Herhaling lezen + argumenteren

Herhaling lezen + argumenteren 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Herhaling lezen + argumenteren 

Slide 1 - Tekstslide

Planning 
- Huiswerk 
- Planning via opdrachten
- Recensie
- Resultaat formatieve toets 

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel: voorkennis ophalen over de behandelde theorie 

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling lezen 

Slide 4 - Tekstslide

Welke tekstdoelen kan je noemen? (5)

Slide 5 - Woordweb

Wat is het verschil tussen opiniëren en overtuigen?

Slide 6 - Open vraag

Wat is een hoofdgedachte?

Slide 7 - Open vraag

Noem kenmerken van een column.

Slide 8 - Woordweb

Samenvatting van de tekst in 1 zin.
Een tekst kun je in logische stukken indelen. Een stuk dat bij elkaar hoort, heet een ...
Een beschrijving van 1 woord/ een paar woorden waar de tekst over gaat.
Het onderwerp van een alinea
Overtuigen, amuseren, informeren
globaal, zoekend, precies lezen
Hoofdgedachte
Alinea
onderwerp
deelonderwerp
Tekstdoelen
Leesstrategieën

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is een betoog?
Wat is een beschouwing?
Wat is een uiteenzetting?

Slide 10 - Open vraag

Welke strategieën kun je noemen voor het maken van vragen bij een tekst?

Slide 11 - Woordweb

argumenteren 

Slide 12 - Tekstslide

[Het Nederlands verloedert] want jongeren gebruiken steeds meer Engelse woorden als spam, hacken, gamen, cool, relaxed en chill.
A
Standpunt
B
Argument

Slide 13 - Quizvraag

[Leerlingen op de havo moeten in vier in plaats van vijf jaar hun opleiding kunnen afmaken.] Je kunt eerder aan een vervolgstudie beginnen en je zit je minder te vervelen.
A
Standpunt
B
Argument

Slide 14 - Quizvraag

Feitelijk of waarderend argument?
Er moeten meer docenten met een universitaire opleiding komen, anders gaat het niveau van de havo achteruit.
A
waarderend argument
B
feitelijk argument

Slide 15 - Quizvraag

Feitelijk of waarderend argument?
Het is beter om geen vlees te eten want heel veel dieren lijden pijn voordat ze gedood worden voor de vleesindustrie.
A
feitelijk argument
B
waarderend argument

Slide 16 - Quizvraag

Stelling: 
Utrecht is een prettige stad om in te wonen
Feitelijk argument
Waarderend 
argument
Er wonen in Utrecht veel jonge gezellige mensen.
Utrecht was in 2013 de stad met de grootste stijging van het aantal inwoners.

Slide 17 - Sleepvraag

p.198 bekijken samen 

Slide 18 - Tekstslide

Recensie 
Jullie gaan zo in groepjes van 3 feedback geven op de inleiding van elkaar. Zorg ervoor dat iedereen aan de beurt kan komen. Over 15 minuten stop ik de vergaderruimtes en komen jullie weer terug in de les. 

Slide 19 - Tekstslide

Vandaag maken
Huiswerk: argumenteren paragraaf 2, opdr. 4,5,7,10 

Slide 20 - Tekstslide