BERH: TH14 BS6 Gaswisseling bij dieren

TH14 Gaswisseling en uitscheiding
BS 6 Gaswisseling bij dieren
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

TH14 Gaswisseling en uitscheiding
BS 6 Gaswisseling bij dieren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesverloop

  1. Terugblik Rijk van de Dieren
  2. Leerdoelen BS6
  3. Leer met deze LessonUp en je boek.
  4. Kennis testen
  5. Aan de slag: maak alle opdrachten in het boek.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




  • Longen
  • Kieuwen
  • Tracheeën



14.6.1 Je kunt beschrijven hoe de gaswisseling plaatsvindt bij verschillende diergroepen.
Leerdoelen
Waar gaat BS6 over?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Terugblik Rijk van de Dieren

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rijk van de dieren

Weet je nog? Op basis van soort symmetrie en soort skelet worden dieren verdeeld in groepen:

  1. sponsdieren
  2. neteldieren / holtedieren
  3. weekdieren
  4. stekelhuidigen
  5. geleedpotigen
  6. gewervelden
  7. wormen

Hoewel de GASWISSELINGSORGANEN kunnen variëren van longen tot huid, kieuwen, tracheeën, of het celmembraan, is de essentie hetzelfde: zuurstof verkrijgen voor verbranding en het verwijderen van koolstofdioxide.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LONGEN
Zoogdieren, vogels, reptielen en volwassen amfibieën 

koudbloedige dieren hebben minder zuurstof nodig dan warmbloedige dieren omdat
  • Er hoeft minder verbranding plaats te vinden doordat ze minder verbranden (lichaamstemperatuur hoeft niet constant te blijven).
  • De longen zijn dan relatief klein.

Reptielen en zoogdieren die in het water leven, moeten regelmatig naar het wateroppervlak om adem te halen.


Slide 6 - Tekstslide

Opname:
Stoffen uitwendig milieu toevoegen aan inwendig milieu.
Voorkomt tekort aan stoffen
Opslag:
Overtollige stoffen uit inwendig milieu onttrekken en opslaan in lichaam.
Voorkomt schade aan lichaam
Behoud nuttige stoffen voor later gebruik
Uitscheiding:
Overtollige stoffen uit inwendig milieu onttrekken en verwijderen uit lichaam.
Voorkomt schade aan lichaam
De stoffen zijn doorgaans niet herbruikbaar

Overzicht longen in het dierenrijk

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn koudbloedige dieren en warmbloedige dieren?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Amfibieën
De huid van amfibieën is bedekt met een slijmlaag waaronder vele dunne bloedvaten, oftewel haarvaten, lopen. 

Jonge amfibieën
  • Gaswisseling in kieuwen en de huid.

Volwassen amfibieën
  • Gaswisseling in longen en de huid.

Een volwassen amfibie heeft eenvoudiger longen dan een reptiel. Hij ademt dan ook niet alleen met zijn longen maar ook met zijn huid. 


Gaswisseling via de huid.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kan een reptiel door zijn huid ademen?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

KIEUWEN
Bij vissen en jonge amfibieën.
Om zuurstof uit het water te halen.

Kieuwen bestaan uit kieuwbogen met kieuwplaatjes.

- Vissen laten vanuit de bek water langs de kieuwen stromen. 
- Zo wordt het water in de kieuwholten ververst.
- Langs de kieuwplaatjes lopen haarvaten - GASWISSELING
   In de kieuwen wordt O2 opgenomen en koolstofdioxide 
   afgegeven  aan het water.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kieuwen
  • Vis opent zijn bek >> water stroomt de mondholte in.
  • Vis sluit zijn bek >> het water wordt tussen de kieuwplaatjes door geperst. In de kieuwplaatjes liggen veel haarvaten. De kieuwplaatjes samen hebben een groot oppervlak.
  • Gaswisseling vindt plaats: zuurstof uit het water wordt opgenomen in het bloed en koolstofdioxide uit het bloed wordt afgegeven aan het water. 
  • Het water verlaat de vis doordat de kieuwdeksels opengaan. 
  • Hierna gaan de kieuwdeksels weer dicht en de bek weer open. 
  • Er stroomt opnieuw water in de mondholte.
bestudeer dit plaatje!

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat geven de kieuwen af aan het water?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

 Kieuwen
Mis het volgende filmpje niet!! 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Tracheeën
Bij insecten. 

TRACHEEËN
  • Sterk vertakte luchtbuizen die overal in het lichaam (tot aan spieren en organen) van een insect eindigen. 
  • Wanneer ze een cel dik zijn kan gaswisseling plaatsvinden.

Zuurstof komt binnen via openingen in het lichaam (niet via de mond):
STIGMA'S
  • Openingen aan zijkant achterlijf waardoor de lucht in de tracheeën stroomt.
  • Door pompende beweging van achterlijf wordt lucht door de  tracheeën vervoerd.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Tracheeën
Mis het volgende filmpje niet!! 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kennisvragen
Kennisvragen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Haaien halen adem met kieuwen. Water stroomt de bek in en langs de kieuwen er weer uit (zie de afbeelding).
De letters P en Q geven twee plaatsen aan waar het water langs stroomt.

Op welke plaats bevat het water meer koolstofdioxide, bij P of bij Q?

A
Bij P
B
Bij Q

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De axolotl is een amfibie die zijn hele leven eigenschappen van een larve (jonge amfibie) houdt. Hij heeft uitwendige kieuwen en een staartvin, waardoor hij goed aangepast is aan het leven in water.
De axolotl eet kleine diertjes, zoals watervlooien. Hij kan prooidieren alleen goed waarnemen als ze bewegen. Het dier heeft geen natuurlijke vijanden, behalve zijn soortgenoten.

Hoe ademt de axolotl?
A
door hun kieuwen
B
door hun huid.
C
door hun kieuwen, door hun huid en met hun longen.
D
met hun longen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit dier vindt gaswisseling via de kieuwen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit dier vindt gaswisseling via de longen en de huid.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit dier vindt gaswisseling via de kieuwen plaats.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke dieren gebruiken tracheeën voor gaswisseling?
A
vogels
B
insecten
C
reptielen
D
amfibieën

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie is er warmbloedig?
A
Krokodil en muis
B
Slang en muis
C
Kraai en Slang
D
Muis en Kraai

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar vindt bij eencellige organismen gaswisseling plaats?
A
op het huid
B
in de vacuole
C
op het celmembraan
D
in de kieuwen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben koudbloedig.
Ik heb schubben zonder slijm.
Wie ben ik?
A
reptiel
B
amfibie
C
vis
D
zoogdier

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


  1. Lees de §14.6 in je boek.  
  2. Maak alle opdrachten + extra opdrachten + samenhang
  3. Maak aantekeningen van wat je geleerd hebt. 
  4. KIJK NA!
  5. Doe de Test Jezelf online.
  6. Vragen? Noteer deze.

Klaar? De komende les ga je de volgende doen - je kunt hier alvast mee beginnen:
  • §14.7
  • Ga naar Biologiepagina.nl om te oefenen.
  • Ga naar Examenkracht.nl om te oefenen.
Verdieping: bekijk beschikbare videos zoals Biologie met Joost
Aan de slag! 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Practicum Kieuwen
Leuk om te zien! 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies