Infusie

Infusie
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Infusie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bianca

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen van deze les
  1. Je kunt minimaal 3 indicaties voor het inbrengen van vocht benoemen
  2. Je kunt minimaal 3 complicaties benoemen die zich kunnen voordoen bij infusietherapie
  3. Je kunt het verschil benoemen tussen een isotone, hypotone en hypertone vloeistof
  4. Je hebt geleerd hoe je een infuussysteem vult en aansluit
  5. Je weet welke e-learnings je moet maken vóór de GO (6, 31, 32)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen we deze periode?
  • Infuusvloeistoffen - hoe was het ook al weer?
  • Infuussysteem vullen - GO
  • Infuuspompen, pompstand berekenen
  • Medicatie via infuuszakje klaarmaken en toedienen - GO

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benoem indicaties voor toedienen van vocht

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies




  • onvoldoende vochtopname (verwaarlozing of na een operatie);
  • groot vochtverlies, door braken en/of diarree;
  • bloedverlies, door een operatie of ongeluk;
  • plasmaverlies, bijvoorbeeld bij brandwonden;
  • koorts/sepsis
  • medicatie iv toedienen
  • voeding via infuus omdat gewoon eten niet lukt

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Complicaties:

  • subcutaan inlopen van de vloeistof
  •  tromboflebitis
  •  lijninfecties
  •  sepsis
  •  overvulling van de circulatie
  •  luchtembolie
  •  allergische reacties









Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intraveneus toedienen:
  • Infuusvloeistof (basisinfuus-waakinfuus-waaknaald)
  • Electrolyten suppletie (Ca2+, K, MG2+, Fos)
  • Stolling correctie
  • Medicatie via de zijlijn (antibiotica, lasix, pijnstilling)
  • Bolusinjectie (pijnstilling, anti-epileptica)
  • Bloedprodukten (Packed Cells, trombocyten, plasma)
  • TPV (totaal parenterale voeding)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij patiënten die een infuus moeten hebben schrijft de arts voor:


  • Welke infuusvloeistof gegeven moet worden
  • Hoeveel vloeistof moet worden gegeven
  • In hoeveel tijd

  • Big handeling: bevoegd en bekwaam?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende infuusvloeistoffen

  • Hypotoon
  • Isotoon
  • Hypertoon

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

• Isotoon betekent dat de osmolariteit van de infuusvloeistof en het lichaamsvocht van de zorgvrager gelijk zijn. Voorbeelden van veelgebruikte isotone infuusvloeistoffen zijn NaCl 0,9% en glucose 5%.
• Hypertoon betekent dat de infuusvloeistof een hogere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht.
• Hypotoon betekent dat de infuusvloeistof een lagere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het 3-wegkraantje:

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten infusie, sleep de juiste term naar de juiste foto
PICC lijn
Perifeer infuus
Centraal infuus

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Checks voordat je begint:
  • Voorschrift van de arts.
  • Heeft de patiënt een goede iv-toegang?
  • Voorschrift van de arts - welke vloeistof en welke snelheid?
  • Datum infuuszak en infuussysteem, juiste vloeistof, helderheid.
  • Vóór aansluiten: check of je bij de juiste patiënt bent.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infuuszak
Infuusslang
Bijspuitpunt
Druppelkamer
Rolregelklem

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infuuspompen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infuuspomp
Een infuuspomp is een type pomp die gebruikt wordt bij een infuus om de toediening en de toedieningssnelheid van een substantie (zoals bloedcellen, plasma, bloed, zout- en glucoseoplossingen en medicatie) te regelen.

Er zijn verschillende soorten pompen voor toediening van vloeistoffen uit spuiten, medicatiecassettes of infuuszakken.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infuuspomp

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Perfusor/spuitpomp
Continue, nauwkeurige en gelijkmatige toediening van geneesmiddelen (subcutaan / intraveneus / epiduraal / spinaal)






    


    

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PCA pomp
Veelal bij pijnbestrijding en sedatie.
Pompen hebben vaak een bolusfunctie/knop

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PCA/Spuitpomp
Spuitpomp met mogelijkheid PCA functie

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CADD Solis

Geschikt voor pijnstilling, insuline etc.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Multiplex Infusie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infuuspomp: wanneer wordt dit gebruikt?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
*Continue basis infuus 
*Bloedproducten
*Antibiotica
*TPV (Totaal Parenterale Voeding)
*Maagbeschermers
*Medicatie per gift, denk aan 4x daags AB
* Vocht geven met hoge snelheid


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spuitpomp: voor welke medicatie wordt dit gebruikt?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
*Furosemide
*Insuline (Novorapid)
*Morfine
*Pantozol
*Propofol
*Dormicum
*Nitroglycerine
AB: voorbeeld bij een endocarditis
*Continue toediening

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Noem complicaties bij het toedienen van infusie:

Slide 43 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Ga naar zorgpad en bekijk de overige filmpjes over:
het toedienen van intraveneuze medicatie

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Een patiënt moet in 24 uur tijd een infuus krijgen van 1 liter 5% glucose.
Bij het gebruikte infuussysteem gaan er 20 druppels in een ml.

• Bereken de druppelsnelheid.
• De zorgvrager is bekend met hartfalen en de cardioloog besluit dat het infuus via een infuuspomp moet gaan. Op hoeveel ml/uur zet je de pomp?

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Antwoord:
1liter= 1000ml=1000x20=20000 druppels.
24 uur = 24x60=1440 minuten.
Druppelsnelheid is 20000/1440= 13 á 14 druppels per minuut.
Pompstand: stand 42

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Huiswerk: sommen maken, inleveren via teams voor 
26/9

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies