles
B
saudumm
C
ein armes Schwein
D
das versteht kein Schwein

Slide 11 - Quizvraag

Den inneren Schweinehund überwinden betekent.....
A
jij bent een smeerlap
B
een grote luilak
C
een arme bliksem/ donder, een zielig figuur
D
de zwakke kant van jezelf overwinnen

Slide 12 - Quizvraag

Ga aan de slag met de volgende opdrachten van het WB: 16.2 b en c (let op 6 zinnen) blz 60-61

Slide 13 - Tekstslide