Grammatica/spelling les 4

Grammatica/spelling les 4
Vandaag:
-Journaal
- Uitleg en samendoen zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
-blooket
-Zelfstandig werken (3e uur)
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Grammatica/spelling les 4
Vandaag:
-Journaal
- Uitleg en samendoen zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
-blooket
-Zelfstandig werken (3e uur)

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

De onderdelen in deze module
-woordsoorten
-jou en jouw goed gebruiken
-als en dan goed gebruiken
-zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
-werkwoordspelling
AFRONDING IS EEN KLEIN TOETSJE

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag 
  •  Uitleg zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
  • Samen oefenen (1e uur)
  • Alleen oefenen (3e uur)

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik vorige les
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
We
de
gaan
kermis
met
in 
hen
hun
naar
dorp.

Slide 5 - Sleepvraag

Zelfstandig werkwoord (zww)
  • Het zelfstandig werkwoord is het belangrijkste werkwoord in een zin. Bij dit werkwoord kan je vaak een beeld vormen. 

De boer voert zijn kippen. 
De kinderen spelen op de tablet.

  • Als er maar één werkwoord in een zin staat, dan is dit altijd het zelfstandig werkwoord.


Slide 6 - Tekstslide

Hulpwerkwoord (hww)
  • Hulpwerkwoorden staan nooit in hun ééntje in een zin!
  • Hulpwerkwoorden bieden hulp aan het zelfstandig werkwoord.
De boer ging zijn kippen voeren. 
De kinderen hebben op de tablet gespeeld.

Slide 7 - Tekstslide



De leerlingen hebben hard gefietst.


De leerlingen fietsten hard.


Grammatica woordsoorten
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
zelfstandig werkwoord

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik word bekeken.
word = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 10 - Quizvraag


zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik heb  een ijsje uit de diepvries gepakt.   
A
heb = zww gepakt = zww
B
heb = hww gepakt = hww
C
heb = hww gepakt = zww
D
heb = zww gepakt = hww

Slide 11 - Quizvraag

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik word bekeken
bekeken = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 12 - Quizvraag

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik heb gegeten
heb = .....
A
Zelfstandig werkwoord
B
Hulpwerkwoord

Slide 13 - Quizvraag

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik heb gefietst.
gefietst = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 14 - Quizvraag

Een hulpwerkwoord zegt iets meer over het zelfstandig werkwoord.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag


zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Het eekhoorntje heeft de walnoot in een bloempot begraven.

A
heeft = zww begraven = zww
B
heeft = hww begraven = hww
C
heeft = hww begraven = zww
D
heeft = zww begraven = hww

Slide 16 - Quizvraag

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik heb gegeten
heb = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 17 - Quizvraag

Wat is waar over het zelfstandig werkwoord en het hulpwerkwoord?

A
Een zelfstandig werkwoord staat nooit alleen in een zin.
B
Een hulpwerkwoord staat nooit alleen in een zin.
C
Er staat altijd ten minste één hulpwerkwoord in een zin.
D
Er kan meer dan een hww of zww in een zin staan.

Slide 18 - Quizvraag

zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik word geslagen
word =
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 19 - Quizvraag

In zinnen met een hulpwerkwoord is het zelfstandig werkwoord vaak een?
A
Voltooid deelwoord
B
Infinitief
C
Lidwoord
D
Voorzetsel

Slide 20 - Quizvraag

Hoe gingen de vragen over het zelfstandig werkwoord en het hulpwerkwoord?
A
Ik had een paar / veel fouten.
B
Ik had nauwelijks / geen fouten.

Slide 21 - Quizvraag

BLOOKET

Slide 22 - Tekstslide

6.2 opdracht 10 

Slide 23 - Tekstslide

Zelfstandig werken

  • Werkblad: maak de 5 oefeningen (naam erop en inleveren bij mij)
  • Online: 6.2 grammatica opdracht 10 
  • Online: Test jezelf 6.2 grammatica 

Slide 24 - Tekstslide

Zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik word bekeken.
word = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 25 - Quizvraag