begrippen_2_2025

woordenschat
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 5 min

Onderdelen in deze les

woordenschat

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een deadline?
A
Een feestdag in de kalender
B
Een tijd waar voor een taak af moet
C
Een type computerprogramma
D
Een soort sportevenement

Slide 2 - Quizvraag

Wat betekent impulsief?
A
meteen reageren zonder na te denken
B
Eerst nadenken, dan reageren
C
rustig en voorzichtig zijn

Slide 3 - Quizvraag

Op stage is initiatief nemen belangrijk.
wat betekent initiatief nemen?
A
dat je graag op zoek gaat naar taken die je kunt doen.
B
dat je alles doet zonder te vragen
C
dat je veel vragen stelt

Slide 4 - Quizvraag

week 11 graf van farao

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een wetenschapper?
A
iemand die voor zijn beroep uitzoekt hoe dingen werken of hoe dingen zijn
B
iemand die voor zijn plezier veel weet over een bepaald onderwerp
C
iemand die voor zijn werk veel reizen maakt naar andere landen
D
iemand die heel veel weet over een onderwerp omdat hij daarvoor heeft gestudeerd

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het werk van een archeoloog?
A
reizen naar het buitenland organiseren
B
oude dingen repareren en daarna verkopen
C
in de grond zoeken naar spullen van vroeger

Slide 7 - Quizvraag

Hij regeerde als een farao over Egypte.

Wat betekent regeren?
A
en land aanvallen, ruzie maken
B
een land leiden, besturen
C
een land helpen, geluk wensen

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een mummie?
A
Een Egyptische koning
B
Een soort graf
C
Een tekening van een farao
D
Een dode persoon gewikkeld in doeken

Slide 9 - Quizvraag

iets wat gevonden is
een bouwwerk waar doden in worden begraven
veel geld waard
egyptische koning van vroeger
farao
tombe
vonst
kostbaar

Slide 10 - Sleepvraag