Introductie

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 2E

Slide 2 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 2D

Slide 3 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 2C

Slide 4 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 2B

Slide 5 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 2B

Slide 6 - Tekstslide

Sitzordnung
Aan het einde van de les:
  • weet ik/kan ik/ ken ik
Sitzordnung 
2A

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Lernziele
Aan het einde van de les:
  • ken ik de toetsstof en -datum voor trede 6
  • weet ik waar ik de toetsstof kan vinden
  • ken ik de bezittelijke voornaamwoorden in de 4e naamval
  • kan ik het uiterlijk van een persoon beschrijven (25-3)

Slide 9 - Tekstslide

Interview
  1. Voorbereiden (10 min.): aantekingen maken, hulpmiddel: LP, werk individueel en in (fluister)stilte.
  2. Uitvoeren (5 min.): maak het interview met je buurman/buurvrouw en wissel van rol.
  3. Reflecteren (5 min.): hoe is het gegaan? tops en tips

Slide 10 - Tekstslide

Agenda
11-3: herkansing kennistoets trede 5 (alleen grammatica)
18-3: herkansing kennistoets trede 1/2

31-3: kennistoets trede 6 (woordjes, grammatica)



Slide 11 - Tekstslide

Agenda
3-4: kennistoets trede 6 (woordjes, grammatica)

Slide 12 - Tekstslide

Agenda
18-3: herkansing kennistoets trede 1/2
20-3: herkansing kennistoets trede 5 (alleen grammatica)

3-4: kennistoets trede 6 (woordjes, grammatica)



Slide 13 - Tekstslide

Wortschatz
Kleider und Farben

Slide 14 - Tekstslide

wk 1: Werkdoelen - Leerdoelen
  • Kleider machen Leute - woordenschat
  • Mein Zimmer, mein Königreich - woordenschat, grammatica, kijk en luisteren
  • Mein Handy ist mein alles - grammatica, kijken en luisteren
>> Werkblad

Slide 15 - Tekstslide

wk 1: Werkdoelen - Leerdoelen
  • Kleider machen Leute - woordenschat
  • Mein Zimmer, mein Königreich - woordenschat, grammatica, kijk en luisteren
>> Werkblad op 20-3

Slide 16 - Tekstslide

wk 2: Werkdoelen - Leerdoelen
  • Da habe ich mal was gelesen ... - lezen
  • Den Schauspieler kenne ich! - lezen
  • Was kann dieses Handy alles? - lezen

Slide 17 - Tekstslide

Dit zijn de bezittelijke vnw.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Wanneer krijgt het bezittelijk voornaamwoord een '-e'?
A
mannelijk
B
onzijdig
C
vrouwelijk
D
vrouwelijk en meervoud

Slide 21 - Quizvraag

Bezittelijke voornaamwoorden
(mijn) ......... Zimmer (o)
A
mein
B
meine

Slide 22 - Quizvraag

Het bezittelijk voornaamwoord
(Mijn) Vater (m) hat Geburtstag.
A
mein
B
meine

Slide 23 - Quizvraag

het bezittelijk voornaamwoord:
Das ist _____ (haar) Freund (m).
A
ihr
B
ihre

Slide 24 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
(jullie) Haus (o)
A
sein
B
ihr
C
euer
D
dein

Slide 25 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: jouw
A
sein(e)
B
ihr(e)
C
mein(e)
D
dein(e)

Slide 26 - Quizvraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Maaike ist (haar) Freundin (v).
A
meine
B
seine
C
ihre
D
eure

Slide 27 - Quizvraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Das ist (uw) Haus (o).
A
ihr
B
Ihre
C
ihre
D
Ihr

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de Duitse vertaling van het bezittelijk voornaamwoord 'jullie'
A
euer
B
ihr
C
unser
D
mein

Slide 29 - Quizvraag

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... beste Freundin
A
sein
B
seine

Slide 30 - Quizvraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord:
Sind das (zijn)…... Bücher (m)?
A
seine
B
meine
C
sein
D
mein

Slide 31 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord:
jouw _______ Mutter (v)
A
ihre
B
ihr
C
dein
D
deine

Slide 32 - Quizvraag

Kapitel 7: BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

..... Klassenlehrer (m)
A
unser
B
unsere

Slide 33 - Quizvraag

BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

Dat is hun huis.
A
Das ist Ihr Haus.
B
Das ist ihr Haus.

Slide 34 - Quizvraag

Dit zijn de bezittelijke vnw.

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Beispiele
Paula hat einen Bruder (m).
Deine Oma hat kein Auto (o).
Ich suche meine Bücher (mv).
Peter hat meinen Hund (m) gestreichelt.
Frau Meier, passen Sie auf Ihr Kind (o) auf.
Frau Meier, passen Sie auf Ihre Kinder (mv) auf.
Frau Meier, passen Sie auf Ihren Sohn (m) auf.



Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

wk 3/4: Werkdoel- Leerdoel
  • Meine Klamotten - deine Klamotten -  grammatica, gesprekken voeren

Slide 39 - Tekstslide

Lernziele
Aan het einde van de les:
  • ken ik de toetsstof en -datum voor trede 6
  • weet ik waar ik de toetsstof kan vinden
  • ken ik de bezittelijke voornaamwoorden (in de 4e naamval;  27-3)
  • kan ik het uiterlijk van een persoon beschrijven (27-3)

Slide 40 - Tekstslide

Tschüss!

Slide 41 - Tekstslide