In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 180 min
Onderdelen in deze les
Dinsdag, 18 maart 2025
09:20-10:20 boekje 31 Gespecialiseerde thuiszorg
10:35-10:55 pauze
10:55-11:20 Praktijk opdrachten inleveren
11:20-12:35 Oefentoets
Slide 1 - Tekstslide
Donderdag, 6 maart 2025
Boekje 31 Gespecialiseerde thuiszorg
Taak 1 (opdr.1,2,3,4)
Taak 2 (opdr. 1,2,3,6,7,8)
Taak 3 (opdr. 1,2,3,4,5)
Taak 4 (opdr. 1 en 2)
Taak 5 (opdr. 1,2,3,4,5,6)
Taak 6 (opdr. 1,2,3,4,5,6
Slide 2 - Tekstslide
Donderdag, 6 maart 2025
Boekje 28 Wonen voor ouderen
Slide 3 - Tekstslide
Lesbrief 31 Gespecialiseerde thuiszorg
Slide 4 - Tekstslide
In de volgende situaties kun je ondersteuning krijgen van een thuisbegeleider:
mensen met dementie en hun omgeving:
Afhankelijk van de soort dementie, kan er behoefte zijn aan extra begeleiding om de grip op het huishouden te behouden. Er kan ook een casemanager en een wijkverpleegkundige ingeschakeld worden.
• mantelzorgers die overbelast raken
• mensen met psychiatrische of verslavingsproblemen
• mensen met psychosociale problemen
• risico- en multi probleemgezinnen.
Slide 5 - Tekstslide
Tussen welke leeftijd speelt de pubertijd plaats
A
12 t/m 18
B
12 t/m 21
C
11 t/m 16
D
12 t/m 21
Slide 6 - Quizvraag
Pubertijd
Van 12 tot 18 jaar ben je een tiener. Die periode valt ongeveer samen met de puberteit of pubertijd (de tijd waarin je puber bent). Bij meisjes begint de puberteit doorgaans eerder dan bij jongens. Tegenwoordig vaak zelfs al voor het twaalfde jaar. Bij de een duurt de puberteit wat langer dan bij de ander. In die periode gaat het niet alleen om lichamelijke ontwikkelingen. Er vinden ook ingrijpende ontwikkelingen plaats op drie andere gebieden
Slide 7 - Tekstslide
Cognitieve ontwikkeling
A
Lichamelijke groei
B
Groei geslachtsorganen
C
Denken, leren en logisch redeneren
D
Menstruatiecyclus
Slide 8 - Quizvraag
Cognitieve ontwilkkeling
De hersenen ontwikkelen zich verder, zoals denken, leren en logisch redeneren. Jongeren beginnen vaak abstracter te denken. Pas na de puberteit wordt het makkelijker om de langetermijngevolgen van je gedrag te overzien. Tijdens de puberteit zie je bij jongeren typisch pubergedrag: een wisselend humeur, besluiteloosheid, vergeetachtigheid, onberekenbaar, twijfelend en onzeker.
Slide 9 - Tekstslide
Sensorische en motorische ontwikkeling
A
last van sensoren in het lichaam
B
Motorische opstart problemen in de ochtend
C
Eetstoornis
D
Pubers hebben een groeispurt: hun armen en benen groeien snel. De hersenen kunnen dit niet goed bijhouden
Slide 10 - Quizvraag
Sensorische en motorische ontwikkeling
Pubers hebben een groeispurt: hun armen en benen groeien snel. De hersenen kunnen dit niet goed bijhouden, waardoor een puber vaak onhandig en slungelig is. Daarna ontwikkelen de hersenen zich verder, zodat het goed omgaan met de nieuwe lichaamsafmetingen weer lukt. Net als bij de cognitieve en lichamelijke ontwikkeling gaat het hier om interne ontwikkelingsinvloeden.
Slide 11 - Tekstslide
Emotionele en sociale ontwikkeling
Jongeren ontwikkelen hun eigen zelfbeeld en individualiteit.
Ze krijgen meer te maken met externe ontwikkelingsinvloeden. Vaak zetten ze zich hierbij af tegen hun ouders. De vriendenkring wordt steeds belangrijker. Een belangrijk aandachtspunt voor ouders is om hun kind bij het gezinsleven te blijven betrekken.
Slide 12 - Tekstslide
In de puberteit verandert er door hormonen veel in het lichaam van meisjes en jongens. Ze worden geslachtsrijp. Ook uiterlijk is dat duidelijk door de secundaire geslachtskenmerken die zich ontwikkelen. Waar denk je dan aan ?
Slide 13 - Open vraag
Het is heel belangrijk om geen infecties te krijgen want ze kunnen verschillende ziekten of seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) veroorzaken. Bijvoorbeeld:
Slide 14 - Open vraag
Voor informatie en hulp rondom seksualiteit kun je terecht bij verschillende instanties. Welke zijn dit?
Slide 15 - Open vraag
Slide 16 - Video
Verschil
Slide 17 - Tekstslide
Open en gesloten vraag
Slide 18 - Tekstslide
LSD vraag ?
Slide 19 - Open vraag
Voorbeeld LSD
Verhaal
-Ik eet altijd heel gezond.
-Wat eet je precies op een dag? En kun je vertellen wat daaraan voor jou gezond is?
- Ik vond niets aan mijn stage.
-Wat precies vond je niet leuk? Wat gebeurde er?
Houtbewerking vind ik leuk:
-Welke onderdelen van houtbewerking vind je leuk?
Slide 20 - Tekstslide
Zelfzorgmedicatie Waar kun je dit kopen?
Slide 21 - Open vraag
Zelfzorgmedicatie
Slide 22 - Woordweb
Genotsmiddelen
Slide 23 - Woordweb
Mensen hebben verschillende redenen om genotmiddelen te gebruiken, zoals: