3h Frans delend lidwoord

BONJOUR
tout le monde
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

BONJOUR
tout le monde

Slide 1 - Tekstslide

lesdoelen
- ik kan het delend lidwoord gebruiken toepassen als ik praat over eten en drinken
- ik ken het werkwoord venir (komen) gebruiken in de présent en de passé composé
- ik weet hoe ik me kan voorbereiden op de toets*

*de leerling leest teksten en kan reflecteren op zijn leerproces
* de leerling beheerst de conventies correcte zinsbouw en woordgebruik


Slide 2 - Tekstslide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
Aujourd'hui
1. Grammaire D en H grammatica
2. Travail individuel - zelfstandig werken
3. Corriger - nakijken
4. s'Entraîner - oefenen met de toetsstof
5. Évaluer - evalueren

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Grammaire D

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een delend lidwoord?
A
un, une
B
du, de la, de l', des
C
le, la, les

Slide 7 - Quizvraag

LIDWOORDEN
BEPAALD LIDWOORD: DE/HET > LE, LA, L', LES
ONBEPAALD LIDWOORD: EEN > UN, UNE
DELEND LIDWOORD: X > DU, DE LA, DE L', DES

Slide 8 - Tekstslide

Hoezo delend lidwoord?

Omdat het uit twee delen bestaat:

de + le --> du

de + la --> de la

de + l' --> de l'

de + les --> des


Slide 9 - Tekstslide

Explication: Delend lidwoord
Delend lidwoord: Als je in het Nederlands geen lidwoord gebruikt. 
(Ik drink_koffie/zij eet_sla/ik wil graag_water, jij neemt_frietjes)




mnl
du
Je bois du café
vrl
de la
Elle mange de la salade
klinker/h
de l'
Je voudrais de l'eau
meerv.
des
Tu prends des frites

Slide 10 - Tekstslide

Delend lidwoord
Bij het ontbijt, drink ik melk

A
Au petit-déjeuner, je bois lait
B
Au petit-déjeuner, je bois du lait
C
Au petit-déjeuner, je bois le lait

Slide 11 - Quizvraag

Delend lidwoord
Let op:
In plaats van een delend lidwoord krijg je de/d' :
- (1) na een woord van hoeveelheid
- (2) na een ontkenning

Slide 12 - Tekstslide

Deux kilos ....... pommes
(Kies het goede delend lidwoord)
A
des
B
de la
C
de
D
géén lidwoord

Slide 13 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
Je ne bois pas ...... eau.
A
de
B
de la
C
de l'
D
d'

Slide 14 - Quizvraag

Delend lidwoord
Let op !!!
Na de werkwoorden
aimer / adorer / détester / préférer
krijg je geen delend lidwoord maar een bepaald lidwoord (= le / la / l' / les)

Slide 15 - Tekstslide

Vul het juiste delend lidwoord in:
J'adore ...... frites.
A
de
B
des
C
geen lidwoord
D
les

Slide 16 - Quizvraag

Vous n'adorez pas ... viande?
A
la
B
de la
C
de
D
du

Slide 17 - Quizvraag

du/de la/de l'/des --> in NL geen lidwoord 
Exemple:
Ik eet brood -> je mange du pain
wij kopen tomaten -> nous achetons des tomates

Slide 18 - Tekstslide

de/d' --> ontkenning 
Exemple :
Je mange de la viande. --> 
Je ne mange jamais de la  de viande.
Tu ne prends pas de l'  d'eau?

Slide 19 - Tekstslide

de/d' --> hoeveelheid 
Exemple:
J'achète des pommes. --> 
J'achète un kilo des de pommes.
J'achète beaucoup des de pommes.

Slide 20 - Tekstslide

le/la/l'/les bij aimer/détester/adorer/préférer
Exemple:
J'aime  du  le poisson. = Ik houd van vis.
Ook bij ontkenning:
Je n'aime pas de  le poisson. Ik houd niet van vis.

Slide 21 - Tekstslide

Welk delend lidwoord?

Je ne mange pas ........ viande.
A
de
B
d'
C
du
D
de la

Slide 22 - Quizvraag

à vous maintenant
wij gaan oefenen
on s'entraîne

Slide 23 - Tekstslide

Tu veux ... coca ?

Kies het juiste delend lidwoord.
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 24 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in: Ma mère achète____ lait (le)
A
des
B
de la
C
du
D
de

Slide 25 - Quizvraag

Kies het juiste delend lidwoord:
Je prends une salade avec ___ tomates.
A
du
B
des
C
de la
D
de l'

Slide 26 - Quizvraag

Kies het juiste delend lidwoord:
J'ai soif. Je vais boire un litre ____ eau.
A
des
B
de la
C
d'
D
de

Slide 27 - Quizvraag

Het delend lidwoord wordt vertaald naar het Nederlands.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
Je mange ...... soupe.
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 29 - Quizvraag


Wat gebeurt er met het delend lidwoord na:
een hoeveelheid / een ontkenning?
A
geen idee
B
er verandert niets
C
delend lidwoord verandert in de / d'
D
delend lidwoord verandert in le/la/l'/les

Slide 30 - Quizvraag

Welk delend lidwoord?

Je ne mange plus ........ viande.
A
de
B
d'
C
du
D
de la

Slide 31 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
Je ne bois pas ...... eau.
A
de
B
de la
C
de l'
D
d'

Slide 32 - Quizvraag


Wat gebeurt er met het delend lidwoord na:
aimer / adorer / préférer / détester ?
A
geen idee
B
er verandert niets
C
delend lidwoord verandert in de / d'
D
delend lidwoord verandert in le/la/l'/les

Slide 33 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
J'adore ...... frites.
A
de
B
des
C
du
D
les

Slide 34 - Quizvraag

Vul het juiste delend lidwoord in:
Je prends ...... jus d'orange.
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 35 - Quizvraag

Deux kilos ....... pommes
(Kies het goede delend lidwoord)
A
des
B
de la
C
de
D
géén lidwoord

Slide 36 - Quizvraag

Nous aimons beaucoup ... pain
A
du
B
la
C
le
D
d'

Slide 37 - Quizvraag

Ik snap het delend lidwoord en kan het ook goed gebruiken
😒🙁😐🙂😃

Slide 38 - Poll

Au travail - 15 min
vertaal de zinnen van 'au supermarché' in het Frans en gebruik het juiste lidwoord
ken je een woord niet -> gebruik een dictionnaire
C'est parti !

Slide 39 - Tekstslide