1AH - Bron D - 20/3 - c3 ed.6.1

BONJOUR
Ga zitten, pak je boek voor op blz. 130 
Exercice (opdracht):
Leer de woordjes van blok A
2 minuten in stilte. 


timer
2:00
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

BONJOUR
Ga zitten, pak je boek voor op blz. 130 
Exercice (opdracht):
Leer de woordjes van blok A
2 minuten in stilte. 


timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

1AHA

Slide 2 - Tekstslide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
Aujourd'hui
Jeudi 20 mars
1. But                                   
2. Grammaire D                     
3. Travail individuel       
4. Evaluation                       
But:  Ik ken de persoonlijke voornaamwoorden in het Frans.
Ik weet wat het woord être betekent in het Nederlands. 
Ik kan een aantal vormen van het werkwoord être herkennen.

Slide 3 - Tekstslide

Exercice 
Ga naar blz. 112
Exercice (opdracht):
Lees het groene blokje goed door.

Klaar? Log alvast in op LessonUp

timer
2:00

Slide 4 - Tekstslide

Ken je de persoonlijke voornaamwoorden nog?
Sleep NL naar FA.
IK
JIJ
HIJ
ZIJ (1 persoon)
WIJ / MEN
WIJ
U / JULLIE
ZIJ (ml + mv)
ZIJ (vl + mv)
JE
TU
IL
ELLE
ON
NOUS
VOUS
ILS
ELLES

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord
meervoud
ik
jij
hij
zij
men
wij
je
tu
il
elle
on
on
on heeft 2 betekenissen
vous heeft 2 betekenissen
wij
jullie
u
zij
zij
nous
vous
vous
ils
elles

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

le verbe être
je
suis
tu
es
il / elle/ on
est
nous
sommes
vous 
êtes

ils / elles 
sont
ik
ben
jij
bent
hij / zij / men
is
wij
zijn
jullie / u
zijn / bent
zij [mmv / vmv]
zijn

Slide 10 - Tekstslide

Travail individuel
Quoi
Havo: exercices 17abcd
vwo: exercices 16de, 17acd
Comment
In je boek vanaf p.112/113
Aide
aantekening être/ p. 112
4 B's
Prêt?
1.  Havo: maak opdracht 17e
     vwo: maak opdracht 18
2.  Kijk je werk na met de             LessonUp 'corriger'
3. Ga naar www.verbuga.eu 
    werkwoord: être
    tijd: présent

Slide 11 - Tekstslide

WWW.VERBUGA.EU

Werkwoord: ÊTRE
Tijd: PRÉSENT


Slide 12 - Tekstslide

Evaluation
But:  
Ik ken de persoonlijke voornaamwoorden in het Frans.

Ik weet wat het woord être betekent in het Nederlands.

Ik kan een aantal vormen van het werkwoord être herkennen.

Slide 13 - Tekstslide

Evaluation
But:  
Ik ken de persoonlijke voornaamwoorden in het Frans.



Slide 14 - Tekstslide

Ken je de persoonlijke voornaamwoorden nog?
Sleep NL naar FA.
IK
JIJ
HIJ
ZIJ (1 persoon)
WIJ / MEN
WIJ
U / JULLIE
ZIJ (ml + mv)
ZIJ (vl + mv)
JE
TU
IL
ELLE
ON
NOUS
VOUS
ILS
ELLES

Slide 15 - Sleepvraag

Evaluation
But:  


Ik weet wat het woord être betekent in het Nederlands.



Slide 16 - Tekstslide

Wat is de vertaling van het werkwoord être in het Nederlands?

Slide 17 - Open vraag

Evaluation
But:  
Ik kan een aantal vormen van het werkwoord être herkennen.

Slide 18 - Tekstslide

être
=
 zijn




il/elle/on est
nous sommes
vous êtes
ils/elles sont
tu es
je suis
wij zijn
zij zijn (ml&vr)
ik ben
u bent & jullie zijn
jij bent
hij/zij/men is (wij zijn)

Slide 19 - Sleepvraag

Ik ken het werkwoord être al een beetje en weet hoe ik het moet gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Slide 21 - Tekstslide

je
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
suis
es
est
sommes
êtes
sont

Slide 22 - Sleepvraag