H4.6 + 4.7

Toets
  1. Reproductie – Definitie van een pluriforme samenleving herkennen.
  2. Reproductie – Begrippen dominante cultuur, subcultuur en tegencultuur toepassen.
  3. Toepassen 2 – Beleid evalueren in relatie tot een pluriforme samenleving.
  4. Inzicht – Socialiserende instituties en de rol van de overheid analyseren.
  5. Reproductie – Invullen van ontbrekende begrippen in definities over cultuur.
  6. Reproductie – Kennis over migratie en begrippen als volgmigratie herkennen.
  7. Toepassen 1 – Internationale verdragen koppelen aan de juiste betekenis en voorbeelden.
  8. Toepassen 2 – Migratiegroepen analyseren en beargumenteren waarom ze zijn toegelaten.
  9. Inzicht – De boodschap van een cartoon analyseren en koppelen aan socialisatie.
  10. Inzicht – Nadelen van een diverse samenleving evalueren en onderbouwen.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Toets
  1. Reproductie – Definitie van een pluriforme samenleving herkennen.
  2. Reproductie – Begrippen dominante cultuur, subcultuur en tegencultuur toepassen.
  3. Toepassen 2 – Beleid evalueren in relatie tot een pluriforme samenleving.
  4. Inzicht – Socialiserende instituties en de rol van de overheid analyseren.
  5. Reproductie – Invullen van ontbrekende begrippen in definities over cultuur.
  6. Reproductie – Kennis over migratie en begrippen als volgmigratie herkennen.
  7. Toepassen 1 – Internationale verdragen koppelen aan de juiste betekenis en voorbeelden.
  8. Toepassen 2 – Migratiegroepen analyseren en beargumenteren waarom ze zijn toegelaten.
  9. Inzicht – De boodschap van een cartoon analyseren en koppelen aan socialisatie.
  10. Inzicht – Nadelen van een diverse samenleving evalueren en onderbouwen.

Slide 1 - Tekstslide

H4.6 + 4.7

Slide 2 - Tekstslide

Programma
Oefentoetsbespreken
Wat weet je nog van migratie
Leerdoelen
Uitleg 4.6 + 4.7
kaarten vergelijken
Lubach

Slide 3 - Tekstslide

Wat weten we nog over Migratie?

Slide 4 - Woordweb

Leerdoelen
Leerdoel 17: Ik kan uitleggen wat assimilatie, segregatie en integratie betekenen.

Leerdoel 18: Ik kan uitleggen waarom en vanuit welke grondrechten de Nederlandse overheid integratie stimuleert.
 
Leerdoel 19: Ik kan uitleggen wat de drie uiteenlopende reacties (vermijding, conflict, aanvaarding) op migratie zijn.

Leerdoel 20: Ik kan uitleggen welke ontwikkelingen een rol hebben gespeeld en spelen in de verandering van (de Nederlandse) cultuur.

Slide 5 - Tekstslide

Wat is integratie?
Assimilatie: opgeven van eigen cultuur, volledig aanpassen
Segregatie: gescheiden groepen (bv. zwarte vs. witte scholen)
Integratie: samengaan van culturen, wederzijdse aanpassing

Slide 6 - Tekstslide

Welke model van samenleven heeft Nederland
A
Assimilatie
B
Segregatie
C
Integratie
D
Alle drie

Slide 7 - Quizvraag

Open samenleving
Vrijheden zie je terug in de grondwet
Artikel 6: recht op godsdienst en levensovertuiging
Artikel 7: recht eigen gedachten of gevoelens openbaar maken
Artikel 23: vrijheid van onderwijs
Artikel 1: Discriminatie is verboden

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Welke reactie geef jij als een migrant naast je komt wonen vermijding conflict acceptatie
A
Vermijding
B
Conflict
C
Acceptatie

Slide 10 - Quizvraag

polarisatie
GELIJKE VERDELING



POLARISATIE

Slide 11 - Tekstslide

Integratieparadox & radicalisering
Jongeren keren zich soms af van de samenleving
-> Radicalisering: bereidheid tot geweld, verwerping democratische waarden

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Hoe kunnen we jongeren beschermen tegen radicalisering

Slide 15 - Open vraag

4.7 Nederland verandert
Tot jaren 60
verzuiling -> mensen hebben zich georganiseerd rond hun geloof of overtuiging
-          Gehoorzaamheid
-          traditionele rolpatronen
-          volgzaamheid

Slide 16 - Tekstslide

Vanaf de jaren 60
Ontkerkelijking ->er kwam een Seculiere samenleving
Individualisering: men ziet zichzelf al vrij individu
Globalisering: wereldwijd verbonden
Emancipatie: gelijke rechten en behandeling

Slide 17 - Tekstslide

Emancipatie
-          Vrouwenemancipatie
o   Abortus soepeler, anticonceptie, vrouwenrechten
-          Homo emancipatie
o   Homohuwelijk 2001
-          Emancipatie etnische minderheden
o   Black Lives Matter, diversiteit in media

Slide 18 - Tekstslide

Vul in tweetallen
Wat zou de score van Hoogopgeleide mensen zijn?
1= oneens
10=eens
Zet een kruisje
Trek een lijn
Wat zou de score van Laagopgeleide mensen zijn
1= oneens
10= eens
Zet een rondje
Trek een lijn

Slide 19 - Tekstslide

Waarden van Europa
Ga naar https://www.atlasofeuropeanvalues.eu/nl
Klik op kaarten
Zoek sleutelwoord: vrouwen
Periode: 2017
Selecteer groep: hoogopgeleid, laagopgeleid en totaal
Vul je tabel opnieuw in met de stellingen bij selecteer kaart
HO: Kruisje, LO: rondje, TO: sterretje


Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Wat is een pluriforme samenleving?
A
Mensen van verschillende godsdiensten en levensstijlen samenleven.
B
Mensen van verschillende sociale klassen en godsdiensten samenleven.
C
Mensen van verschillende sociale klassen, godsdiensten en levensstijlen samenleven.
D
Mensen van verschillende sociale klassen samenleven.

Slide 22 - Quizvraag

Welke cultuur zijn hipsters een deel van?
A
Dominante cultuur
B
Traditionele cultuur
C
Subcultuur
D
Tegencultuur

Slide 23 - Quizvraag

Welke socialiserende instelling heeft de meeste overheidsinvloed?
A
D Voetbalclubs.
B
A Het gezin
C
C De media.
D
B De school.

Slide 24 - Quizvraag

Met cultuur bedoelen we alle waarden, ….. en andere …… kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als …… beschouwen.
A
Normen, aangeboren, superieur
B
Normen, aangeleerde, superieur
C
Normen, aangeleerde, vanzelfsprekend
D
Normen, aangeboren, vanzelfsprekend

Slide 25 - Quizvraag

I. Mensen uit België, Spanje en Griekenland mogen zonder restricties in Nederland komen werken.
II. Onder volgmigratie verstaan we het tijdelijk laten komen van kennismigranten en hun familie.
A
I is onjuist, II is juist.
B
I en II zijn beide onjuist.
C
I is juist, II is onjuist.
D
I en II zijn beide juist.

Slide 26 - Quizvraag

Noem een groep migranten die Nederland om pragmatische redenen heeft toegelaten, en een groep die om principiële redenen is toegelaten.

Slide 27 - Open vraag