COTP- W4 :Egypte: politiek en sociaal

W4 COTP : Egypte
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Historisch bewustzijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

W4 COTP : Egypte

Slide 1 - Tekstslide

De 7 historische periodes
Ken jij ze nog?

Slide 2 - Tekstslide

In welke historische periode situeren we het oude Egypte?
A
PREHISTORIE
B
OUDE NABIJE OOSTEN
C
KLASSIEKE OUDHEID
D
MIDDELEEUWEN

Slide 3 - Quizvraag

De 4 maatschappelijke domeinen
Ken jij ze nog?

Slide 4 - Tekstslide

W4 COTP : Egypte: politiek en sociaal

Slide 5 - Tekstslide

COTP  Week 4 MC 1   Egypte : politiek
Succescriteria
  • Ik kan vertellen wie de macht heeft in het Oude Egypte.
  • Ik kan het bestuur van België vergelijken met het bestuur van het oude Egypte.
  • Ik kan een aantal kenmerken koppelen aan een bepaalde farao.
  • Ik maak een vraag voor de vragenpot.

Slide 6 - Tekstslide

vraag voor de vragenpot
  • Bedenk een vraag over iets dat je vandaag geleerd hebt. 
  • Zorg dat het een vraag is waar een ander leerling een antwoord op kan geven.
  • Voorbeeld: meerkeuze / waar of niet-waar / open vraag
  • Noteer het juiste antwoord onder de vraag
  • Vouw je papiertje dubbel en gooi het in de vragenpot. 
  • Zorg dat je naam op het papiertje staat.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Sleep de punaise naar de plek waar Egypte ligt:

Slide 9 - Sleepvraag

Welke belangrijke rivier stroomt er door Egypte?
A
Schelde
B
Nijl
C
Amazone
D
Donau

Slide 10 - Quizvraag

Middellandse Zee
Nijldelta
Nijl
Rode Zee
Bij wiskunde is Δ het symbool van een driehoek
Next dia: landbouw langs de Nijl.

Slide 11 - Tekstslide

Wie was de baas in het oude Egypte?
A
een keizer
B
de regering
C
een farao
D
een paus

Slide 12 - Quizvraag

België
Oude Egypte
Beschrijf de verschillen tussen de macht van de farao in het oude Egypte en de macht van onze koning vandaag door de woorden naar de juiste kolom te slepen.
regering
alleenheerschappij (regeert alleen)
levende god 
democratie
koning heeft niet veel macht
farao

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Tekstslide

Welk domein van de samenleving vinden we terug in deze piramide?
A
sociaal
B
economie
C
cultuur

Slide 15 - Quizvraag

COTP  Week 4 MC 1   Egypte : sociaal
Succescriteria
  • Ik kan uitleggen wat een gelaagde samenleving is.
  • Ik kan een aantal kenmerken koppelen aan een bepaalde farao.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Gelaagde samenleving:
  1. Een gelaagde samenleving is een samenleving die bestaat uit lagen waarin de bevolking verdeeld is: de lagen verschillen van elkaar in aanzien, macht en rijkdom.
  2. Farao, priesters (ministers), soldaten,
    ambachtslieden, handelaren, boeren en 
    slaven.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Sleep de beroepen naar de juiste plek/ laag in de piramide:
ambachtsman
ambtenaar
slaaf
priester
farao
boer

Slide 20 - Sleepvraag

3

Slide 21 - Video

00:30
Hoe noemen we iemand die het verleden onderzoekt aan de hand van materiële overblijfselen
A
theoloog
B
filosoof
C
cardioloog
D
archeoloog

Slide 22 - Quizvraag

01:18
Welke uitspraak is juist?
A
Toetanchamon heeft heel lang geregeerd.
B
toetanchamon was slechts 9 jaar oud toen hij farao werd.
C
Toetanchamon zorgde voor een rustige tijd in het Oude Egypte.

Slide 23 - Quizvraag

04:20
In welk jaar wordt het graf van Toetanchamon ontdekt?
A
1905
B
1922
C
22 VC
D
1222

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Wat zagen we op de vorige foto?
A
een kroon
B
een grafmasker
C
een borstbeeld

Slide 26 - Quizvraag

Wie was de baas in Egypte?
A
een man
B
een vrouw
C
een man of een vrouw

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Link

Oefeningen 
  • Maak de oefeningen in je bundel P2-3
  • Verbeter p 2-3 met de verbetersleutel (projectsite)
  • Schrijf een weetje op. Wat heb je onthouden van deze les!
  • Maak de extra opdrachten p 4-5

Slide 29 - Tekstslide

vraag voor de vragenpot
  • Bedenk een vraag over iets dat je vandaag geleerd hebt. 
  • Zorg dat het een vraag is waar een ander leerling een antwoord op kan geven.
  • Voorbeeld: meerkeuze / waar of niet-waar / open vraag
  • Noteer het juiste antwoord onder de vraag.
  • Schrijf je naam op het papiertje.
  • Vouw je papiertje dubbel en stop het in de vragenpot. 

Slide 30 - Tekstslide