TC Th 1 herh hebben en zijn, vragen maken en begin Th 2

hebben

  •    een bed          
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

hebben

  •    een bed          

Slide 1 - Tekstslide

zijn

  • rijk        

Slide 2 - Tekstslide

hebben

  • een hond        
  • twee honden

Slide 3 - Tekstslide

zijn

  • ziek                        

Slide 4 - Tekstslide

zijn

  • blij              

Slide 5 - Tekstslide

hebben

  • een feestje    

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

... woon jij?



  • Ik woon in Meppel

Slide 8 - Tekstslide

... is hij?



  • Hij is docent Maarten

Slide 9 - Tekstslide

... kom je vandaan?



  • Ik kom uit Oekraïne

Slide 10 - Tekstslide

... hoor je?



  • Ik hoor mijn telefoon

Slide 11 - Tekstslide

... is je naam?

Slide 12 - Tekstslide

... woon jij

  • Ik woon in Nederland

Slide 13 - Tekstslide

... is zij?

  • Zij is koningin 
Maxima       

Slide 14 - Tekstslide

... hoor je?

  • Ik hoor een motor

Slide 15 - Tekstslide

... woon je?



  • Ik woon in Amsterdam

Slide 16 - Tekstslide

woorden s-p-e-l-l-e-n
bladzijde
bladzijde
kijken
niet
titel
weg
fout
les
puzzel
weet
welke

Slide 17 - Tekstslide


ik                    ik-vorm  
jij/je               ik-vorm + t
                        ik-vorm + jij/je
u                     ik-vorm + t
hij/zij/ze      ik-vorm+ t
wij/we          hele werkwoord
jullie              hele werkwoord
zij/ze             hele werkwoord

ik                    drink               thee
jij/je              drinkt              koffie
                       drink jij/je?   cola
u                    drinkt              melk
hij/zij/ze     drinkt              water
wij/we         drinken           koffie
jullie             drinken           thee
zij/ze            drinken           water
hele werkwoord: drinken -> drinken -> drink: ik-vorm

Slide 18 - Tekstslide

Goed           of           Fout?
Wat moet het wel zijn?

Slide 19 - Tekstslide