1. Uiterlijke verzorging: Je lichaam verzorgen

Uiterlijke verzorging:  Je lichaam verzorgen


1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnVoortgezet speciaal onderwijsPraktijkonderwijsLeerjaar 1,2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Uiterlijke verzorging:  Je lichaam verzorgen


Slide 1 - Tekstslide

Je lichaam verzorgen

Slide 2 - Woordweb

Doelen van deze les:

  • Je weet hoe de huid is opgebouwd en de functies van de huid.
  • Je kunt uitleggen wat je moet doen om het lichaam te verzorgen.
  • Je weet welke producten je voor lichaamsverzorging kunt gebruiken.

Slide 3 - Tekstslide

De huid bestaat uit de volgende lagen:
De bovenste laag heet de opperhuid.
Het bovenste laagje van de opperhuid heet de hoornlaag.
De onderste laag van de opperhuis heet de kiemlaag.
De laag onder de opperhuid heet de lederhuid.



Slide 4 - Tekstslide

Opperhuid
Uit de opperhuid steken de haren. De opperhuid moet je schoon houden en goed verzorgen. 
De hoornlaag
De hoornlaag slijt constant en zorgt voor dode huidcellen. Dit zijn de witte schilfers op je huid die je soms ziet tijdens het afdrogen.
De kiemlaag
In de kiemlaag worden nieuwe huidcellen aangemaakt.

Slide 5 - Tekstslide

Functies van de huid
Met je huid kun je warmte, kou, pijn, hardheid of zachtheid voelen.
Is het erg warm? Of heb je, je zelf flink ingespannen? Dan ga je zweten door je huid. Daardoor koel je af.
 Is het koud? Dan krijg je kippenvel. Daardoor koel je juist minder snel af.

Slide 6 - Tekstslide

Infecties
De huid beschermt je tegen kou en warmte. Maar ook tegen infecties.
Je kunt een infectie krijgen als een bacterie of virus je lichaam binnendringt.
De huid houdt bacteriën en virussen tegen.
Bacteriën zijn piepkleine beestjes die je niet kunt zien.
Sommige bacteriën kunnen je ziek maken.

Slide 7 - Tekstslide

Welk deel van de huid kun je zien?
A
De lederhuid
B
De kiemlaag
C
De opperhuid

Slide 8 - Quizvraag

Wat gebeurt er met je huid als je het koud hebt?
A
Je gaat zweten
B
Je krijgt kippenvel

Slide 9 - Quizvraag

Wat gebeurt er met je huid als je flink sport?
A
Je gaat zweten
B
Je krijgt kippenvel

Slide 10 - Quizvraag

Hoe heet de kleurstof in je huid?
A
Verf
B
Ecoline
C
Pigment
D
Ligment

Slide 11 - Quizvraag

Lichaamshygiëne 
 
Oftewel het schoonhouden van je lichaam. 
Je lichaam wordt vuil door bijvoorbeeld stof, zweet, huidschilfers en huidvet.
Omdat je huid vuil wordt, moet je je lichaam goed schoonhouden.



Slide 12 - Tekstslide

Hoe maak je je huid schoon?
Was je lichaam elke dag met een schone washand, zeep en water.
Je kunt je wassen bij de wastafel. Of onder de douche.
Zeep je lichaam goed in.
De zeep maakt de bacteriën dood.
Spoel je daarna af met water.
Droog je af met een schone handdoek.

Slide 13 - Tekstslide

Douchen en het milieu
Douche niet te lang.
5 minuten is voldoende! 
Er is veel energie, bijvoorbeeld gas, nodig om water te verwarmen.
Douch je vaak én lang? Dan verspil je veel water en energie.
Dat is slecht voor het milieu.

Slide 14 - Tekstslide

Verzorgingsproducten
Er zijn veel verzorgings- producten voor de huid.
Zoals zeep, wasgel of douchecrème. Maar ook deodorant.
En bodylotion of olie om je huid mee in te smeren.

Slide 15 - Tekstslide

Sommige mensen zijn overgevoelig voor een bepaald product.

Zij krijgen bijvoorbeeld bultjes op de huid als zij dat product gebruiken.
 
Zij kunnen beter een ander verzorgingsproduct uitproberen.

Je kiest voor verzorgingsproducten die:
  • je goed verdraagt en waar je niet overgevoelig voor bent
  • prettig aanvoelen op je huid
  • lekker ruiken.

Slide 16 - Tekstslide

De ene plek op het lichaam wordt sneller vuil dan de andere.
Dat komt doordat bacteriën zich daar sneller verzamelen.
Bacteriën verzamelen zich snel op handen en de voeten.
Ze komen erop als je dingen aanraakt.
Of als je met blote voeten loopt.
Bacteriën vermenigvuldigen zich snel op warme en vochtige plekken.
Bijvoorbeeld tussen de billen, bij de geslachtsdelen en onder je oksels.



Je moet die bacteriën wegwassen. Anders gaan ze vies ruiken.
Of je krijgt er ontstekingen van.

Slide 17 - Tekstslide

Geurtjes
Soms is wassen alleen niet genoeg om te zorgen dat je geen nare geurtjes hebt.
Bijvoorbeeld als je veel zweet.
Je kunt dan deodorant onder je oksels doen.
Daardoor zweet je minder snel.
En als je toch zweet? Dan ruikt het naar de deodorant.

Voor zweetvoeten zijn er ook speciale producten.
Als je die op je voeten doet, dan zweten je voeten minder.
En ze ruiken frisser.

Slide 18 - Tekstslide

Je moet je lichaam 1 keer per... wassen.
A
week
B
dag

Slide 19 - Quizvraag

Je moet je lichaam goed insmeren met...
A
zeep
B
water

Slide 20 - Quizvraag

De zeep maakt de... dood.
A
huidschilfers
B
bacteriën

Slide 21 - Quizvraag

Voor je gebit
Voor je haren
Voor je lichaam

Slide 22 - Sleepvraag