§4.3 Soorten brandstoffen (nieuw)


Je ziet de structuurformule van methylbutaan. Welke stof is een isomeer hiervan?
A
propaan
B
butaan
C
pentaan
D
hexaan
1 / 14
volgende
Slide 1: Quizvraag
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les


Je ziet de structuurformule van methylbutaan. Welke stof is een isomeer hiervan?
A
propaan
B
butaan
C
pentaan
D
hexaan

Slide 1 - Quizvraag

§4.3 Soorten brandstoffen

fossiele brandstoffen
kraken en nalkenen
bio-brandstoffen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

fossiele brandstoffen
Zijn de resten van organismen die miljoenen jaren geleden op aarde leefden. (koolwaterstoffen)

Aardolie, aardgas, steenkool

Slide 4 - Tekstslide

destilleren van aardolie

Er is meer vraag naar benzine en diesel.

De grotere moleculen in stookolie kunnen gekraakt worden.


Slide 5 - Tekstslide

kraken
Thermolyse 
(verhitten zonder zuurstof!!)

=> grote moleculen splitsen in kleinere moleculen die wel goed bruikbaar zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Elke C-atoom heeft 4 plekken waar een ander atoom aan kan binden. In dit geval H-atomen en ander C-atomen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Alkenen
dubbele binding tussen 2 C-atomen
CnH2n
Tekst

Slide 9 - Tekstslide

Wat weet je nog van fotosynthese?
A
zuurstof + koolstofdioxide --> water + glucose
B
glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water
C
koolstofdioxide + water --> zuurstof + glucose
D
water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

Slide 10 - Quizvraag

Planten gebruiken de voedingsstof/brandstof glucose om andere stoffen van te maken.

(eiwitten, vetten, zetmeel, houtstof, vitamines.......)
glucose

Slide 11 - Tekstslide

Bij de verbranding van planten worden weer koolstofdioxide en water gevormd.

Slide 12 - Tekstslide

biobrandstoffen

Biomassa = massa van planten(resten)
GFT-afval, rioolsslib

=> Bio-ethanol en biogas
in plaats van aardolieproducten


Slide 13 - Tekstslide

Vragen?
§4.3 doorlezen (plus niet) en opgave 26 tm 31 maken en nakijken

Slide 14 - Tekstslide