In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Onderdelen in deze les
Welkom bij Nederlands
Slide 1 - Tekstslide
Wat gaan we doen?
Woordbetekenis
Beeldspraak
Starttaal thema 2 Vrije tijd hoofdstuk 1 lezen
Afsluiting
Je weet hoe je de betekenis van een onbekend woord of van beeldspraak kan achterhalen.
Slide 2 - Tekstslide
Woordbetekenis
Als je een tekst leest begrijp je vaak niet alle woorden. Soms is dat niet erg. Een woord is bijvoorbeeld niet zo belangrijk.
Kijk maar:
Slide 3 - Tekstslide
De turquoise auto overschreed de snelheidslimiet:
Slide 4 - Tekstslide
???????????
Als je niet weet wat 'turquoise' betekent, dan is dat niet zo erg in deze zin.
Maar als je niet weet wat 'overschreed' betekent, of 'snelheidslimiet', dan wordt het lastig de zin te begrijpen.
Slide 5 - Tekstslide
Hoe ga jij om met onbekende woorden in een tekst?
L
Slide 6 - Tekstslide
Stappenplan onbekende woorden
1. Geeft het woord zelf een aanwijzing voor de betekenis?
Herken je een deel van het woord? Bepaal de betekenis op basis van (dat deel van) het woord.
Slide 7 - Tekstslide
Stappenplan onbekende woorden
2. Geeft de context een aanwijzing voor de betekenis?
Staat in de omgeving van het woord een omschrijving waaruit je de betekenis kunt afleiden?
Wordt er een voorbeeld gegeven waarin een aanwijzing staat voor de betekenis?
Staat er een woord in de tekst dat hetzelfde of juist het tegenovergestelde betekent?
Is er een afbeelding die een aanwijzing geeft voor de betekenis?
Slide 8 - Tekstslide
Stappenplan onbekende woorden
3. Geven het woord en de context geen aanwijzingen?
Zoek de betekenis op in een woordenboek of op internet.
Slide 9 - Tekstslide
Wat is beeldspraak?
A
Je moet een zin/tekst niet letterlijk nemen
B
Figuurlijk taalgebruik
C
Je vergelijkt iets met een bepaald beeld
D
Ander woord voor gebarentaal
Slide 10 - Quizvraag
Slide 11 - Video
00:21
De crisis is een puzzel.
Slide 12 - Woordweb
Wat is een metafoor?
Slide 13 - Open vraag
Wat gebeurt er als je (te) veel metaforen gebruikt?
Slide 14 - Open vraag
Beeldspraak begrijpen
Beeldspraak kan ervoor zorgen dat je een deel van een tekst niet begrijpt. Net als bij onbekende woorden kun je bij beeldspraak zelf de betekenis proberen te achterhalen.
Dat doe je in de eerste plaats door te kijken of de context een aanwijzing voor de betekenis geeft. Verder kan de beeldspraak zelf aanwijzingen geven voor de betekenis.
Slide 15 - Tekstslide
Aan de slag
Studiemeter.nl --> Starttaal 3F
Thema 2 hoofdstuk 1 lezen
Opdracht 7, 9, 11 + eindopdracht
Slide 16 - Tekstslide
Het wordt groen en geel voor de ogen.
Uit de doppen kijken
Het oog is groter dan de maag.
Een sloddervos zijn
Iemand de oren afzagen
Duizelig of misselijk worden
Goed opletten
Meer op je bord scheppen dan je op kunt eten
Een slordig iemand zijn
Steeds blijven aandringen
Slide 17 - Sleepvraag
Toen ik 's avonds thuiskwam, lag mijn hond in zijn mand.
A
Letterlijk
B
Figuurlijk
Slide 18 - Quizvraag
Toen ik 's avonds thuiskwam, vond ik de hond in de pot.
A
Letterlijk
B
Figuurlijk
Slide 19 - Quizvraag
De iPhone is de Rolls-Royce onder de mobieltjes.
A
Letterlijk
B
Figuurlijk
Slide 20 - Quizvraag
Mijn Rolls-Royce staat tussen de andere auto´s geparkeerd.
A
Letterlijk
B
Figuurlijk
Slide 21 - Quizvraag
Mark wilde zijn rijbewijs gaan halen, maar hij zag veel beren op de weg.
A
Mark kwam tijdens zijn rijles beren op de weg tegen.
B
Mark zag veel moeilijkheden bij het halen van zijn rijbewijs.
Slide 22 - Quizvraag
De boze student had nog een appeltje met zijn docent te schillen.
A
De student moest voor zijn docent een appel gaan schillen.
B
De student moest nog een vervelende zaak afhandelen.