GT/TH 1.5 De bank betaald

GT/TH 1.5 De bank betaald
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

GT/TH 1.5 De bank betaald

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les
In de vorige les hebben jullie geleerd waarom er verschillen zijn in lonen.

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik kan verschillende redenen noemen om te sparen.
  • Ik kan uitleggen wat rente is.
  • Ik kan de rente berekenen.


Slide 3 - Tekstslide

3

Slide 4 - Video

Sparen
Sparen houd in dat je geld bewaart. Er zijn verschillende redenen om te sparen.
Bijvoorbeeld:
  • je hebt een spaardoel, je spaart om iets te kunnen kopen wat je graag wilt hebben. 
  • Geldreserve, je legt geld apart voor onverwachte kosten
  • Interest: je maakt van je geld meer geld.

Slide 5 - Tekstslide

Spaarrekening

  • geen vaste rentepercentage;
  • geen vaste looptijd;
  • opnemen en storten altijd mogelijk;
  • evt. bonusrente
FLEXIBEL
Spaardeposito

  • vast rentepercentage;
  • vaste looptijd;
  • opnemen en storten tijdens de looptijd niet mogelijk.

NIET FLEXIBEL

Slide 6 - Tekstslide

Welke reden om te sparen past het beste bij jongeren?
A
spaardoel
B
onverwachte uitgaven
C
rente
D
interest

Slide 7 - Quizvraag

Rente
Als jij spaargeld op de bank zet wordt daar rente over betaald. De bank werkt met rentepercentages.

Slide 8 - Tekstslide

Wat levert sparen op?

  • Sparen levert rente (interest) op.
  • Rente is een beloning voor het sparen.
De hoogte van de rente is afhankelijk van:

  • het rentepercentage.
  • hoogte van het spaarbedrag.
  • hoelang het spaarbedrag op de spaarrekening staat.

Slide 9 - Tekstslide

Rente berekenen
Totaalbedrag: 100 x rentepercentage
Bijvoorbeeld:
Cleo heeft 1800 euro op haar spaarrekening staan.
De bank betaald 1.2% rente over dit bedrag.
1800 : 100= 18
18x1,2%=21,6

Slide 10 - Tekstslide

Je hebt 3500 euro op je spaarrekening. Hierover krijg 1,3% rente. Bereken de rente.
A
35 euro
B
45,50
C
47,50
D
52,40

Slide 11 - Quizvraag



Spaargeld
=
rente ontvangen


Lening
=
rente betalen

Slide 12 - Tekstslide

Jullie gaan 
lezen
en 
maken 
paragraaf 1.5
en tot slot gaan jullie starten 
met de rekentrainer!

Slide 13 - Tekstslide