1.1 Inkomsten in soorten

1.1 Inkomsten in soorten
Leerdoelen
Ik kan inkomsten indelen in verschillende soorten.
Ik kan de indeling in inkomstensoorten toepassen.
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1.1 Inkomsten in soorten
Leerdoelen
Ik kan inkomsten indelen in verschillende soorten.
Ik kan de indeling in inkomstensoorten toepassen.

Slide 1 - Tekstslide

Introductie

Brenda krijgt zakgeld en ze heeft een baantje als babyoppas. Het geld dat ze zomaar krijgt en het geld waarvoor ze iets doet, zijn verschillende soorten inkomsten.

Slide 2 - Tekstslide

Inkomsten met en zonder tegenprestatie

ls je geld krijgt waarvoor je niets hoeft te doen, zoals zakgeld, heb je inkomsten zonder tegenprestatie. Als je er wel iets voor moet doen, zijn het inkomsten met tegenprestatie . 
Als je iets doet voor je inkomsten, moet je goede afspraken maken over je beloning. Het is erg vervelend als je op meer geld rekent dan je krijgt.

Slide 3 - Tekstslide

Geen geld wel inkomen
Soms ontvang je voor je werk iets anders dan geld. De cadeautjes van Brenda zijn geen geld maar wel inkomsten. Het zijn inkomsten in natura. Het kan ook zijn dat je inkomsten in natura bestaan uit een maaltijd tijdens een pauze op het werk. Volwassenen die veel voor hun werk reizen, krijgen vaak een auto van de zaak of een mobieltje. Je mag de waarde van je inkomsten in natura optellen bij je zakgeld. De meeste scholieren doen dat niet, omdat er geen sprake is van geld.

Slide 4 - Tekstslide

Wie verdient meer?

Jij kunt met zakgeld iets anders bedoelen dan een vriend of vriendin. Als dat zo is, gaat het vergelijken van het zakgeld mis. Voor een goede vergelijking moet je ieders zakgeld op dezelfde manier uitrekenen. Dus bij iedereen tel je dezelfde soorten inkomsten mee.

Slide 5 - Tekstslide

Kun jij je geld vrij uitgeven?

Soms krijg je geld om er een bepaalde aankoop van te doen. Het is niet de bedoeling dat je dat geld voor iets anders gebruikt. Je krijgt bijvoorbeeld kleedgeld om er je kleren en schoenen van te kopen. Dit soort inkomsten noem je de niet-vrij besteedbare inkomsten.

Slide 6 - Tekstslide

Inkomen

De meeste Nederlanders hebben een inkomen. Het inkomen kan bestaan uit inkomsten in geld en inkomsten in natura. Je kunt het inkomen ook indelen in inkomsten zonder tegenprestatie en inkomsten met tegenprestatie. Een deel van het inkomen is niet-vrij besteedbaar. Dat inkomen is nodig voor bijvoorbeeld je ziektekostenpremie.

Slide 7 - Tekstslide


Begrippen

inkomsten in natura
Ontvangsten van iets anders dan geld.

inkomen
Ontvangsten in geld en in natura.


Slide 8 - Tekstslide

Rekentrainer 1.1 1

Als je in een opgave meerdere berekeningen moet uitvoeren, dan is de volgorde belangrijk. De juiste volgorde van rekenen is:
- eerst vermenigvuldigen en/of delen;
- dan optellen en/of aftrekken.

Slide 9 - Tekstslide

Rekentrainer 1.1 2

Bij redactiesommen zet je de gegevens eerst in een formule. Het stappenplan wordt dan:
Stap 1: zet de gegevens in een formule;
Stap 2: vermenigvuldigen en/of delen;
Stap 3: optellen en/of aftrekken.

Slide 10 - Tekstslide