6.2 Veroveraars

      Welkom! 
Pak je laptop en je boek 
  1. Zitten volgens plattegrond 
  2. Open lesson-up 
  3. Paragraaf 6.2 
timer
1:00
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

      Welkom! 
Pak je laptop en je boek 
  1. Zitten volgens plattegrond 
  2. Open lesson-up 
  3. Paragraaf 6.2 
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk was 1 t/m 5 van paragraaf 6.2. Maar het rooster is veranderd, dus is het huiswerk verwijderd.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Naar wie is Amerika vernoemd?
A
Columbus
B
Vespucci
C
Da Gama

Slide 5 - Quizvraag

Wie ontdekte het vasteland van Amerika?
Vasco da Gama
Christoffel Columbus 
Amigero Vespucci
Willem Barentsz

Slide 6 - Sleepvraag

Welke omschrijving hoort bij welke persoon?
Vasco da Gama
Cornelis de Houtman
Willem Barentsz
Cristoffel Columbus
Ging op expeditie, maar kwam vast te zitten in Nova Zembla
De eerste Europese ontdekkingsreiziger
Nederlandse ontdekkingsreiziger die in Oost-Indië kwam

Ging via westen, in opdracht van de Spaanse koning en vond een nieuwe wereld

Slide 7 - Sleepvraag

Wat betekent inheemse bevolking
A
oorspronkelijke bewoners uit een gebied
B
bewoners die in het land komen wonen
C
bewoners die het gebied komen veroveren

Slide 8 - Quizvraag

Inheemse bevolking 
Bevolking die er al woonden

Slide 9 - Tekstslide

De inheemse bevolking van Amerika
Rond 1500 wonen er al veel verschillende volkeren in Amerika.

Azteken, Maya's en Inca's
Toen de Spanjaarden verschenen was dit volk heel erg machtig

Slide 10 - Tekstslide

Inheemse bevolking en Europeanen

Slide 11 - Tekstslide

Waarom wordt er in het continent Amerika vooral Spaans en Engels gesproken? 
En niet de taal van de inheemse bevolking?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Wat is de goede volgorde?
1.
2.
3.
4.
5.
De Spanjaarden bouwen plantages en mijnen op de plek waar Azteken woonden 

De Spanjaarden halen slaven uit Afrika.

Azteken worden gedwongen om in de mijnen te werken en op de plantages

Azteken sterven door Europese ziektes en het zware werk in de mijnen

Cortes verovert het land van de Azteken en verslaat de bevolking

Slide 22 - Sleepvraag

      Aan het werk 6.1
  1. Paragraaf 6.1 nakijken
  2. Begin in paragraaf 6.2 
Lezen 6.2 
blz. 59 en 60

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

     Aan het werk met 6.2
Bladzijde 56-62
  1. Maken 1 t/m 9 (1 t/m 5 is al af)
  2. Maken herhaling
  3. Maken verdieping

Slide 25 - Tekstslide

Slaven waren bijna altijd Afrikanen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quizvraag

Waarom werden er helemaal uit Afrika slaven gehaald?
A
De indianen waren erg lui
B
De indianen weigerden te werken voor de veroveraars
C
De indianen konden het werk lichamelijk niet aan

Slide 27 - Quizvraag

Slaven worden niet betaald voor het werk dat ze doen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

De slaven werken vooral op
A
Schepen
B
Plantages
C
De fabrieken

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een plantage?
A
Een fabriek waar slaven gedwongen moesten werken
B
Een landbouwbedrijf in een kolonie waar slaven gedwongen werkten

Slide 30 - Quizvraag

Plantage
Suikerriet plantage in Suriname
Op deze plantage werkte de Afrikaanse slaven die waren gekocht door de Nederlandse plantagehouders. Een van de producten die ze moesten verwerken is suikerriet. 
Op deze afbeelding zie je slaven die aan het werk zijn met tabaksbladeren. Een van de producten die werden teruggebracht naar Nederland was tabak.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Waarmee worden de slaven gekocht
A
goud
B
buskruit, geweren
C
geweren, buskruit en wijn

Slide 34 - Quizvraag

Slide 35 - Tekstslide

Welk begrip past bij dit plaatje?
A
Veroveraars
B
Specerijen
C
Plantage
D
Inheemse bevolking

Slide 36 - Quizvraag

Wat betekent Keti-Koti?
A
Eind van de slavernij
B
Einde aan de Slavenhandel
C
Verbroken ketenen [kettingen/boeien]
D
Gebroken Abolitionistme

Slide 37 - Quizvraag

Engeland begon als eerste met de afschaffing slavernij in 1833. Wanneer deed Nederland dit?
A
1840
B
1863
C
1900
D
1875

Slide 38 - Quizvraag

Wat is een kolonie?
A
Een land wat zelfstandig is
B
Een land wat door een ander land bestuurd wordt.

Slide 39 - Quizvraag

Slide 40 - Tekstslide

Suriname
Curaçao
New York/ Nieuw Amsterdam
Afrika
Nederland

Slide 41 - Sleepvraag

Slide 42 - Tekstslide

Kolonies in Amerika
Kolonie: Gebied dat in ''bezit'' is van een land

Slide 43 - Tekstslide

Europa en de wereld
De Europese overzeese uitbreiding had allerlei gevolgen:

  1. Economisch: Europese landen maakten winst.
  2. Cultureel: Spaanse taal overnemen.
  3. Politiek: Europees bestuur. 
  4. Sociaal: Inheemse bewoners raakten hun vrijheid kwijt.

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide