Les 35 - 2TL - Dinsdag 11 ma.

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Les 35 - 2TA
Spelling



DOME

Slide 2 - Tekstslide

Lezen - 3gclxp2
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Planning

1. We hebben gelezen
2. Herhaling
3. Aantekeningen
Zelfstandig werken, als daar tijd voor is
-PAUZE-
5. Zelfstandig werken
6. Afsluiten met een spelletje, als jullie dat verdienen

Slide 4 - Tekstslide

Agenda
Dinsdag 11 maart  - §13 PV in samengestelde zinnen
Woensdag 12 maart - §13 PV in samengestelde zinnen
Dinsdag 18 maart - §14 - Mixopdrachten (oefentoets, opdrachten)
Woensdag 19 maart - Oefentoets nakijken
Week van 24 maart - Toetsweek (geen Nederlands)
Dinsdag 1 april -  Uur 1 zelfstandig voorbereiden, uur 2 toets

Slide 5 - Tekstslide

§10 - Engelse werkwoorden
Ik-vorm van Engelse werkwoorden
>  -en (matchen – match; sprayen – spray).
>Hij, zij, u, etc. + t
Dubbele medeklinker verdwijnt: (basketballen – basketbal).

Verleden tijd en voltooide tijd = 't Kofschip x
+de(n) of +te(n)

Slide 6 - Tekstslide

Checken
Ik / ....jij?
Check
Jij / hij / zij / u
Checkt
Wij
Checken
Ik / ....jij?
Checkte
Jij / hij / zij / u
Checkte
Wij
Checkten
Ik heb 
Gecheckt
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Voltooide tijd


't Kofschip x


Slide 7 - Tekstslide

§11 - Voltooid deelwoord
Voorvoegsels:  ge-, her-, ver- of be-

Gelogen - Hersteld - Verkocht - Begrepen
Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt.
Bijvoorbeeld: de geperste sinaasappel; de ingehaalde toets. 
Je gebruikt 't Kofschip x 
Meestal met een hulpwerkwoord
Tegenwoordige en verleden tijd (heb, had)

Slide 8 - Tekstslide

§12 - Werkwoordalarm
Het verschil tussen werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de voltooide tijd
-Klanken hoor je niet, maar schrijf je wel
>Dat verschil in de schrijfwijze verandert de werkwoordsvorm
Je kunt het voltooid deelwoord opsporen door hulpwerkwoorden.
Verkleurt - Verkleurd
Je gebruikt t'x-kofschip alleen voor de verleden tijd bij zwakke werkwoorden en bij de voltooide tijd
Verder kun je de tegenwoordige tijd en verleden tijd onderscheiden door woorden als 'morgen', 'vandaag', 'nu', 'straks' en natuurlijk door de vorm van de werkwoorden
LET OP: er is een voltooide tegenwoordige tijd en een voltooide verleden tijd (heeft gedaan / had gedaan)

Slide 9 - Tekstslide

§13 - Persoonsvorm in samengestelde zinnen
Zinnen met twee persoonsvormen
>Twee zinnen die samen een nieuwe zin vormen
-Tijdproef
-Vraagproef
1. Wat is de persoonsvorm?
2. Welk onderwerp hoort daarbij?
3. In welke tijd staat deze?
4. Gaat het om een sterk of zwak werkwoord?

Slide 10 - Tekstslide

Maken
Cursus 7 - Spelling

§13 - Persoonsvorm in samengestelde zinnen

Klaar?
Maak 'trainen' van de mixopdrachten en bereid je 
goed voor op de toets.


timer
17:00

Slide 11 - Tekstslide

timer
5:00
Voor de bel ben je terug in de klas, anders ben je te laat.

Slide 12 - Tekstslide

Maken
Cursus 7 - Spelling

§13 - Persoonsvorm in samengestelde zinnen

Klaar?
Maak 'trainen' van de mixopdrachten en bereid je 
goed voor op de toets.


timer
17:00

Slide 13 - Tekstslide

Einde van de les

§12 voor volgende week dinsdag

Slide 14 - Tekstslide