H4 Voortplanting Deel 2

Vandaag - 4.5 en 4.6 
Uitleg met vragen
Opdrachten maken
de ongemakkelijke vragendoos
strippen
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vandaag - 4.5 en 4.6 
Uitleg met vragen
Opdrachten maken
de ongemakkelijke vragendoos
strippen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
NIET zomaar zwanger worden
Soa's leren vermijden

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Cyclus in dagen
Een cyclus duurt ongeveer 28 dagen..
Menstruatie dus ook om de 28 dagen

Gebeurtenissen tijdens menstruatiecyclus:
1. menstruatie
2. eicel rijpt
3. baarmoederslijmvlies groeit
4. eisprong


Slide 4 - Tekstslide

Anticonceptie (voorbehoedsmiddelen)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

2 condooms over elkaar is veiliger dan 1 condoom
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Wat voorkomt een condoom?
A
voorkomt zwangerschap
B
voorkomt een soa
C
voorkomt een zaadlozing
D
A en B zijn goed

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het voordeel van het gebruik van een condoom?
A
Het voelt fijner
B
Beschermt ook tegen soa's
C
Het is betrouwbaarder dan andere methodes
D
Je kan hem niet vergeten

Slide 9 - Quizvraag

Als je een condoom omdoet, knijp je het bovenste stukje van het condoom dicht.
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

De pil werkt door...
A
Suiker
B
Je speeksel
C
Zetmeel
D
Hormonen

Slide 11 - Quizvraag

wat is een voordeel van een vrouwencondoom?
A
Je kunt het al uren voor je vrijt indoen
B
het is betrouwbaarder dan het mannencondoom
C
het is goedkoper dan het mannencondoom
D
Je kunt het meerdere keren gebruiken

Slide 12 - Quizvraag


Een condoom kan scheuren
A
waar
B
niet waar
C
Ja, maar dat is niet erg.

Slide 13 - Quizvraag

geboorteregeling

Slide 14 - Tekstslide

Wat is geboorteregeling?
A
Een man en vrouw proberen niet zwanger te raken.
B
Een man en vrouw bepalen of ze een kind willen of niet
C
De baby wordt geboren
D
Eisprong

Slide 15 - Quizvraag

Dit is geen veilige manier van geboorteregeling
A
Periodieke onthouding
B
Het gebruiken van een condoom
C
Het slikken van de pil
D
Allemaal niet

Slide 16 - Quizvraag

Menstruatiecyclus
Periodieke onthouding

Slide 17 - Tekstslide

Wanneer werkt de morning after pil het beste?
A
Binnen 12 uur
B
Binnen 3 dagen
C
1 week na de sex

Slide 18 - Quizvraag

Wat voorkomt de pil?
A
Soa's
B
Voorkomt dat de eicel rijpt
C
Voorkomt innesteling van een embryo

Slide 19 - Quizvraag

Hormonale middelen
- anticonceptie pil
- anticonceptie ring
- anticonceptie pleister
- hormoonspiraal
- prikpil / hormoonstaafje

Slide 20 - Tekstslide

Anticonceptie

Slide 21 - Tekstslide

Hoeveel zwangerschappen eindigen in een abortus in Nederland?
A
1 op de 7
B
1 op de 70
C
1 op de 700
D
1 op de 7000

Slide 22 - Quizvraag

wat is de meest genoemde reden voor een abortus?
A
geen geld genoeg
B
te jong
C
gezin is al compleet
D
geen vaste relatie

Slide 23 - Quizvraag

Wat is geen abortusmethode
A
abortuspil
B
zuigcurretage
C
vruchtwaterpunctie

Slide 24 - Quizvraag

Wanneer kan zuigcurettage als abortus gebruikt worden.
A
In de eerste 72 uur na geslachtsgemeenschap
B
In de eerste 7 weken van zwangerschap
C
In de eerste 13 weken van zwangerschap
D
In de eerste 27 weken van zwangerschap

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Video

Wat is HIV?
A
Dit is een verkoudheid.
B
Dit is een virus dat uiteindelijk aids veroorzaakt.
C
Dit is hetzelfde als aids.
D
Dit is een bacterie.

Slide 27 - Quizvraag

Zijn er medicijnen voor HIV / AIDS?
A
Ja, maar deze kunnen je niet genezen
B
Nee, maar ze zijn er wel mee bezig
C
Nee
D
Ja, maar dan moet je er wel direct mee beginnen

Slide 28 - Quizvraag

Als je met iemand zoent die HIV heeft, kun je ook HIV krijgen
A
juist
B
onjuist

Slide 29 - Quizvraag

(Ongemakkelijke) Vragendoos

Slide 30 - Tekstslide

DOEN!
Hoe kom je van twee cellen tot een baby?
schrijf in kernwoorden de gehele reeks op!

Slide 31 - Tekstslide

Wat is bevruchting?
A
Kern eicel smelt samen met kern zaadcel
B
Eicel gaat zich delen
C
Zaadcel gaat zich delen
D
Eicel met zaadcel deelt zich tot een baby

Slide 32 - Quizvraag

Wat is innestelen?
A
Eicel en zaadcel komen samen
B
Eicel komt vrij
C
Start van bevalling
D
bevruchte eicel gaat in baarmoederslijmvlies zitten.

Slide 33 - Quizvraag

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde
 Geslachtsgemeenschap
Zaadlozing
Bevruchting
Innesteling
Zwangerschap
Bevalling

Slide 34 - Sleepvraag

Ovulatie
Bevruchting
Celdeling
Innesteling

Slide 35 - Sleepvraag

Hoe eet het embryo?

Slide 36 - Tekstslide

Placenta
Foetus
Vruchtvliezen
Vruchtwater
Navelstreng

Slide 37 - Sleepvraag

prenataal onderzoek

Bloed afnemen
Weefsel afnemen
Beeld:
echoscopie 
geluidsgolven

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Bij welke vorm van prenataal onderzoek word geen bloed afgenomen?
A
Combinatietest
B
NIPT
C
Echo

Slide 40 - Quizvraag

Bij welke vorm van prenataal onderzoek wordt met geluidsgolven een beeld van de baby gemaakt?
A
Echografie
B
NIPT
C
Combinatietest
D
Vruchtwaterpunctie

Slide 41 - Quizvraag

een combinatietest is een combinatie van
A
echoscopie, vlokkentest
B
echoscopie, bloedtest
C
bloedtest, vlokkentest
D
bloedtest, vruchtwaterpunctie

Slide 42 - Quizvraag

Met de eerste prenatale test (combinatietest) die een moeder krijgt aangeboden wordt vastgesteld of er een kans is op een kindje met downsyndroom.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 43 - Quizvraag

Aan de slag!
Werk basisstof 5 en 6
Maak alle opgaven van basisstof 5-6 en zorg dat alle test jezelfs op groen staan.

Slide 44 - Tekstslide